De voorzitter opent de zitting op 15/12/2025 om 19:31.
Schepen Anja Desmet is verhinderd wegens medische redenen en bijgevolg verontschuldigd. Na de eedaflegging en installatie is Marie-Rose D'huyvetter vervangend raadslid in plaats van Anja Desmet. Na de eedaflegging van Kris De Meulemeester, neemt hij haar schepenambt in.
Art.1: De notulen- en zittingsverslag van de gemeenteraad van 17 november 2025 eenparig goed te keuren.
De voorzitter ontving op 7 november 2025 het verzoek van raadslid en schepen Anja Desmet (Samen Eén) waaruit blijkt dat zij voor lange duur afwezig is om medische redenen (verhindering). Zij wenst zich te laten vervangen tijdens haar afwezigheid van 15 december 2025 tot en met 14 december 2026. Bij het verzoek werd een geneeskundig getuigschrift van maximaal vijftien dagen oud gevoegd, dat ook de minimale termijn van afwezigheid om medische redenen aangeeft.
De gemeenteraad kan hiervan akte nemen conform artikel 12 van het decreet lokaal bestuur.
Decreet Lokaal bestuur, meer bepaald artikelen 12, 14,15, 47 en 49
gemeenteraadsbesluit van 5 december 2024 houdende Verkiezing van de schepenen.
Art.1: akte te nemen van de verhindering van gemeente- en OCMW-raadslid alsook schepen Anja Desmet wegens medische redenen en haar verzoek zich te laten vervangen in de gemeente- en OCMW-raad van 15 december 2025 tot en met 14 december 2026 als raadslid en schepen.
De voorzitter en waarnemend algemeen directeur ontvingen op 7 november 2025 het verzoek van raadslid en schepen Anja Desmet (Samen Eén) om zich tijdens de verhindering wegens ziekte te laten vervangen van 15 december 2025 tot en met 14 december 2026.
Om vervanging te voorzien in haar functie als raadslid werden de opvolgers, zoals opgenomen in het proces-verbaal van het gemeentelijk hoofdbureau van 13 oktober 2024, gecontacteerd. De eerste opvolger van de lijst Samen één, Margot Detavernier, verzaakte reeds na de gemeenteraadsverkiezingen aan haar mandaat. De eerstvolgende opvolgers van de lijst Samen Eén (die nog niet als raadslid aangesteld zijn), Chloë Balcaen en Inge Haelterman, verzaakten ook beiden aan deze vervanging. Het gemeenteraadslid wordt bijgevolg vervangen door de eerstvolgende opvolger van de lijst Samen Eén, d.i. Marie-Rose D'huyvetter. Zij bevestigde per brief van 3 december 2025 dat zij graag het mandaat opneemt tijdens de afwezigheid van Anja Desmet.
De geloofsbrieven worden door de gemeenteraad onderzocht overeenkomstig artikel 14 van het decreet lokaal bestuur.
Het onderzoek van de geloofsbrieven heeft tot doel na te gaan of men nog aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden voldoet en of men zich niet in de gevallen van onverenigbaarheid bevindt. De geloofsbrieven bevatten de schriftelijke bewijsstukken die elke verkozene, opgeroepen om de eed af te leggen, moet voorleggen en waaruit blijkt dat men op een wettige wijze is verkozen en dat er tegen zijn verkiezing geen bezwaren zijn.
De vervanger legde de volgende documenten voor:
- Een recent uittreksel uit het bevolkings- of rijksregister
- Een recent uittreksel uit het strafregister model 1
- Een verklaring op eer dat men zich niet bevindt in een van de gevallen van onverenigbaarheid zoals voorzien in artikel 10 van het decreet lokaal bestuur
Er is geen onverenigbaarheid tussen een raadslid en een lid van het Bijzonder comité Sociale Dienst. De gemeenteraad moet zich uitspreken over de eventuele bezwaren in verband met de verkiesbaarheidsvoorwaarden. Indien er geen bezwaren in verband met de verkiesbaarheidsvoorwaarden ingediend zijn, kunnen bijgevolg de geloofsbrieven goedgekeurd worden overeenkomstig artikel 169 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011.
De vervanger legt de eed af in openbare vergadering in de handen van de voorzitter van de gemeenteraad.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, onder andere artikel 6 §3, artikel 10, 15 en artikel 12 1°
Omzendbrief KBBJ/ABB 2024/2 over de start van de lokale en provinciale bestuursperiode
Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011, onder andere artikel 169
Raadsbesluit van 15 december 2025 inzake verhindering schepen en verzoek tot vervanging: aktename.
Art. 1: De geloofsbrieven van Marie-Rose D'huyvetter, geboren op 16 januari 1954 en wonende Lieven Bauwensstraat 5 - 8570 Anzegem, als vervangend gemeenteraadslid goed te keuren, inzake de vervanging van raadslid Anja Desmet die verhinderd is wegens medische redenen.
Art.2: Tegen deze beslissing kan beroep worden ingediend bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen.
De voorzitter en waarnemend algemeen directeur ontvingen op 7 november 2025 het verzoek van raadslid en schepen Anja Desmet (Samen Eén) om zich tijdens de verhindering wegens ziekte te laten vervangen van 15 december 2025 tot en met 14 december 2026.
Om vervanging te voorzien in haar functie als raadslid werden de opvolgers, zoals opgenomen in het proces-verbaal van het gemeentelijk hoofdbureau van 13 oktober 2024, gecontacteerd. De eerste opvolger van de lijst Samen één, Margot Detavernier, verzaakte reeds na de gemeenteraadsverkiezingen aan haar mandaat. De eerstvolgende opvolgers van de lijst Samen Eén (die nog niet als raadslid aangesteld zijn), Chloë Balcaen en Inge Haelterman, verzaakten ook beiden aan deze vervanging. Het gemeenteraadslid wordt bijgevolg vervangen door de eerstvolgende opvolger van de lijst Samen Eén, d.i. Marie-Rose D'huyvetter. Zij bevestigde per brief van 3 december 2025 dat zij graag het mandaat opneemt tijdens de afwezigheid van Anja Desmet.
De geloofsbrieven worden door de gemeenteraad onderzocht overeenkomstig artikel 14 van het decreet lokaal bestuur.
Het onderzoek van de geloofsbrieven heeft tot doel na te gaan of men nog aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden voldoet en of men zich niet in de gevallen van onverenigbaarheid bevindt. De geloofsbrieven bevatten de schriftelijke bewijsstukken die elke verkozene, opgeroepen om de eed af te leggen, moet voorleggen en waaruit blijkt dat men op een wettige wijze is verkozen en dat er tegen zijn verkiezing geen bezwaren zijn.
De vervanger legde de volgende documenten voor:
- Een recent uittreksel uit het bevolkings- of rijksregister
- Een recent uittreksel uit het strafregister model 1
- Een verklaring op eer dat men zich niet bevindt in een van de gevallen van onverenigbaarheid zoals voorzien in artikel 10 van het decreet lokaal bestuur
Er is geen onverenigbaarheid tussen een raadslid en een lid van het Bijzonder comité Sociale Dienst. De gemeenteraad moet zich uitspreken over de eventuele bezwaren in verband met de verkiesbaarheidsvoorwaarden. Indien er geen bezwaren in verband met de verkiesbaarheidsvoorwaarden ingediend zijn, kunnen bijgevolg de geloofsbrieven goedgekeurd worden overeenkomstig artikel 169 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011.
De raad keurde de geloofsbrieven goed. Artikel 10 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat de gemeenteraadsleden van wie de geloofsbrieven werden goedgekeurd, vóór ze hun mandaat aanvaarden, in openbare vergadering de volgende eed afleggen in handen van de voorzitter van de gemeenteraad: “ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen”.
De vervanger legt de eed af in openbare vergadering in de handen van de voorzitter van de gemeenteraad.
Zij zal in de rangorde der gemeenteraadsleden het ambt van 25e gemeenteraadslid bekleden.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, onder andere artikel 6 §3, artikel 10, 15 en artikel 12 1°
Omzendbrief KBBJ/ABB 2024/2 over de start van de lokale en provinciale bestuursperiode
Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011
Raadsbesluit van 15 december 2025 inzake verhindering schepen en verzoek tot vervanging: aktename.
Raadsbesluit van 15 december 2025 inzake onderzoek geloofsbrieven opvolgend gemeenteraadslid in vervanging van een langdurig afwezig gemeenteraadslid: goedkeuring.
Art. 1: Marie-Rose D'huyvetter, geboren op 16 januari 1954 en wonende Lieven Bauwensstraat 5 - 8570 Anzegem, legt in openbare vergadering van de gemeenteraad volgende eed af in handen van de voorzitter van de gemeenteraad: “ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen”. Marie-Rose D'huyvetter treedt in de vervanging van raadslid Anja Desmet tijdens haar verhindering wegens ziekte van 15 december 2025 tot en met 14 december 2026. Zij zal in de rangorde der gemeenteraadsleden het ambt van 25e gemeenteraadslid bekleden.
Art.2: Afschrift van het huidig proces-verbaal zal aan de belanghebbende overhandigd worden.
Art.3: Kennis te geven van dit besluit aan de toezichthoudende overheid volgens de regels vervat in het decreet lokaal bestuur houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het algemeen bestuurlijk toezicht op de gemeenten.
De raad nam op heden kennis van de vraag van raadslid en schepen Anja Desmet om zich te laten vervangen tijdens haar afwezigheid wegens ziekte.
De vervanging van een schepen wegens ziekte wordt geregeld door artikel 47 en 49 van het decreet lokaal bestuur. De raad kan beslissen om een opengevallen schepenmandaat in te vullen. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van voordracht van de kandidaat-schepen vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld.
Een ontvankelijke akte van voordracht van de kandidaat-schepen voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het derde lid vaststelt
2° ze is ondertekend door meer dan de helft van de gemeenteraadsleden;
3° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-schepen voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen;
4° ze is uiterlijk acht dagen voor de vergadering van de gemeenteraad waarop de vervanging geagendeerd is, aan de algemeen directeur bezorgd.
Op 4 december 2025 werd een akte van voordracht van een kandidaat-schepen bezorgd, waarbij Kris De Meulemeester wordt voorgedragen.
Kris De Meulemeester legde volgende documenten voor:
- Een recent uittreksel uit het bevolkings- of rijksregister
- Een recent uittreksel uit het strafregister model 1
- Een verklaring op eer dat men zich niet bevindt in een van de gevallen van onverenigbaarheid zoals voorzien in artikel 10 van het decreet lokaal bestuur;
De voorzitter van de gemeenteraad gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is. In voorkomend geval wordt de voorgedragen kandidaat-schepen verkozen verklaard.
De schepen die als verhinderd wordt beschouwd, wordt vervangen zolang men verhinderd is.
De akte vermeldt ook dat de vervangend schepen de rang zal innemen van diegene die hij vervangt, zijnde derde schepen.
De schepenen zijn van rechtswege leden van het vast bureau. De mandaten zijn ondeelbaar, wat inhoudt dat de gevolgen die verbonden zijn aan het mandaat (zoals hier, verhindering), hun uitwerking hebben in beide rechtspersonen.
De voorgedragen schepen legt de eed af als schepen.
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, onder andere artikel 6 §3, artikel 10 en artikel 12 1°, 47 en 49
Art.1: Neemt kennis van de akte van voordracht. De geloofsbrieven van Kris De Meulemeester als vervangend schepen worden goedgekeurd.
Art.2: De voorgedragen vervangend schepen, Kris De Meulemeester, wordt verkozen verklaard en legt in openbare zitting de eed af in handen van de voorzitter van de gemeenteraad: “Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen”. De akte van eedaflegging wordt ondertekend. Na beëdiging wordt Kris De Meulemeester in zijn ambt als vervangend derde schepen geïnstalleerd voor de duur van de afwezigheid van schepen Anja Desmet.
Art.3: Tegen deze beslissing kan beroep worden ingediend bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen.
Op de installatievergadering van 5 december 2024 werd voor een akte van voordracht van kandidaat-voorzitter op naam van Jeremie Vaneeckhout ontvankelijk verklaard. De akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter vermeldt zondag 31 december 2028 als einddatum van het mandaat van Jeremie Vaneeckhout en vermeldt Kris De Meulemeester als (eerste) kandidaat-opvolger. De gemeenteraad nam er toen ook kennis van dat Jeremie Vaneeckhout Kris De Meulemeester werd aangeduid als zijn vervanger voor het geval hij verhinderd zou zijn.
Kris De Meulemeester liet op 2 december 2025 weten af te zien van zijn rol als vervangend voorzitter indien voorzitter Jeremie Vaneeckhout verhinderd zou zijn. De opvolging van Kris De Meulemeester als voorzitter van de raad vanaf 1 januari 2029 staat hier los van.
Voorzitter Jeremie Vaneeckhout ging in op het voorstel van Kris De Meulemeester om raadslid Els Gevaert voor te dragen.
De raad neemt er kennis van dat voorzitter Jeremie Vaneeckhout, raadslid Els Gevaert aanduidt als vervangend voorzitter voor het geval hij verhinderd zou zijn.
Raadsbesluit van 5 december 2024 inzake verkiezing van de voorzitter van de gemeenteraad
Art.1: Kennis ervan te nemen van dat Kris De Meulemeester afziet van zijn rol als vervangend voorzitter indien voorzitter Jeremie Vaneeckhout verhinderd zou zijn.
Art.2: Kennis ervan te nemen dat raadsvoorzitter Jeremie Vaneeckhout Els Gevaert heeft aangeduid als zijn vervanger als voorzitter van de raad voor het geval hij verhinderd zou zijn.
Een personeelslid is, naast haar taken als Personeelsdeskundige, ook informatieveiligheidsconsulente (voor CISO-taken: Chief Information Security Officer, ofwel Hoofd Informatiebeveiligingsofficier) en functionaris gegevensbescherming (voor DPO-taken: Data Protection Officer ofwel Functionaris voor Gegevensbescherming). In 2018 maakte de GDPR oftewel de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) namelijk zijn intrede en diende zij ook de taken van DPO erbij te nemen. Bij de inkanteling Gemeente-OCMW werd zij voor beide entiteiten aangeduid als informatieveiligheidsconsulent, dit in theorie voor 4u per week per entiteit (totaal 8u dus om te besteden aan CISO-taken). Door de veelheid aan taken worden hoofdzakelijk de DPO-taken opgenomen en komt ze er niet toe om de CISO-taken op te nemen binnen het pakket. Er zijn in beide domeinen (DPO/CISO) behoorlijk wat uitdagingen.
Enkele gemeenten (Deerlijk, Harelbeke, Kortrijk, Kuurne, Lendelede, Menen en het zorgbedrijf van Harelbeke) werken reeds samen en delen regionaal een CISO en DPO-personeelslid sinds 2024 via stad Kortrijk. Deze samenwerking verloopt goed. Er was opnieuw een oproep of er nog gemeenten interesse hadden. Het zou de kennisdeling ten goede komen. Ons eigen personeelslid blijft het intern aanspreekpunt, maar de werklast zou kunnen verdeeld worden met het regionale externe aanbod.
Het college besliste reeds principieel om voor 4u regionaal samen te werken zodat de samenwerking met Apogado kon stopgezet worden (meer winst bij regionale samenwerking). Door een regionaal gedeelde DPO zouden veel quick wins kunnen gerealiseerd worden (informatiedeling, gemeenten hebben dezelfde leveranciers en dus kunnen verwerkingsovereenkomsten gedeeld worden, zelfde situaties waarin men zich bevindt, permanentie...)
De Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);
De wet van 15 januari 1990 houdende de oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;
De wet van 5 september 2018 tot oprichting van het informatieveiligheidscomité en tot wijziging van diverse wetten betreffende de uitvoering van verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG;
De wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens;
Het Koninklijk Besluit van 13 februari 2001 ter uitvoering van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens (de privacywet van 8 december 1992 werd opgeheven. Het KB van 13 februari 2001 wordt geacht te verwijzen naar de nieuwe wet van 30 juli 2018);
Het decreet lokaal bestuur;
Het OCMW-raadsbesluit van 17 mei 2018 aangaande de aanduiding van de functionaris gegevensbescherming;
Het gemeenteraadsbesluit d.d. 14 juni 2016 houdende de vaststelling van het initieel informatieveiligheidsplan voor het gemeentebestuur van Anzegem – laatst gewijzigd op 6 juni 2017;
Het gemeenteraadsbesluit d.d. 11 april 2018 waarin beslist werd om toe te reden tot het IT-raamcontract ‘Smart City Toolbox’ om op afroep gebruik te maken van de ondersteuning inzake informatieveiligheid (GDPR)’, gegund aan Apogado cvba, Nattehofstraat 33B, 2800 Mechelen;
Het besluit van het schepencollege van 20 december 2023 waarbij principieel akkoord werd gegaan om gebruik te maken van de pooling DPO;
Het besluit van het schepencollege van 20 maart 2025 waarbij principieel akkoord werd gegaan met de aanstelling van een regionale DPO binnen Shift voor 4u per week;
Het besluit van het schepencollege van 21 augustus 2025 waarbij principieel akkoord werd gegaan om regionaal samen te werken op vlak van DPO waarbij een personeelslid kan gedeeld worden door verschillende besturen en dit volgens het voorstel uitgewerkt in scenario 1;
Art.1: De samenwerkingsovereenkomst met Stad Kortrijk inzake de Regionale samenwerking - CISO en DPO zoals voorzien in bijlage goed te keuren met directe ingang.
Art.2: Afschrift te bezorgen aan Stad Kortrijk, dienst Financiën en Personeelsdienst.
Het decreet lokaal bestuur bepaalt dat de nieuwe bewindsploegen in 2025 hun beleids- en financiële planning vastleggen in een meerjarenplan dat kan starten in het tweede jaar na de lokale verkiezingen en loopt tot het einde van het jaar na de daaropvolgende verkiezingen (periode 2026 tot en met 2031). Het meerjarenplan is opgemaakt volgens de aangepaste regels van de beleids- & beheerscyclus en is dus een geïntegreerd document voor zowel gemeente als OCMW. Dit meerjarenplan bevat de te bereiken resultaten of effecten en de acties die het bestuur daarvoor zal uitvoeren. Op financieel vlak bevat het de ramingen van de verwachte ontvangsten en uitgaven voor de periode van 2026-2031.
Het meerjarenplan bestaat uit 3 onderdelen en de bijhorende documentatie:
Het meerjarenplan werd geadviseerd door het MAT op 26 november 2025.
Het meerjarenplan werd voorgelegd aan de gemeentelijke adviesraden. (adviezen wordt toegevoegd van zodra beschikbaar)
Het meerjarenplan werd besproken in de raadscommissie Financiën en Algemene zaken op 9 december 2025. (verslag wordt toegevoegd na de zitting)
Het komt de Gemeenteraad toe om haar deel van het meerjarenplan 2026-2031 'Daadkrachtig Anzegem' vast te stellen.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen;
Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- & beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (BVR BBC);
Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- & beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (MB BBC);
De omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
Art.1: Haar deel vast te stellen in het het meerjarenplan 2026-2031 'Daadkrachtig Anzegem'. Hieronder kunnen de belangrijkste cijfers uit dit meerjarenplan teruggevonden worden:
Art.2: Kennis te geven van dit besluit aan de toezichthoudende overheid volgens de regels vervat in het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Het decreet lokaal bestuur bepaalt dat de nieuwe bewindsploegen in 2025 hun beleids- en financiële planning vastleggen in een meerjarenplan dat kan starten in het tweede jaar na de lokale verkiezingen en loopt tot het einde van het jaar na de daaropvolgende verkiezingen (periode 2026 tot en met 2031). Het meerjarenplan is opgemaakt volgens de aangepaste regels van de beleids- & beheerscyclus en is dus een geïntegreerd document voor zowel gemeente als OCMW. Dit meerjarenplan bevat de te bereiken resultaten of effecten en de acties die het bestuur daarvoor zal uitvoeren. Op financieel vlak bevat het de ramingen van de verwachte ontvangsten en uitgaven voor de periode van 2026-2031.
Het meerjarenplan bestaat uit 3 onderdelen en de bijhorende documentatie:
Het meerjarenplan werd geadviseerd door het MAT op 26 november 2025.
Het meerjarenplan werd voorgelegd aan de gemeentelijke adviesraden. (adviezen wordt toegevoegd van zodra beschikbaar)
Het meerjarenplan werd besproken in de raadscommissie Financiën en Algemene zaken op 9 december 2025. (verslag wordt toegevoegd na de zitting)
Het komt de gemeenteraad toe om het deel in het meerjarenplan 2026-2031 'Daadkrachtig Anzegem', vastgesteld door de OCMW-raad, goed te keuren. Door die goedkeuring wordt het meerjarenplan 2026-2031 'Daadkrachtig Anzegem' in zijn geheel definitief vastgesteld.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen;
Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- & beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (BVR BBC);
Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- & beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (MB BBC);
De omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
Art.1: Het meerjarenplan 2026-2031 'Daadkrachtig Anzegem' goed te keuren voor wat betreft het deel vastgesteld door de OCMW-raad. Door deze goedkeuring, en de vaststelling van het eigen deel, is het meerjarenplan in zijn geheel vastgesteld. Hieronder kunnen de belangrijkste cijfers uit dit meerjarenplan teruggevonden worden:
Art.2: Kennis te geven van dit besluit aan de toezichthoudende overheid volgens de regels vervat in het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Art.3: Het meerjarenplan 2026-2031 'Daadkrachtig Anzegem' en de bijhorende documentatie te publiceren op de webtoepassing van de gemeente volgens de regels vervat in het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Gezien de mededeling van het politiecollege van de politiezone Mira, waaruit blijkt dat de dotatie voor 2026 vastgesteld wordt op:
Het budget 2026 voor de politiezone werd vastgesteld op de politieraad van 18 november 2025 en goedgekeurd in het politiecollege (begrotingscommissie) op 20 oktober 2025.
decreet lokaal bestuur;
wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst;
Art. 1: De financiële bijdrage 2026 aan de politiezone Mira wordt vastgesteld op
Art. 2: Kennis te geven van dit besluit aan de toezichthoudende overheid volgens de regels vervat in het decreet lokaal bestuur en in de desbetreffende wetgeving in het kader van het goedkeuringstoezicht.
De opdracht voor het maaien van de gemeentelijke wegbermen dient hernieuwd te worden voor 2026.
In het kader van de opdracht “Kwalitatief maaien van gemeentelijke wegbermen 2026” werd een bestek met nr. 2025/1774 opgesteld door de Aankoopdienst.
De opdracht omvat twee maaibeurten van de volledige berm inclusief de zijkanten van de langsgrachten en de berm tussen de langsgracht en het aangrenzende private perceel met afvoer van alle maaisel.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 107.438,02 excl. btw of € 130.000,00 incl. 21% btw medecontractant.
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Voor deze uitgave is budget voorzien in het meerjarenplan 2020-2025 onder jaarbudgetrekening exploitatie 2025/ GBB_GI/0200-01/6140002 (Wegen – overige diensten – prestaties door derden).
Financiële impact: Ja
Ingecalculeerd in budget/meerjarenplanning 2026-2031: Ja.
Raming: € 130.000 incl. 21% btw medecontractant.
Jaarbudgetrekening exploitatie: 2026GBB_GI/0200-01/6140002 (Wegen – overige diensten –prestaties door derden).
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van € 143.000,00 niet).
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.
De beslissing van de gemeenteraad d.d. 11 februari 2025 betreffende de definitie van het begrip ‘dagelijks bestuur’ en de visumplichtige verrichtingen.
Art.1: Het bestek met nr. 2025/1774 en de raming voor de opdracht “Kwalitatief maaien van gemeentelijke wegbermen 2026”, opgesteld door de Aankoopdienst worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 107.438,02 excl. btw of € 130.000,00 incl. 21% btw.
Art.2: Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Art.3: Kennis te geven van dit besluit aan de toezichthoudende overheid volgens de regels vervat in het Decreet Lokaal Bestuur houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het algemeen bestuurlijk toezicht op de gemeenten.
In het kader van de intentie van de gemeente om het perceel grond gelegen achter de gemeenteschool van Ingooigem, kadastraal gekend onder Anzegem, 3de afdeling, Ingooigem, sectie C, nr. 484A, aan te kopen, werd er een principe-overeenkomst opgesteld.
Het college van burgemeester en schepenen stelde in zitting van 16 juli 2025 een notaris aan voor de opmaak van een aankoopdossier.
De aankoop van dit perceel betekent voor de gemeente een grote meerwaarde, aangezien het dienst kan doen als speelveld voor de jeugdbeweging en de school.
De principe-overeenkomst werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 16 juli 2025 en bekrachtigd door de gemeenteraad in zitting van 17 november 2025.
Er werd een schattingsverslag opgemaakt door landmeter-expert Maxim Buyle d.d. 17 oktober 2025.
Er werd een ontwerpakte (dossier nr. CVQ/2250880) opgemaakt door notariskantoor Niels De Bakker, Statiestraat 10, 8570 Anzegem, waarbij de aankoopprijs voor het perceel € 45.868,10 bedraagt, zijnde de totaalprijs volgens de bepalingen in de principe-overeenkomst.
De ontwerpakte wordt ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen in zitting van 16 juli 2025 tot het aanstellen van een notaris voor de aankoop van het perceel grond gelegen achter de school in Ingooigem.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen in zitting van 16 juli 2025 tot het goedkeuren van de principe-overeenkomst voor de aankoop van het perceel grond gelegen achter de school in Ingooigem.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen in zitting van 21 augustus 2025 tot het aanstellen van een schatter om het perceel gelegen achter de school van Ingooigem te schatten.
De beslissing van de gemeenteraad in zitting van 17 november 2025 tot bekrachtiging van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen d.d. 16 juli 2025 tot goedkeuren van de principe-overeenkomst.
Art. 1: keurt de ontwerpakte (dossier nr. CVQ/2250880), opgemaakt door notariskantoor Niels De Bakker, Statiestraat 10, 8570 Anzegem, goed voor de aankoop van de grond aan de gemeenteschool van Ingooigem.
Art. 2: kennis te geven van dit besluit aan de toezichthoudende overheid volgens de regels vervat in het Decreet Lokaal Bestuur houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het algemeen toezicht op de gemeenten.
De gemeenteraad keurde in zitting van 17 december 2013 de huurovereenkomst voor het bos aan de Schernaai goed.
Deze liep oorspronkelijk tot eind 2018 en werd sindsdien jaarlijks stilzwijgend verlengd.
De huurprijs bedroeg in aanvang 700 euro met een jaarlijkse indexering.
De notaris, die belast is met het nalatenschap van de eigenaar, contacteerde de gemeente met de vraag of men interesse heeft om het perceel bos in de Schernaai (oppervlakte 56 a 72 ca, kadastraal gekend onder Anzegem (Tiegem), 3de afdeling, sectie A, perceel 272 A) aan te kopen.
Op heden wordt het bos nog nauwelijks gebruikt. De Tiegemse jeugdverenigingen kunnen terecht in het Sint-Arnolduspark en de tuin van de Mensinde. De Ingooigemse jeugd kan gebruik maken van het perceel grond achter de school van Ingooigem.
Er wordt voorgesteld de huurovereenkomst van dit perceel stop te zetten.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De beslissing van de gemeenteraad keurde in zitting van 17 december 2013 tot goedkeuring van de huurovereenkomst voor het bos aan de Schernaai.
Art. 1: de huurovereenkomst voor het perceel bos aan de Schernaai, zoals goedgekeurd door de raad op 17 december 2013, stop te zetten.
Vanuit de bouwonderneming kwam de vraag of er een straatnaam kan voorzien worden voor de straat palend aan Hoekstraat te Anzegem (verkaveling).
Vanuit de heemkundige kring Vichte (Spinspoele) heeft volgend voorstel geopperd: Florentine Wielanthof
Florentine Wielant, vrouw van Bavikhove huwde in 1502 met Jacob van der Vichte, heer van Vichte. Florentine was daarvoor gehuwd met Willem van Heule, die in 1487 werd vermoord door Gentse opstandelingen. Op woensdag 28 mei 1516 ontvingen Florentine en haar echtgenoot Jacob, Aartshertog (later Keizer) Karel, op hun kasteel in Vichte. In 1523 overleed Jacob van der Vichte. Florentine Wielant overleed (kinderloos) op 1 april 1524 en werd in de Oude Kerk van Vichte begraven. De koperen grafplaat die gedurende meer dan 300 jaar haar graf bedekte, wordt nog in de kerk bewaard en is een uniek Vlaams topstuk.
Het bestuur van de Heemkundige Kring De Spinspoele is van mening dat de naam Florentine Wielant dient te worden toegekend aan een straat in Vichte. Tijdens haar leven ontmoette Florentine ongetwijfeld de top van Vlaamse en Europese gezaghebbers. Haar man was één van de raadsheren aan het grafelijk hof en werd door de jonge aartshertog Karel (als graaf van Vlaanderen) te Gent op 4 mei 1515 door deze laatste geridderd. (info uit van der Vichte" van Leonard Blockeel)
Het "Florentine WielantHof " zou de eerste straatnaam in Vichte zijn, met daarin de naam van een vrouw. Bovendien is de koperen plaat van Florentines graf opgenomen in de Vlaamse lijst van roerend erfgoed dd.6 juni 2025. De unieke grafplaat, met daarop de gegraveerde beeltenis van Florentine, is een bekend icoon voor vele streekgenoten.
Voorgesteld wordt om aan deze nieuwe straat de naam Florentine Wielanthof toe te kennen.
Een openbaar onderzoek volgt op het princiepsbesluit. Het advies van de cultuurraad wordt ingewonnen.
Decreet van 28 januari 1977 tot bescherming van de namen van de openbare wegen en pleinen en gewijzigd door het decreet van 29 november 2002;
Decreet Lokaal Bestuur
Art.1: Principieel de benaming Florentine Wielanthof toe te kennen aan de nieuwe straat aan de Hoekstraat voor een verkaveling. Een openbaar onderzoek wordt georganiseerd en het advies van de cultuurraad wordt ingewonnen.
Art.2: Deze beslissing wordt ter beschikking gehouden van de toezichthoudende overheid.
De raad legde reeds een straatnaam vast voor de straat doorheen de woonzone in de site De Voerman op de Heirweg, nl Marleen Titecastraat. Er is nog een straat op de site die een naam dient te krijgen. Gezien de site de naam 'De Voerman' heeft, wordt voorgesteld die straat ook zo te vernoemen.
Decreet van 28 januari 1977 tot bescherming van de namen van de openbare wegen en pleinen en gewijzigd door het decreet van 29 november 2002;
Decreet Lokaal Bestuur
Raadsbesluit van 9 september 2025 inzake definitieve toekenning straatnaam ‘Marleen Titecastraat’ aan de straat door de Voerman: goedkeuring.
Art.1: principieel de benaming De Voerman toe te kennen aan de nieuwe straat op de site De Voerman. Een openbaar onderzoek wordt georganiseerd en het advies van de cultuurraad wordt ingewonnen.
Art.2: deze beslissing wordt ter beschikking gehouden van de toezichthoudende overheid.
De gemeenteraad keurde op 8 juli 2025 het protocol goed voor de elektronische mededeling van persoonsgegevens van lokaal bestuur Anzegem naar de intergemeentelijke vereniging IMOG.
Lokaal bestuur Anzegem is een lokale overheid waarvan de werking is vastgelegd in het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (hierna DLB).
Imog is een opdrachthoudende intercommunale vereniging met rechtspersoonlijkheid waarvan de werking is vastgelegd in het DLB die de taken aangaande afvalbeheer uitvoert conform het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen en andere relevante decretale en reglementaire bepalingen.
Lokaal bestuur Anzegem heeft aan Imog bij gemeenteraadsbeslissing dd. 9 mei 1978 beheersoverdrachten gedaan in kader van haar afvalbeleid. Voor de uitvoering van de toegewezen opdrachten aan Imog, is het nodig dat bepaalde persoonsgegevens worden uitgewisseld van het lokaal bestuur Anzegem naar Imog. Wanneer persoonsgegevens worden uitgewisseld, is er een gegevensprotocol nodig dat de voorwaarden van de gegevensuitwisseling regelt en de nodige garanties biedt rond het respecteren van de algemene verordening gegevensbescherming en de juiste verwerking van persoonsgegevens. Het betreffende protocol werd op 3 juni 2025 aangeleverd door Imog, dit specifiek in kader van de nazorg voor de diftar huis-aan-huis ophaling van verschillende afvalfracties en de levering en verdeling van containers.
Voor de inzameling van het restafval aan huis via een weegsysteem met bakken (diftar aan huis) en de inzameling van GF(t) / keukenafval, alsook de toegang tot de betalende gedeeltes van de intergemeentelijke recyclageparken is het noodzakelijk te beschikken over de bevolkingsgegevens en het vreemdelingenregister van het Gemeentebestuur alsook de aanlevering van enkele specifieke gegevens (bv. leegstaande woningen). IMOG dient tevens een overzicht te bekomen van de personen die omwille van medische redenen recht hebben op een vermindering en een overzicht van de referentiepersonen die in aanmerking komen voor een verhoogde tegemoetkoming in het kader van het toekennen van een korting op het aanslagbiljet. Deze lijst moet een overzicht bevatten van de referentiepersonen waarvan één van de gezinsleden in aanmerking komt voor een verhoogde tegemoetkoming. Per referentiepersoon dient aangegeven welk bedrag in mindering mag gebracht worden van het aanslagbiljet. De reden waarom de tegemoetkoming wordt gegeven wordt niet vermeld, wel het bedrag.
De Data Protection Officer (DPO) van het lokaal bestuur Anzegem deed nazicht van het protocol en gaf op 17 juni 2025 een positief advies m.b.t. het protocol. De gemeenteraad keurde het protocol goed op 8 juli 2025.
Echter, uit nader onderzoek en na overleg tussen verschillende lokale besturen, moet worden vastgesteld dat het protocol een aantal bepalingen bevat die in de praktijk niet toegepast kunnen worden en die vanaf 1 januari 2026 anders zullen verlopen.
IMOG kan namelijk rechtstreeks toegang hebben tot het rijksregister volgens de Algemene Machtiging nr. 003/2020, aangevraagd door de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG) voor Interafval betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen ten behoeve van de afvalintercommunales. Wanneer een instantie rechtstreeks toegang heeft tot een authentieke bron (zoals het rijksregister) dan dienen zij daarop beroep te doen. Dit principe is gelieerd aan het beginsel van de eenmalige inzameling van gegevens. Gegevenskopieën (kopiebestanden) houden immers grotere privacyrisico's in en dienen aldus zoveel mogelijk vermeden te worden.
Daarnaast zijn er nog veel onduidelijkheden over de uitwisseling van de gegevens van de referentiepersonen die in aanmerking komen voor een verhoogde tegemoetkoming, dit in het kader van het toekennen van een korting op het aanslagbiljet. Dit betreft immers gevoelige persoonsgegevens waarvan niet duidelijk is hoe ze kan worden verzameld en uitgewisseld.
Imog liet op 24 november 2025 weten dat zij vanaf 1 januari 2026 bepaalde gegevensinzamelingen anders zullen doen. Een aanpassing van het protocol zal nog aangeleverd worden en opnieuw voorgelegd worden aan de gemeenteraad.
In afwachting van het aangepaste protocol, wordt aangeraden om de einddatum van huidige protocol vast te stellen op 31 december 2025 en dit ook zo te communiceren aan de betrokken diensten. De gegevensuitwisselingen die tot op heden gebeuren, moeten bijgevolg gestaakt worden vanaf 1 januari 2026.
Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 40, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensdecreet (het “e-govdecreet).
De Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
Wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.
Decreet van 8 juni 2018 betreffende de aanpassing van de decreten aan de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (het “AVG-decreet”).
Het raadsbesluit van 14 juni 2016 houdende de vaststelling van het initieel informatieveiligheidsplan voor het gemeentebestuur van Anzegem – laatst gewijzigd op 6 juni 2017;
Het raadsbesluit d.d. 13 november 2018 aangaande de goedkeuring van het algemeen privacybeleid;
Het collegebesluit van 9 mei 2018 aangaande de aanduiding van een DPO en latere wijzigingen;
Beslissing van de gemeenteraad dd. 14 juli 2020: algemeen gemeentelijk retributiereglement inzake diftar op het recyclagepark (geDIFfertentieerd TARief): goedkeuring nieuw reglement vanaf 1 september 2020.
Beslissing van het college van burgemeester en schepenen dd. 4 oktober 2023 m.b.t. vraagstelling ikv uitrol IMOG-implementatieplan voor het Lokaal Materialenplan UHABA 2023-2030
Beslissing van de gemeenteraad dd. 10 oktober 2023 IMOG-implementatieplan voor de uitrol van het Lokaal Materialenplan UHAGBA 2023-2030: goedkeuring
Beslissing van het college van burgemeester en schepenen dd. 24 april 2025 om restafval in te zamelen in DIFTAR-rolcontainers
Beslissing van het college van burgemeester en schepenen dd. 15 mei 2025 n.a.v. de vraagstelling vanuit het algemeen comité IMOG dd. 9 mei 2025 aan het college m.b.t. de uitrol van het IMOG-implementatieplan bij het Lokaal Materialenplan UHAGBA 2023-2030
Beslissingen van de gemeenteraad dd. 8 juli 2025 inzake vaststelling retributiereglement inzake huishoudelijke afval e.a. en ter goedkeuring van het protocol voor de elektronische mededeling van persoonsgegevens van lokaal bestuur Anzegem naar de intergemeentelijke vereniging IMOG
Art. 2: Deze beslissing en het aangepaste protocol wordt overgemaakt Imog en de interne betrokken diensten worden hierover geïnformeerd. Het aangepaste protocol vervangt het protocol dat goedgekeurd werd door de gemeenteraad op 8 juli 2025.
Door de nieuwe werkwijze en dienstverlening m.b.t. het afvalbeleid in onze regio en de wissel naar Diftar-afvalcontainers vanaf 1 januari a.s., zal het in de realiteit niet meer mogelijk zijn om gratis restafvalzakken ter beschikking te stellen aan specifieke doelgroepen zoals bijv. mensen met een incontinentie-problematiek.
In de schoot van IMOG werd een voorstel uitgewerkt om in de betrokken gemeenten uniforme flankerende maatregelen toe te passen vanaf 1 januari 2026:
Geldelijk forfait invoeren vanaf 1 januari 2026 ter vervanging van de gratis huisvuilzakken.
Verplicht gebruik van een diftarrolcontainer
De tegemoetkoming die rechtstreeks op de diftar-provisierekening komt van de betrokken inwoners die hiervoor in aanmerking komen, vastleggen op 50 euro/jaar
Ziektebeelden die in aanmerking komen voor een tegemoetkoming gekoppeld aan een verhoogde tegemoetkoming
Voorwaarden:
De huidige regeling betekende voor Anzegem een kostprijs van 9.916 € in 2024 (= het laatste jaar met volledig beschikbare gegevens). Aangezien de voorwaarden van de regionaal afgesproken flankerende maatregelen hiervan afwijken, is het op dit moment niet mogelijk om de concrete financiële impact in te schatten.
Raadsbesluit van 11 februari 2021 inzake Algemeen gemeentelijk retributiereglement - toekenning gratis afvalzakken: goedkeuring aanpassing
Art.1: Onderstaand reglement goed te keuren:
De gemeente Anzegem verleent een financiële tussenkomst in het kader van zorg aan personen met een bepaald ziektebeeld, onder volgende afspraken en voorwaarden:
Art. 1 Onder persoon met een bepaald ziektebeeld wordt verstaan: een persoon met chronische incontinentie of een persoon die stomapatiënt is, of leeft op sondevoeding, of buikvliesspoelingen, nierdialyse of thuis een chemobehandeling ondergaat.
Art. 2 De persoon moet recht hebben op de verhoogde tegemoetkoming van het RIZIV.
Art. 3 De persoon met chronische incontinentie bezorgt een ‘attest chronisch incontinentieforfait’, dat werd afgeleverd door de mutualiteit.
Art. 4 Stomapatiënten, personen die leven op sondevoeding, of buikvliesspoelingen, nierdialyse of thuis een chemobehandeling ondergaan, bezorgen een ‘verklaring op eer’, die werd afgeleverd door de behandelend arts.
Art. 5 De persoon moet een inwoner zijn van de gemeente. Dit houdt in: op 1 januari van het betrokken jaar gedomicilieerd zijn en er verblijven.
Art. 6 De persoon verblijft op het moment van de aanvraag niet permanent in een instelling.
Art. 7 Personen die verblijven in assistentiewoningen waar de huisvuilophaling ten laste is van de uitbater komen niet in aanmerking.
Art. 8 De persoon die aan alle voorwaarden zoals opgenomen in dit reglement voldoet, kan een forfaitbedrag van 50 euro ontvangen. Deze financiële tussenkomst wordt rechtstreeks op de diftar-rekening gezet.
Art. 9 Om deze financiële tussenkomst te ontvangen, dient het aanvraagformulier jaarlijks (correct en volledig ingevuld + ondertekend) samen met de bijhorende geldige attesten ingeleverd te worden.
Art.2: Het reglement gaat in op 1 januari 2026 en wordt opgenomen in algemeen gemeentelijk subsidiereglement (onderdeel e: Toelagen in het kader van gebeurtenissen in het leven van inwoners, verenigingen, onderwijsinstellingen en personeelsleden van de eigen organisatie (gemeente en OCMW).
Art.3: Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de praktische uitvoering en implementatie van dit reglement.
De huidige gebruiksovereenkomsten van Jong Anzegem en de Groene Duivels lopen nog tot 31 december 2025. Deze werden in de raad van 8 april 2025 tijdelijk verlengd tot 31 december 2025.
Intussen zou gekeken worden om de vernieuwde overeenkomsten te bespreken en mee te nemen bij de opmaak van de meerjarenplanning. Er moet nog bekeken worden of alle nieuwe voorwaarden ook financieel haalbaar zijn in de nieuwe meerjarenplanning. Er zouden in de nieuwe overeenkomsten ook aanpassingen toegevoegd worden rond onderhoud en herstellingen van de accommodaties. Nadat de aangepaste overeenkomsten intern zijn afgetoets op praktische en financiële haalbaarheid, moeten ze ook nog besproken worden met de verenigingen zelf en nog ter advies voorgelegd worden aan de sportraad.
Er is nog wat meer tijd nodig om dit dossier grondig voor te bereiden voor de raad. Daarom het voorstel nogmaals een periode te verlengen.
De algemene vergadering van de sportraad op 6 november 2025, geeft positief advies over de verlenging van de bestaande overeenkomsten van Jong Anzegem en de Groene Duivels tot 30 juni 2026.
Decreet lokaal bestuur
Gemeenteraadsbeslissing van 2 juli 2001 houdende goedkeuring overeenkomst recht van gebruik cafetaria en sanitaire voorzieningen horend bij de voetbalvelden Vichtsesteenweg dienstig voor SV Anzegem.
Gemeenteraadsbeslissing van 2 juli 2001 houdende goedkeuring overeenkomst recht van gebruik cafetaria en sanitaire voorzieningen horend bij de voetbalvelden Klijtberg dienstig voor de Groene Duivels.
Gemeenteraadsbesluit van 2 juli 2001 houdende goedkeuring overeenkomst rond gebruik terreinen Klijtberg door Groene Duivels vzw
Gemeenteraadsbesluit van 7 april 2003 houdende goedkeuring overeenkomst rond gebruik terreinen 3 Kaven door SV Anzegem vzw
Gemeenteraadsbesluit van 13 juni 2023 inzake betaling facturen nutsvoorzieningen sportinfrastructuur 3 Kaven
Gemeenteraadsbesluit van 8 april 2025 houdende goedkeuring verlenging gebruiksovereenkomsten Jong Anzegem en Groene Duivels
Art.1: De overeenkomst voor het gebruik van de gebouwen 3 Kaven (cafetaria en sanitaire voorzieningen) dienstig voor Jong Anzegem vzw te verlengen tot 30 juni 2026.
Art.2: De overeenkomst voor het gebruik van de terreinen 3 Kaven voor Jong Anzegem vzw te verlengen tot 30 juni 2026.
Art.3: De overeenkomst voor het gebruik van de gebouwen Klijtberg (cafetaria en sanitaire voorzieningen) dienstig voor Groene Duivels vzw te verlengen tot 30 juni 2026.
Art.4: De overeenkomst voor het gebruik van de terreinen Klijtberg voor Groene Duivels vzw te verlengen tot 30 juni 2026.
Art.5: Na goedkeuring van het meerjarenplan de overeenkomsten aan te passen voor beide verenigingen en voor te dragen aan de raad zodoende deze kunnen starten op 1 juli 2026.
De leden van de Algemene Vergadering van de sportraad keurden het jaarplan 2026 goed in de vergadering van 6 november 2025. Dit jaarplan omvat volgende thema's: toelagen aan sportverenigingen met infrastructuur in eigen beheer, werkingskosten, informatie- en promotieactiviteiten, projecten. De benodigde kredieten zijn ingeschreven in het meerjarenplan die in zitting van heden wordt vastgesteld.
Decreet Lokaal Bestuur
Art.1: Het jaarplan 2026 van de sportraad als volgt goed te keuren:
| FINANCIEEL JAARPLAN 2026 SPORTRAAD |
|||
| INKOMSTEN |
UITGAVEN |
||
| Raming saldo boekjaar 2025
|
€ 2.500 |
Toelage aan sportverenigingen met infrastructuur in eigen beheer |
€ 4.000 |
| Werkingstoelage gemeente |
€ 7.000 |
Werkingskosten: administratie, vergaderingen, materiaal raad, promotiekosten, vorming, bankkosten… |
€ 2.000 |
| Ontvangsten uit eigen activiteiten |
€ 4.000 |
Informatie- en promotieactiviteiten: sportdorp, huldiging, schoolsport, zwemmeeting |
€ 3.000 |
|
|
Projecten: snoepertjestocht, anzegem beweegt... |
€ 3.000 |
|
|
|
Reserve |
€ 1.500 |
|
| TOTAAL INKOMSTEN: € 13.500 |
TOTAAL UITGAVEN: € 13.500 |
||
Jaarplan sportraad 2026:
Art.2: Kennis te geven van dit besluit aan de toezichthoudende overheid volgens de regels vervat in het decreet lokaal bestuur.
De leden van de Algemene Vergadering van de jeugdraad keurden het jaarplan 2026 goed via e-mail op 28 november 2025, conform de interne werkwijze die beslissingen per elektronische stemming toelaat wanneer fysieke samenkomst niet mogelijk is.
Dit jaarplan omvat volgende thema's: toelagen aan verenigingen volgens reglement, werkingskosten, informatie- en vormingsactiviteiten, projecten en reserves.
Decreet lokaal bestuur
Art. 1: Het jaarplan 2026 voor de jeugdraad als volgt goed te keuren:
| JAARPLAN 2026: jeugdraad |
|||
| INKOMSTEN |
UITGAVEN |
||
| Toelage gemeente |
€ 39.100,00 |
Toelagen aan verenigingen |
€ 29.760,00 |
| Werkingskosten: administratie, vergaderingen, materiaal raad, reiskosten, stuurgroepbedanking… |
€ 1.500 |
||
| Inkomsten activiteiten
|
€ 3.181,30
|
Informatie- en vormingsactiviteiten |
€ 2.000 |
| Projecten |
€ 7.000 |
||
| Reserves
|
€ 6.391,57 |
Reserves |
€ 6.391,57 |
| TOTAAL INKOMSTEN € 48.672,87 |
TOTAAL UITGAVEN € 48.672,87 |
||
Art. 2: Kennis te geven van dit besluit aan de toezichthoudende overheid volgens de regels vervat in het decreet lokaal bestuur.
De gemeenteraad besliste in zitting van 16 december 2019 om het tarief voor de opcentiemen op de onroerende voorheffing in Anzegem te bepalen op 1102. Deze opcentiemen werden gewijzigd door de gemeenteraad van 14 december 2021 en bepaald op 1152 met ingang van 2022. Dit reglement loopt af op 31 december 2025 waardoor het noodzakelijk is het te vernieuwen.
De opcentiemen op de onroerende voorheffing staan garant voor een groot deel van de gemeentelijke jaarlijkse ontvangsten. De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen zodoende het budgettair evenwicht te kunnen behouden.
Er wordt voorgesteld om voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 de huidige belastingvoet van 1152 opcentiemen te behouden.
De ontvangen belastingen zullen geboekt worden onder:
Beleidsitem: 0020-00 (Fiscale aangelegenheden)
Algemene rekening:7300000 (Aanvullende belastingen: opcentiemen op de onroerende voorheffing)
De grondwet, meer specifiek artikel 170§4;
Het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992 meer bepaald artikel 464/1, 1°;
Het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit meer bepaald artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4;
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur met latere wijzigingen;
De gecoördineerde omzendbrief KB/ABB 2019/2 d.d. 15 februari 2019 inzake de onderrichtingen over gemeentefiscaliteit vanwege het Agentschap voor Binnenlands bestuur.
Gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 houdende vaststelling van de opcentiemen op de onroerende voorheffing voor de periode van 2020 tot en met 2025;
Gemeenteraadsbesluit van 14 december 2021 houdende goedkeuring van de verhoging van de opcentiemen op de onroerende voorheffing met ingang van 2022.
Art.1: Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden ten bate van de gemeente Anzegem 1152 opcentiemen op de onroerende voorheffing geheven.
Art.2: De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.
Art.3: Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Art.4: De toezichthoudende overheid wordt van de bekendmaking van dit reglement op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Art.5: Dit reglement wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De gemeenteraad besliste in zitting van 16 december 2019 om 100 opcentiemen te heffen op de gewestelijke heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen. Dit reglement loopt af op 31 december 2025 waardoor het noodzakelijk is het reglement te vernieuwen.
Het Vlaams gewest belast de geïnventariseerde ongeschikte en/of onbewoonbare woningen in Vlaanderen. Gemeenten kunnen op deze belasting opcentiemen heffen of kunnen ervoor kiezen om een eigen belasting op ongeschikte en onbewoonbare woningen te heffen. De gemeente wil de kwaliteit van woningen op het grondgebied van de gemeente bewaken om het grondrecht op menswaardig wonen van de inwoners van de gemeente te vrijwaren.
De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen zodoende het budgettair evenwicht te kunnen behouden.
Er wordt voorgesteld om voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 de belastingvoet van 100 opcentiemen te heffen op de gewestelijke heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen. Dit is bijgevolg een verderzetting van het aflopende belastingsreglement.
De ontvangen belastingen zullen geboekt worden onder:
Beleidsitem: 0020-00 (Fiscale aangelegenheden)
Algemene rekening:7304000 (Gewestbelasting op ongeschikte en/of onbewoonbare woningen)
De grondwet, meer specifiek artikel 170§4;
Het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992 meer bepaald artikel 464/1, 1°;
Het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, meer bepaald Hoofdstuk VIII, afdeling 2 en latere wijzigingen;
Het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit meer bepaald artikel 2.5.1.0.1 tot en met artikel 2.5.7.0.3 en artikel 3.1.0.0.4 en artikel 3.1.0.0.5;
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur met latere wijzigingen;
Het besluit van de Vlaamse regering van 20 december 2013 houdende de uitvoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013;
De gecoördineerde omzendbrief KB/ABB 2019/2 d.d. 15 februari 2019 inzake de onderrichtingen over gemeentefiscaliteit vanwege het Agentschap voor Binnenlands bestuur.
Gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 houdende vaststelling van de opcentiemen op de Vlaamse heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen voor de periode van 2020 tot en met 2025.
Art.1: Er worden voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten voordele van de gemeente Anzegem, 100 opcentiemen geheven op de gewestelijke heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen zoals opgenomen in het decreet houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.
Art.2: De vestiging en de inning van deze opcentiemen gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.
Art.3: Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Art.4: De toezichthoudende overheid wordt van de bekendmaking van dit reglement op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Art.5: Dit reglement wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De gemeenteraad besliste in zitting van 16 december 2019 om de aanvullende belasting op de personenbelasting in Anzegem te bepalen op 8%. Dit reglement loopt af op 31 december 2025 waardoor het noodzakelijk is het reglement te vernieuwen.
De aanvullende belasting op de personenbelasting staat garant voor een groot deel van de jaarlijkse ontvangsten. De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen zodoende het budgettair evenwicht te kunnen behouden.
Er wordt voorgesteld om voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 het huidig percentage van 8% aanvullende belasting op de personenbelasting te behouden.
De ontvangen belastingen zullen geboekt worden onder:
Beleidsitem: 0020-00 (Fiscale aangelegenheden)
Algemene rekening:7301000 (Aanvullende belasting op de personenbelasting)
De grondwet, meer specifiek artikel 170§4;
Het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992, artikelen 464 tot en met 470/2;
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur met latere wijzigingen;
De gecoördineerde omzendbrief KB/ABB 2019/2 d.d. 15 februari 2019 inzake de onderrichtingen over gemeentefiscaliteit vanwege het Agentschap voor Binnenlands bestuur.
Gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 houdende vaststelling van de aanvullende belasting op de personenbelasting voor de periode van 2020 tot en met 2025.
Art.1: Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente Anzegem op 1 januari van het aanslagjaar.
Art.2: De belasting wordt vastgesteld op 8% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Art.3: De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting gebeuren door het bestuur der directe belastingen, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Art.4: Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Art.5: De toezichthoudende overheid wordt van de bekendmaking van dit reglement op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Art.6: Dit reglement wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De gemeente heeft de keuze om opcentiemen te heffen op de gewestelijke heffing ter bestrijding leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten die opgenomen zijn in de gewestelijke inventaris of om zelf een gemeentelijke belasting hierop te heffen.
De gemeente telt enkele leegstaande of verwaarloosde bedrijfsruimten. Het doel van deze belasting is om eigenaars aan te zetten hun bedrijfsgebouw tijdig te renoveren en in gebruik te laten nemen. Anzegem wordt namelijk gekenmerkt door een beperkt aanbod aan bedrijfsruimtes. Leegstand kan ook een negatief effect hebben op de leefbaarheid in de buurt.
De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen zodoende het budgettair evenwicht te kunnen behouden.
Er wordt voorgesteld om voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 de belastingvoet vast te stellen op 50 opcentiemen op de gewestelijke heffing leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten. Deze werking heeft als voordeel dat de aspecten van invordering en bezwaren door het Vlaams Gewest gebeurt.
De ontvangen belastingen zullen geboekt worden onder:
Beleidsitem: 0020-00 (Fiscale aangelegenheden)
Algemene rekening:7305000 (Gewestbelasting op leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten)
De grondwet, meer specifiek artikel 170§4;
Het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992 meer bepaald artikel 464/1, 1°;
Het decreet van 19 april 1995 houdende de maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten met latere wijzigingen;
Het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit meer bepaald artikelen 2.6.1.0.1 tot en met 2.6.7.7.1 en artikel 3.1.0.0.4 en 3.1.0.0.5;
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur met latere wijzigingen;
Het besluit van de Vlaamse regering van 1 juli 1997 en latere wijzigingen houdende de uitvoering van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing bedrijfsruimten.
Het besluit van de Vlaamse regering van 20 december 2013 houdende de uitvoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013;
De gecoördineerde omzendbrief KB/ABB 2019/2 d.d. 15 februari 2019 inzake de onderrichtingen over gemeentefiscaliteit vanwege het Agentschap voor Binnenlands bestuur.
Art.1: Er worden voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten voordele van de gemeente Anzegem 50 opcentiemen geheven op de gewestelijke heffing ter bestrijding van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten ingesteld door het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
Art.2: De vestiging en de inning van deze opcentiemen gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.
Art.3: Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Art.4: De toezichthoudende overheid wordt van de bekendmaking van dit reglement op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Art.5: Dit reglement wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De gemeenteraad nam in zitting van 10 mei 2022 een belastingreglement aan op niet optimaal afgekoppelde woningen langs rioleringsprojecten en dit voor de periode van 2022 tot en met 2025. Dit belastingreglement loopt af op 31 december 2025 waardoor het noodzakelijk is het reglement te vernieuwen.
Sinds 1 juli 2011 is een keuring van de privéwaterafvoer van woningen en gebouwen verplicht. Deze verplichting van keuring van private riolering wordt opgelegd via het Algemeen Waterverkoopreglement. Dit reglement bepaalt de rechten en de plichten van de drinkwaterleverancier, de rioolbeheerder en de klant.
Een optimale afkoppeling op woningniveau is noodzakelijk om in aanmerking te komen voor de maximale subsidies vanwege de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) voor de uitvoering van rioleringswerken. Een gescheiden stelsel, o.a. 2DWA stelsel, werkt pas als een optimale afkoppeling voor elke woning gebeurt, zoniet moet de DWA-leiding overgedimensioneerd worden. Sedert 1 juli 2011 is de keuring verplicht (Besluit Vl.Regering 8 april 2011). Voor projecten, gegund na 1 juli 2011, waarbij een gescheiden riolering in de straat wordt aangelegd betaalt de VMM de subsidies pas uit indien alle woningen langs dat project goedgekeurd zijn. Om maximaal resultaat te behalen, riep het gemeentebestuur in 2015 een belasting in het leven.
Er is een nieuw Algemeen Waterverkoopreglement dat in voege treedt in 2 fasen (1 juli 2019 en 1 januari 2020). Met betrekking tot de keuring van de riolering is er een ministerieel besluit betreffende de keuring van de binneninstallatie en de privéwaterafvoer. Hierin worden een aantal zaken verduidelijkt wat betreft de uitvoering van de keuring van de private riolering.
Naar aanleiding van het nieuw Algemeen Waterverkoopreglement is een nieuw ministerieel besluit keuring in opmaak. Een rioolbeheerder kan ook bijkomende zaken laten keuren indien deze zijn opgenomen in een bijzonder waterverkoopreglement/aanvullende voorwaarden, goedgekeurd door de minister. De rioolbeheerder is verantwoordelijk voor de organisatie en kwaliteitsborging van de keuring privériolering op zijn grondgebied. Hij bepaalt de regels hieromtrent (wie mag deze keuring uitvoeren, wat dient geïnventariseerd te worden, aan welke eisen moet een keurder voldoen).
Bij (her)aanleg van een openbare gescheiden rioleringsstelsel wordt aan aangelanden conform Vlarem-wetgeving, opgelegd de private riolering maximaal af te koppelen, zijnde het hemelwater en huishoudelijk afvalwater te scheiden tot aan de openbare riolering. Dit heeft tot doel het openbare rioleringssysteem en de rioolwaterzuiveringsinstallatie optimaal te laten functioneren.
Bij de start van het ontwerp van rioleringswerken worden aangelanden van deze verplichting in kennis gesteld, waarna de rioolbeheerder en het gemeentebestuur de private afkoppeling begeleiden, middels opmaak van afkoppelingsstudie, opvolging door afkoppelingsmanager.
De subsidiërende overheid VMM, verplicht bovendien dat na uitvoering van de werken ten opzichte van aangelanden die de afkoppeling niet optimaal realiseerden, een proces-verbaal wordt opgemaakt wegens inbreuk op de Vlarem-wetgeving of de opmaak van een belastingkohier wegens niet optimaal afkoppelen, op straffe van verlies van subsidies.
Teneinde optimaal afkoppelingsresultaat van het privaat rioleringsstelsel bij openbare afkoppelingsprojecten te bekomen, is de opmaak van een proces-verbaal en navolgende vervolging door parket en rechtbank, niet het meest efficiënt middel. Aan gemeentebesturen wordt geadviseerd een belastingreglement op te maken betreffende "niet optimaal afkoppelen van private riolering".
Doel van dergelijk reglement is de onbereidwillige aangelande van een afkoppelingsproject, jaarlijks te belasten tot men middels een keuringsattest kan aantonen dat de private afkoppeling conform de afkoppelingsstudie werd uitgevoerd. Om een extra incentive te geven om deze afkoppeling binnen de kortst mogelijk termijn na het verstrijken van de 'normale' uitvoering alsnog te realiseren, wordt de belasting per maand berekend.
De belastingbasis neemt een aanvang 6 maanden na de voorlopige oplevering van de betreffende openbare rioleringswerken of 6 maanden na goedkeuring van betreffend besluit voor aangelanden van die werken waarbij reeds een private afkoppelingsverplichting geldt, teneinde eenieder de mogelijkheid te bieden zich in orde te stellen.
Er blijken enerzijds een aantal private aansluitingen op de openbare riolering zonder aanvraag bij de rioolbeheerder te worden uitgevoerd, en anderzijds een beperkt aantal nieuwbouwwoningen te voldoen aan de reglementering betreffende keuring van de binneninstallatie en privéwaterafvoer. Tevens blijkt er geen enkele controle te bestaan op de uitvoering van de verplichtingen inzake buffer- en infiltratievoorzieningen opgelegd overeenkomstig het hemelwaterdecreet, bij omgevingsvergunningen.
De verplichte regenwaterrecuperatie, -infiltratie en/of -buffering zijn noodzakelijk om waterschaarste en verdroging te bestrijden. De controle en het toezicht erop is aan de gemeente opgedragen.
Om maximaal resultaat te halen en de wetgeving te laten respecteren is het belasten op de niet-maximale-afkoppeling noodzakelijk naar analogie met afkoppelingen van private rioleringen naar aanleiding van openbare afkoppelingsprojecten.
De belastingbasis neemt een aanvang na de domiciliëring of ingebruikname van de vergunde werken, meer bepaald 6 maanden na vaststelling en aanmaning.
De financiële toestand van de gemeente Anzegem rechtvaardigt en vereist de invoering van alle rendabele belastingen zodoende het budgettair evenwicht te kunnen behouden.
Het belastingsreglement van 7 juli 2015 blijft van toepassing tot het jaar waarin alle niet optimaal en reglementair afgekoppelde woningen een keuringsattest voorgelegd hebben. Daarna wordt het reglement - dat enkel nog voor onderstaande projecten van toepassing is - van rechtswege opgeheven.
| dossiernummer |
Gemeente |
projectomschrijving |
subsidiebedrag grootte-orde |
subsidieproblematiek |
| W208196 |
Anzegem |
Oplossen van knelpunten riolering centrum Ingooigem: aanleg van een gescheiden stelsel in de Sint-Antoniusstraat afkoppelen van een gracht thv de Schellebellestraat |
104.000 euro |
Niet alle woningen zijn afgekoppeld |
| W209173 |
Anzegem |
Wegen- en rioleringswerken Doortocht N36 te Ingooigem |
410.000 euro |
Niet alle woningen zijn afgekoppeld |
| W210058 |
Anzegem |
Weg- en rioleringswerken in het kader van de Dorpskernvernieuwing Gijzelbrechtegem |
360.000 euro |
Niet alle woningen zijn afgekoppeld |
De ontvangen belastingen zullen geboekt worden onder:
Beleidsitem: 0020-00 (Fiscale aangelegenheden)
Algemene rekening:7310000 (Aansluiting riolering)
De grondwet, meer specifiek artikel 170§4;
Het Wetboek van inkomstenbelastingen van 10 april 1992 zoals van toepassing inzake provincie- en gemeentebelastingen.
Het Wetboek minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
De omzendbrief van 15 februari 2019 KB/ABB 2019/2 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
De Europese Kaderrichtlijn Water van 22 december 2000 welke tot doel stelt om de watervoorraden, de waterbeheersing en de kwaliteit van de leefomgeving veilig te stellen.
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende de vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende de milieuvergunning (VLAREM I) en latere wijzigingen. Het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende de algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) en latere wijzigingen.
Het subsidiebesluit de dato 1 februari 2002 en de wijzigingen bij besluiten van 29 april 2005 en 10 maart 2006, houdende subsidiëring van gemeentelijke rioleringen, waarbij de nieuwe afkoppelingsregels dienen toegepast op alle aanvragen voor (her)aanleg van gemeentelijke rioleringen.
De Vlarem-wijziging ten gevolge van de implementatie van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichtingen en de vaststelling van de zoneringsplannen waarbij nieuwe eisen opgelegd worden welke vertaald worden in het begrip ‘optimale afkoppeling’. De term ‘optimale afkoppeling’ betekent dat bij de aanleg of heraanleg van riolering het hemelwater van particuliere woningen langsheen het tracé van de werken optimaal dient afgekoppeld te worden. Dit betekent dat bij open en halfopen bebouwing alle hemelwater gescheiden van het afvalwater dient afgevoerd te worden. Dit betekent dat bij gesloten bebouwing het hemelwater gescheiden van het afvalwater dient afgevoerd te worden, behalve indien hiervoor leidingen door of onder de woning dienen aangelegd te worden.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting en het Algemeen Waterverkoopreglement, artikel 8, artikel 12, § 1, waardoor een keuring van de privéwaterafvoer verplicht is in volgende gevallen:
Het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2011 betreffende de keuring van de binneninstallatie en de privéwaterafvoer.
Het ministerieel besluit van 20 augustus 2012 tot vaststelling van de code van goede praktijk voor het ontwerp en de aanleg van rioleringssystemen.
Gemeenteraadsbesluit van 7 juli 2015 houdende de goedkeurig van het belastingreglement op het niet-optimaal afgekoppeld zijn van woningen gelegen langs rioleringsprojecten gegund na 1 juli 2011;
Gemeenteraadsbesluit van 10 mei 2022 betreffende de eenmalige afwijking belastingbesluit van 7 juli 2015 en vaststelling nieuw belastingbesluit niet optimaal afgekoppeld zijn van woningen langs rioleringsprojecten met ingang van 2022.
Art.1: Het gemeentelijk belastingreglement aangaande woningen die niet-optimaal afgekoppeld zijn langs rioolprojecten wordt vastgesteld als volgt. Enige uitzondering hierop zijn woningen gelegen in één van onderstaande projecten die onderhevig blijven aan het belastingreglement van 7 juli 2015 betreffende het niet-optimaal afgekoppeld zijn van woningen gelegen langs rioleringsprojecten gegund na 1 juli 2011, dit zolang alle niet optimale en reglementair afgekoppelde woningen een conform keuringsattest voorgelegd hebben. Hierna wordt het belastingreglement van 7 juli 2015 van rechtswege opgeheven.
| dossiernummer |
Gemeente |
projectomschrijving |
| W208196 |
Anzegem |
Oplossen van knelpunten riolering centrum Ingooigem: aanleg van een gescheiden stelsel in de Sint-Antoniusstraat afkoppelen van een gracht thv de Schellebellestraat |
| W209173 |
Anzegem |
Wegen- en rioleringswerken Doortocht N36 te Ingooigem |
| W210058 |
Anzegem |
Weg- en rioleringswerken in het kader van de Dorpskernvernieuwing Gijzelbrechtegem |
Art.2: Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op het niet optimaal afkoppelen van hemelwater op privéterrein n.a.v. de realisatie van een gescheiden rioleringsstelsel in een door de gemeente goedgekeurde afkoppelingsprojecten of het plaatsen van een IBA (individuele behandeling afvalwater), op het illegaal aansluiten op de openbare riolering, en ingeval van niet conforme keuring van de privéwaterafvoer in uitvoering van het besluit van de Vlaamse regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting, de niet-aangesloten binneninstallatie en installaties voor tweedecircuitwater in onroerende goederen die niet aangesloten zijn of worden op het openbaar waterdistributienetwerk, en het algemeen waterverkoopreglement.
Art.3: Onder ‘afkoppelingsproject’ wordt verstaan ‘elk door het college van burgemeester en schepenen of door de gemeenteraad goedgekeurd project met realisatie van een gescheiden afvoer van hemelwater en huishoudelijk afvalwater sinds invoering van de verplichte keuring van de privéwaterafvoer. Met ‘entiteit’ wordt bedoeld: ‘elke woongelegenheid, gebouw, parking,...'.
Art.4: De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de entiteit:
§1. waarvan de entiteit gelegen is binnen een afkoppelingsproject dat voorlopig opgeleverd wordt - die uiterlijk 6 maanden na de datum van aanmaning door het gemeentebestuur (die ten vroegste zal gebeuren na de datum van het proces-verbaal van de voorlopige oplevering van de wegenis- en rioleringswerken op het openbaar domein), niet beschikt over een conform keuringsattest van de privéwaterafvoer.
§2. waarvan wordt vastgesteld dat de nieuwe/gewijzigde rioolaansluiting niet werd aangevraagd bij en uitgevoerd in opdracht van de rioolbeheerder en "eigenhandig" (zelf of door een eigen aangestelde aannemer) werd gerealiseerd, en waarvan 6 maanden na aanmaning door het gemeentebestuur/rioolbeheerder de aansluiting niet werd geregulariseerd,
§3. waarvan de rioolbeheerder, noch het gemeentebestuur beschikt -na ingebruikname van de entiteit- over een conform keuringsattest van de privéwaterafvoer, binnen een termijn van 6 maanden na aanmaning door het gemeentebestuur/rioolbeheerder.
De belasting is verschuldigd indien één van de bovenstaande voorwaarden is vervuld.
Art.5: Keuring privéwaterafvoer: De keuring van de privéwaterafvoer dient te gebeuren conform artikel 12/1 Besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting, de niet-aangesloten binneninstallatie en installaties voor tweedecircuitwater in onroerende goederen die niet aangesloten zijn of worden op het openbaar waterdistributienetwerk, en het algemeen waterverkoopreglement, het toepasselijke ministerieel besluit en het Bijzonder Waterverkoopreglement van De Watergroep.
Belastingschuldige - belastingplichtige
Art.6: De belasting slaat op de eigendom en is verschuldigd door wie op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is van het belastbaar goed.
Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, zijn respectievelijk de opstalgever, de erfpachtgever en naakte eigenaar hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Indien het belastbaar goed in onverdeeldheid toebehoort aan verschillende personen, wordt de belasting op naam van de onverdeeldheid gevestigd, terwijl de leden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de betaling van de volledige belasting.
Vrijstellingen
Art.7: Volgende belastingplichtigen kunnen worden vrijgesteld van deze belasting:
§1. een nieuwe eigenaar: de nieuwe eigenaar, die op 1 januari minder dan één jaar eigenaar is, wordt vrijgesteld van deze belasting. Deze vrijstelling geldt voor één aanslagjaar volgend op de datum van de notariële akte.
§2. entiteiten volledig gelegen binnen een onteigeningsplan: de eigenaar zoals bedoeld in artikel 6, van entiteiten die op 1 januari van het aanslagjaar binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan liggen of waarvoor geen omgevingsvergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigening wordt voorbereid.
Werkwijze
Art.8: Een door de gemeente gemachtigd ambtenaar stelt op aangeven van de rioolbeheerder Riopact jaarlijks per 1 januari vast:
Tarieven
Art.9: De belasting wordt als volgt berekend:
De belasting blijft verschuldigd zolang de eigenaar geen conform keuringsattest bezorgt aan het gemeentebestuur, dan wel de rioolbeheerder (datum poststempel of datum e-mail telt met betrekking tot registratie ontvangst van het conform keuringsattest). De belasting wordt berekend a rato van het aantal maanden dat de belastingplichtige niet in overeenstemming is/was met het verplichte positief keuringsattest.
Wijze van invordering
Art.10: Het kohier wordt opgemaakt en uitvoerbaar verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen en dit ten laatste op 30 juni van het jaar volgend op het aanslagjaar.
Betaaltermijn
Art.11: De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet door middel van overschrijving op het vermelde rekeningnummer.
Geschillen en bezwaren
Art.12: De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het College van Burgemeester en Schepenen overeenkomstig de bepalingen voorzien in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen via duurzame drager (e-mail) worden ingediend binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in bovenstaand lid. De contactgegevens voor het op deze wijze indienen van bezwaarschriften zijn gemeentebelastingen@anzegem.be. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de 15 dagen na indiening ervan.
Slotbepalingen
Art.13: Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Art.14: De toezichthoudende overheid wordt van de bekendmaking van dit reglement op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Art.15: Dit reglement wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De gemeenteraad nam in zitting van 16 december 2019 een belastingreglement aan op masten en pylonen en dit voor de periode van 2020 tot en met 2025. Het reglement werd aangepast door de gemeenteraad in zitting van 10 oktober 2023 en 13 februari 2024 en dit meer specifiek met betrekking tot het onderdeel 'aangifteplicht'. Dit belastingreglement loopt af op 31 december 2025 waardoor het noodzakelijk is het reglement te vernieuwen.
De gemeente Anzegem wordt gekenmerkt door zijn open uniek landschap. Masten en pylonen verstoren hiermee het open karakter van het landschap. Naast de visuele hinder van de masten en de pylonen is er ook de perceptie van het bestaan van een gezondheidsrisico. De aanwezigheid van masten en pylonen op het grondgebied van de gemeente Anzegem heeft een substantiële invloed op de aantrekkingskracht van de gemeente Anzegem als woonomgeving en toeristische bestemming, hetgeen negatieve financiële consequenties voor de gemeente met zich meebrengt. Daardoor is de belasting op masten en pylonen dan ook vanuit dit oogpunt gerechtvaardigd.
Het tarief van deze belasting wordt verhoogd van 2.500 euro per mast of pyloon naar 5.000 euro. Het belastingtarief werd sinds de aanvang van dit belastingreglement in 2016 niet aangepast. Dit weerspiegelt een actualisering van de maatschappelijke en economische context en een eerlijkere bijdrage van grote infrastructuurbeheerders aan de lokale gemeenschap.
De voorziene vrijstellingen blijven ongewijzigd.
De omzendbrief d.d. 15 februari 2019 houdende de onderrichtingen over gemeentefiscaliteit voorziet een vrijstelling voor windmolens en andere constructies voor het produceren van groene stroom temeer dat het landschapsverstorend element hier ruimschoots gecompenseerd wordt door het milieuvriendelijk aspect ervan. De raad van state heeft geoordeeld dat differentiaties ter aanmoediging van de productie van groene stroom objectief en redelijk zijn.
Er wordt een vrijstelling van deze belasting voorzien voor masten en pylonen geplaatst door diensten van openbaren besturen en andere openbare inrichtingen en instellingen (in functie van openbare dienstverlening).
Masten en pylonen die in hoofdzaak dienen voor de beoefening van de hoofdactiviteit door erkende gemeentelijke verenigingen worden vrijgesteld, dit er bescherming van de maatschappelijke cohesie en de zinvolle vrijetijdsbesteding die het verenigingsleven beoogt. Tevens is de financiële draagkracht van deze verenigingen immers beperkt.
De financiële toestand van de gemeente Anzegem rechtvaardigt en vereist de invoering van alle rendabele belastingen zodoende het budgettair evenwicht te kunnen behouden
De ontvangen belastingen zullen geboekt worden onder:
Beleidsitem: 0020-00 (Fiscale aangelegenheden)
Algemene rekening:7360900 (Belasting op gebruik openbaar domein: masten en pylonen)
De grondwet, meer specifiek artikel 170§4;
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen;
De gecoördineerde omzendbrief KB/ABB 2019/2 d.d. 15 februari 2019 inzake de onderrichtingen over gemeentefiscaliteit vanwege het Agentschap voor Binnenlands bestuur.
Gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 houdende de vestiging van een belasting op masten en pylonen en dit voor de periode van 2020 tot en met 2025;
Gemeenteraadsbesluit van 10 oktober 2023 houdende de vestiging van een belasting op masten en pylonen en dit voor de periode van 2020 tot en met 2025 - goedkeuring aanpassing.
Gemeenteraadsbesluit van 13 februari 2024 houdende de vestiging van een belasting op masten en pylonen en dit voor de periode van 2020 tot en met 2025 - goedkeuring aanpassing.
Het belastingreglement op masten en pylonen als volgt vast te stellen:
Periode
Art.1: Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op allerhande masten en pylonen geplaatst op het grondgebied van Anzegem, in open lucht en zichtbaar vanaf de openbare weg.
Begripsomschrijving
Art.2: Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Belastingschuldige - belastingplichtige
Art.3: De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de mast of de pyloon op 1 januari van het belastingjaar op het grondgebied van Anzegem.
Indien de mast of pyloon eigendom is van meerdere eigenaars, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de belasting
Tarieven
Art.4: De belasting wordt vastgesteld op 5.000 euro per mast of pyloon.
De belasting is ondeelbaar, er wordt geen vermindering of terugbetaling van de belasting toegestaan als de mast of pyloon in de loop van het jaar wordt weggenomen.
Vrijstellingen
Art.5: Vrijstelling wordt verleend voor:
Aangifteplicht
Art.6: De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend dient te worden. Dit aangifteformulier dient uiterlijk op 31 mei van het aanslagjaar terug bezorgd te worden aan het gemeentebestuur. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag. De aangifte is laattijdig wanneer ze na de uiterste indieningsdatum is gepost of wanneer ze na de laatste nuttige dag wordt afgegeven tegen ontvangstbewijs.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden uiterlijk op 31 mei van het aanslagjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens, te bezorgen. Hij kan een aangifteformulier bekomen op eenvoudig verzoek bij de administratie of via de website van de gemeente Anzegem. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag. De aangifte is laattijdig wanneer ze na de uiterste indieningsdatum is gepost of wanneer ze na de laatste nuttige dag wordt afgegeven tegen ontvangstbewijs.
De aangifte kan gebeuren per post: Gemeentebestuur Anzegem, Heirbaan 73 te 8570 Anzegem of via e-mail naar gemeentebelastingen@anzegem.be
Art.7: De belastingplichtige is gehouden elke wijziging in het aantal masten en/of pylonen waarvan hij eigenaar is geworden tijdens het belastingjaar van onderhavig reglement, op eigen initiatief aan het gemeentebestuur bekend te maken binnen de maand na de wijziging.
Art.8: Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 6 vastgestelde aangiftedatum of ingeval van onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte kan de belastingplichtige ambtshalve belast worden volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer wordt overgegaan tot ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruikt te maken van deze procedure de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van deze belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Als een belasting ambtshalve is gevestigd, moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.
Art.9: De overeenkomstig artikel 8 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 25%. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Wijze van invordering
Art.10: Het kohier wordt opgemaakt en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen en dit ten laatste op 30 juni van het jaar volgend op het aanslagjaar.
Betaaltermijn
Art.11: De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet door middel van overschrijving op het vermelde rekeningnummer.
Geschillen en bezwaren
Art.12: De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen voorzien in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen via duurzame dragen (e-mail) worden ingediend binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in bovenstaand lid. De contactgegevens voor het op deze wijze indienen van bezwaarschrift zijn: gemeentebelastingen@anzegem.be Als het bezwaarschrift verzonden wordt via deze weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de 15 dagen na indiening ervan.
Slotbepalingen
Art.13: Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Art.14: De toezichthoudende overheid wordt van de bekendmaking van dit reglement op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Art.15: Dit reglement wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De gemeenteraad nam in zitting van 16 december 2019 een belastingreglement aan op de verspreiding niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten en dit voor de periode van 2020 tot en met 2025. Dit reglement werd aangepast door de gemeenteraad in zitting van 8 april 2025 voornamelijk met betrekking tot het onderdeel 'aangifteplicht'. Dit belastingreglement loopt af op 31 december 2025 waardoor het noodzakelijk is het reglement te vernieuwen.
De verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken gebeurt in grote volumes en heeft een negatief effect op het milieu. Het gemeentebestuur heeft getracht om de verspreiding van reclamedrukwerk te beperken door aan de inwoners stickers ter beschikking te stellen met de vermelding ‘geen reclame aub’ (met logo van Anzegem).
Deze verspreiding van niet geadresseerd drukwerk (of gelijkgestelde producten) beïnvloeden de ophaling van papier en karton in die zin dat door de verspreiding de kostprijs voor de ophaling verhoogd wordt.
Vanuit milieu-oogpunt wil het gemeentebestuur bijkomende maatregelen nemen om de hoeveelheid aangeboden niet-geadresseerd drukwerk verder te beperken. Daarom wordt voorgesteld een belasting in te voeren op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde producten.
Dit belastingtarief werd sinds de aanvang van dit belastingreglement nog niet aangepast. Op basis van de evolutie van de gezondheidsindex (inflatie) is er op heden een stijging van ruim 24 % ten opzichte van januari 2020. Bijgevolg wordt voorgesteld om het belastingtarief te verhogen met 25 %
De voorziene vrijstellingen blijven ongewijzigd.
Het gemeentebestuur wenst de aanwezigheid van de lokale handel te behouden en verder te stimuleren. Vanuit milieuoogpunt is het zelf zeer interessant dat de inwoner van Anzegem goederen en diensten lokaal kan verwerven. Een van de actieplannen binnen het meerjarenplan ‘Daadkrachtig Anzegem’ is het promoten van alle handelaren in de gemeente. Het is niet de bedoeling om de kleine lokale handelaar die het aantal bedelingen per jaar beperkt, te belasten omdat hij weinig bijdraagt tot de te verwerken papierafvalberg. Daarom wordt volgende vrijstelling ingebouwd: het verspreiden van niet geadresseerde drukwerken door instanties die niet meer dan viermaal per jaar ongeadresseerde drukwerken (en/of gelijkgestelde producten) waarvan het gewicht niet hoger is dan 74 gram per verspreiding op het grondgebied van de gemeente Anzegem uitgegeven.
De gemeente ondersteunt het lokaal verenigingsleven en nam in het meerjarenplan ‘Daadkrachtig Anzegem’ hieromtrent een actieplan op. Om deze redenen worden ook volgende vrijstellingen opgenomen:
Drukwerk dat voor meer dan 50% bestaat uit tekst en/of beelden zonder handelskarakter voldoet aan een informatiebehoefte, waardoor een vrijstelling ervan is verantwoord.
De financiële toestand van de gemeente Anzegem rechtvaardigt en vereist de invoering van alle rendabele belastingen zodoende het budgettair evenwicht te kunnen behouden.
De ontvangen belastingen zullen geboekt worden onder:
Beleidsitem: 0020-00 (Fiscale aangelegenheden)
Algemene rekening:7342400 (Verspreiding ongeadresseerd reclamedrukwerk)
De grondwet, meer specifiek artikel 170§4;
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en latere wijzigingen;
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen;
Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2012 tot vaststelling van het Vlaamse reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Vlarema) en later wijzigingen;
De gecoördineerde omzendbrief KB/ABB 2019/2 d.d. 15 februari 2019 inzake de onderrichtingen over gemeentefiscaliteit vanwege het Agentschap voor Binnenlands bestuur.
Gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 houdende de vestiging van een belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde producten en dit voor de periode van 2020 tot en met 2025;
Gemeenteraadsbesluit van 8 april 2025 houdende de vaststelling van aanpassingen aan de belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde producten.
Het belastingreglement op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten als volgt vast te stellen:
Omschrijving en periode
Art.1: Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde producten, ongeacht ze in brievenbussen worden gedeponeerd of op de openbare weg worden verspreid. De verspreiding van hetzelfde drukwerk of gelijkgesteld product over een zeker tijdsverloop, wordt als één verspreiding aangezien.
Onder gelijkgestelde producten wordt verstaan: alle stalen en andere promo-artikelen die meegenomen kunnen worden, door de adverteerder aangeboden, die diensten, producten of transacties doen gebruiken, verbruiken of aankopen.
Collectieve adresaanduidingen per straat of gedeeltelijke adresvermeldingen wordt niet beschouwd als zijnde geadresseerd.
Belastingschuldige - belastingplichtige
Art.2: De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de opdracht gaf aan de drukker, of die opdracht gaf om het gelijkgestelde product te produceren. De belastingplichtige doet aangifte van zijn belastingschuld overeenkomstig artikel 5.
Wanneer deze opdrachtgever geen aangifte heeft gedaan overeenkomstig artikel 5 of niet gekend is op basis van gegevens waarover de gemeente beschikt, bestaat er een weerlegbaar vermoeden dat de verantwoordelijk uitgever als opdrachtgever is opgetreden.
De verantwoordelijk uitgever, drukker of producent van het gelijkgestelde product en of de natuurlijke of rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product wordt verspreid, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Tarieven
Art.3: De belasting wordt, op basis van het gewicht van het niet-geadresseerde drukwerk en de gelijkgestelde producten vastgesteld als volgt:
Bij een verspreiding over het hele grondgebied Anzegem wordt het aantal bussen gerekend die door de diensten van Bpost worden opgegeven.
Bij een gedeeltelijke verspreiding wordt het aantal bussen per deelgemeente die door de diensten van Bpost wordt opgegeven, aangerekend.
Vrijstellingen
Art.4: Vrijstelling wordt verleend voor:
Aangifteplicht
Art.5: De belastingplichtige doet binnen de 15 kalenderdagen na elk verstreken kwartaal, uiterlijk op 15 april, 15 juli, 15 oktober van het aanslagjaar en 15 januari van het jaar dat volgt op het aanslagjaar, aangifte bij de gemeente van de verspreiding binnen het verstreken kwartaal. Het aangifteformulier is ter beschikking gesteld via de gemeentelijke website. Hierbij moeten alle inlichtingen verstrekt worden, nodig voor de vestiging van de aanslag. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, zondag of feestdag, dan wordt de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag verplaatst.
De aangifte wordt ingediend op volgend adres: Gemeentebestuur Anzegem, Heirbaan 73 te 8570 Anzegem of via e-mail: financien@anzegem.be.
De gemeente kan een exemplaar van het verspreide drukwerk of van het verspreide gelijkgesteld product opvragen.
Art.6: Bij gebrek van aangifte binnen de in artikel 5 gestelde termijnen of ingeval van onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Indien het aantal verspreide exemplaren niet binnen de artikel 5 vastgestelde aangiftedata wordt medegedeeld, wordt de belasting berekend op basis van het aantal brievenbussen van de gemeente die door de diensten van Bpost worden opgegeven. Bij een verspreiding over het hele grondgebied Anzegem wordt het aantal bussen gerekend die door de diensten van Bpost worden opgegeven. Bij een gedeeltelijke verspreiding wordt het aantal bussen per deelgemeente die door de diensten van Bpost wordt opgegeven, aangerekend.
Vooraleer wordt overgegaan tot ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruikt te maken van deze procedure de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van deze belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Als een belasting ambtshalve is gevestigd, moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.
Art.7: De overeenkomstig artikel 6 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 25%. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Wijze van invordering
Art.8: Het kohier wordt opgemaakt en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen en dit ten laatste op 30 juni van het jaar volgend op het aanslagjaar.
Art.9: De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet door middel van overschrijving op het vermelde rekeningnummer.
Geschillen en bezwaren
Art.10: De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen voorzien in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen via duurzame dragen (e-mail) worden ingediend binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in bovenstaand lid. De contactgegevens voor het op deze wijze indienen van bezwaarschrift zijn: gemeentebelastingen@anzegem.be Als het bezwaarschrift verzonden wordt via deze weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de 15 dagen na indiening ervan.
Slotbepalingen
Art.11: Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Art.12: De toezichthoudende overheid wordt van de bekendmaking van dit reglement op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Art.13: Dit reglement wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De gemeenteraad nam in zitting van 16 december 2019 een belastingreglement aan op administratieve bescheiden en dit voor de periode van 2020 tot en met 2025. Het belastingreglement diende bijna jaarlijks aangepast te worden naar aanleiding van prijsaanpassingen door de hogere overheid. Dit belastingreglement loopt af op 31 december 2025 waardoor het noodzakelijk is het reglement te vernieuwen.
Het afleveren van allerhande administratieve stukken (elektronische identiteitskaarten en -documenten, rijbewijzen, reispassen...) brengt lasten mee voor de gemeente. Bovenop de kostprijs van de hogere overheid wordt een beperkte gemeentelijke belasting aangerekend. Deze gemeentelijke tarieven kunnen jaarlijks geïndexeerd en aangepast worden en dit omwille van volgende redenen:
De kostprijs voor de afgifte van zo'n stuk voor de burger wordt bepaald door de kostprijs die de hogere overheid aanrekent vermeerderd met een gemeentelijke bijdrage/belasting (gezien het afleveren door de gemeente werk met zich meebrengt), waarbij getracht wordt, daar waar mogelijk, tot een afgerond bedrag te komen om betalingstransacties aan de balies van Burgerzaken zo vlot mogelijk te laten verlopen. Hierbij kan niet meer gewerkt worden met een automatisch afrondingsprincipe omdat de gemeentelijke vergoeding voor de afgifte van identiteits- en verblijfsdocumenten hetzelfde bedrag moet zijn voor vreemdelingen als voor Belgische onderdanen. Dit was eerder een bemerking vanuit het Agentschap Binnenlands Bestuur naar aanleiding van de opmaak van het belastingreglement in 2019.
Het afrondingsprincipe blijft wel behouden bij de biometrische paspoorten (reispassen) en rijbewijzen gezien zich daar geen probleem stelt met de gevraagde gemeentelijke tarieven.
In het najaar van 2025 werd de gemeente er van op de hoogte gebracht dat FOD Binnenlandse Zaken (elektronische identiteitskaarten en -documenten) met ingang van 1 januari 2026 hun tarieven die men aanrekent aan de gemeenten indexeert, waardoor ook de gemeentelijke bijdrage/belasting dient aangepast te worden zodoende tot een afgerond bedrag te komen (waar mogelijk). Deze aanpassingen van de belastingen worden nu voorgelegd aan de gemeenteraad. Voor wat betreft de levering van rijbewijzen en reispassen mochten we op heden nog geen prijsaanpassing ontvangen vanuit de hogere overheid. Deze gemeentelijke belastingen hiervoor blijven dan ook ongewijzigd.
De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen zodoende het budgettair evenwicht te kunnen behouden.
De ontvangen belastingen zullen geboekt worden onder:
Beleidsitem: 0020-00 (Fiscale aangelegenheden)
Algemene rekening:7315000 (Andere belastingen: afgifte ident.bewijzen, paspoorten, trouwboekjes/uittreksels)
De grondwet, meer specifiek artikel 170§4;
Het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, en latere wijzigingen;
Het ministerieel besluit van 20 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 15 maart 2013 tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten voor Belgen, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar, de elektronische kaarten en elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemde onderdanen, en de biometrische kaarten en biometrische verblijfstitels , afgeleverd aan vreemde onderdanen van derde landen;
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen;
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen;
De gecoördineerde omzendbrief KB/ABB 2019/2 d.d. 15 februari 2019 inzake de onderrichtingen over gemeentefiscaliteit vanwege het Agentschap voor Binnenlands bestuur.
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 betreffende de vaststelling van de belasting op administratieve bescheiden;
Het gemeenteraadsbesluit van 13 december 2022 betreffende belasting op de administratief bescheiden - opheffing van het bestaand reglement van 16 december 2019 en de vervanging door een nieuw belastingreglement met ingang van 1 januari 2023;
Het gemeenteraadsbesluit van 13 februari 2024 betreffende belasting op de administratief bescheiden - opheffing van het bestaand reglement van 13 december 2022 en de goedkeuring nieuw belastingreglement;
Het gemeenteraadsbesluit van 12 november 2024 betreffende belasting op de administratief bescheiden - opheffing van het bestaand reglement van 13 februari 2024 en de goedkeuring nieuw belastingreglement;
Het gemeenteraadsbesluit van 14 januari 2025 betreffende belasting op de administratief bescheiden - aanpassing van het bestaand reglement van 12 november 2024;
Art.1: Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt bij het afleveren van de hierna vermelde administratieve stukken volgende gemeentebelasting gevestigd.
Art.2: De belasting is verschuldigd door de persoon aan wie het stuk door het gemeentebestuur op aanvraag of ambtshalve wordt uitgereikt.
Art.3: De belasting wordt vastgesteld als volgt:
Op de afgifte van een elektronische identiteitskaart voor Belgen:
De kostprijs aangerekend door de hogere overheid, vermeerderd met volgende gemeentelijk belasting:
Op de afgifte van een elektronisch identiteitsdocument voor Belgische kinderen onder de 12 jaar:
De kostprijs aangerekend door de hogere overheid, vermeerderd met volgende gemeentelijk belasting:
Op de afgifte van een elektronisch verblijfsdocument voor vreemdelingen die legaal op het grondgebied van het Rijk verblijven:
De kostprijs aangerekend door de hogere overheid, vermeerderd met volgende gemeentelijk belasting:
Op de afgifte van een elektronisch verblijfsdocument voor vreemdelingen jonger dan 12 jaar die legaal op het grondgebied van het Rijk verblijven:
De kostprijs aangerekend door de hogere overheid, vermeerderd met volgende gemeentelijk belasting:
Biometrisch paspoort voor meerderjarigen (reispassen)
De kostprijs aangerekend door de hogere overheid, vermeerderd met een gemeentelijke belasting van 6 euro. Wanneer de som van de kostprijs van de hogere overheid en de gemeentelijke belasting resulteert in een niet-afgerond totaalbedrag, wordt de gemeentelijke belasting verhoogd om het totaalbedrag af te ronden naar de bovenliggende euro.
Biometrisch paspoort voor minderjarigen (reispassen)
De kostprijs aangerekend door de hogere overheid. Er wordt hierop geen gemeentelijke belasting gevestigd. Wanneer de kostprijs van de hogere overheid resulteert in een niet-afgerond totaalbedrag, wordt een gemeentelijke belasting gevestigd om het totaalbedrag om af te ronden naar de bovenliggende euro.
(Voorlopig) rijbewijs in bankkaartmodel/internationaal rijbewijs
De kostprijs aangerekend door de hogere overheid, vermeerderd met een gemeentelijk belasting van 5 euro. Wanneer de som van de kostprijs van de hogere overheid en de gemeentelijke belasting resulteert in een niet-afgerond totaalbedrag, wordt de gemeentelijke belasting verhoogd om het totaalbedrag af te ronden naar de bovenliggende euro.
Kartonnen vreemdelingenkaart (immatriculatie-attest)
De kostprijs aangerekend door de hogere overheid, vermeerderd met een gemeentelijk belasting van 3 euro. Wanneer de som van de kostprijs van de hogere overheid en de gemeentelijke belasting resulteert in een niet-afgerond totaalbedrag, wordt de gemeentelijke belasting verhoogd om het totaalbedrag af te ronden naar de bovenliggende euro.
Art.4: Van de belasting zijn vrijgesteld zijn die stukken die krachtens een wet, een decreet, een koninklijk besluit of een andere overheidsbeslissing kosteloos door het gemeentebestuur worden afgegeven.
Art.5: De belasting en de eventuele verzendingskosten moeten bij de afgifte van het stuk contant worden betaald, tegen afgifte van een betalingsbewijs. Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.
Art.6: De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen voorzien in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Bezwaarschriften kunnen via duurzame dragen (e-mail) worden ingediend binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in bovenstaand lid. De contactgegevens voor het op deze wijze indienen van bezwaarschrift zijn: gemeentebelastingen@anzegem.be. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via deze weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Art.7: Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Art.8: De toezichthoudende overheid wordt van de bekendmaking van dit reglement op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Art.9: Dit reglement wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De gemeenteraad nam in zitting van 8 november 2022 een belastingreglement aan op het ontbreken van parkeerplaatsen en fietsstalplaatsen bij meergezinswoningen en dit voor de periode van 2023 tot en met 2025. Dit belastingreglement loopt af op 31 december 2025 waardoor het noodzakelijk is het reglement te vernieuwen.
Door de toenemende verdichting van de gemeentelijke centra en het toenemend gebruik van de auto wordt een steeds grotere parkeerdruk vastgesteld. Wanneer de bouwheer beslist om niet zelf te voorzien in de creatie van eigen parkeerplaatsen en/of fietsenstallingen, veroorzaakt dit heel wat parkeerdruk voor de parkeerplaatsen op het openbaar domein. Door dit gebrek aan private parkeergelegenheden dient de gemeente zelf te voorzien in de creatie van voldoende parkeerplaatsen en/of fietsenstallingen op het openbaar domein. Deze kost loopt hoog op. Deze belasting is een doelbelasting zodat bouwheren de verplicht opgelegde parkeerplaatsen in de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsstalplaatsen bij meergezinswoningen en goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 8 november 2022, toch zullen inrichten en zo bijdragen tot een goede ruimtelijke ordening. Indien dit om een stedenbouwkundige of technische reden onmogelijk of ongewenst is en bijgevolg gemotiveerd afgeweken wordt van de stedenbouwkundige verordening, dient deze vervangende belasting betaald te worden.
De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen zodoende het budgettair evenwicht te kunnen behouden.
Het belastingreglement blijft ongewijzigd qua inhoud.
De grondwet, meer specifiek artikel 170§4;
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen;
Het decreet van 22 december 2017 over het het lokaal bestuur met latere wijzigingen;
De gecoördineerde omzendbrief KB/ABB 2019/2 d.d. 15 februari 2019 inzake de onderrichtingen over gemeentefiscaliteit vanwege het Agentschap voor Binnenlands bestuur.
Gemeenteraadsbesluit van 8 november 2022 houdende de vaststelling van een belasting betreffende het ontbreken van parkeerplaatsen en fietsstalplaatsen bij meergezinswoniningen;
Gemeenteraadsbesluit van 8 november 2022 houdende de goedkeuring van de stedenbouwkundige verordening op het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsstalplaatsen.
Het belastingreglement op het ontbreken van parkeerplaatsen en fietsstalplaatsen bij meergezinswoningen als volgt vast te stellen:
Periode
Art.1: Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op het ontbreken van de nodige parkeerplaatsen en fietsstallingen bij meergezinswoningen, overeenkomstig de bepalingen betreffende het aantal aanwezig te zijn parkeerplaatsen en fietsenstallingen bij meergezinswoningen opgenomen in de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsstalplaatsen bij meergezinswoningen vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 8 november 2022.
Belastingplichtige - belastingschuldige
Art.2: De aanslag wordt gevestigd in hoofde van de houder van de omgevingsvergunning die vanwege de vergunningverlenende overheid op grond van deze vergunning een afwijking heeft bekomen van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsstalplaatsen bij meergezinswoningen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 8 november 2022. Als houder van die omgevingsvergunning wordt beschouwd diegene die de omgevingsvergunning bekwam of diegene die in zijn rechten en verplichtingen treedt om de werken, op basis van deze vergunning, uit te voeren.
Tarief
Art.3: De belasting wordt vastgesteld op 15 000 euro per ontbrekende parkeerplaats en 1 500 euro per ontbrekende fietsstalling.
Art.4: De belasting is verschuldigd bij het bekomen van een omgevingsvergunning waarbij gemotiveerd afgeweken wordt van de stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsstalplaatsen bij meergezinswoningen van 8 november 2022. In de motivering van de afwijking wordt het aantal ontbrekende parkeerplaatsen /fietsenstallingen bepaald dat als grondslag dient voor de belastingberekening.
Wijze van invordering
Art.5: Deze belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen en dit ten laatste op 30 juni van het jaar volgend op het aanslagjaar.
Art.6: De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet door middel van overschrijving op het vermelde rekeningnummer.
Geschillen en bezwaren
Art.7: De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen voorzien in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen via duurzame dragen (e-mail) worden ingediend binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in bovenstaand lid. De contactgegevens voor het op deze wijze indienen van bezwaarschrift zijn: gemeentebelastingen@anzegem.be Als het bezwaarschrift verzonden wordt via deze weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de 15 dagen na indiening ervan.
Slotbepalingen
Art.8: Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Art.9: De toezichthoudende overheid wordt van de bekendmaking van dit reglement op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Art.10: Dit reglement wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Het algemeen gemeentelijk subsidiereglement werd voor het laatst aangepast door de gemeenteraad in zitting van 10 oktober 2023 en is nu op bepaalde punten aan herwerking toe. De meeste van deze aanpassingen hebben betrekking op subsidies die ooit in het leven geroepen werden om de kosten voor afval (ophaling en verwerking), direct of indirect mee op te vangen en dit voor diverse doelgroepen. Gezien op 1 januari 2026 het nieuwe afvalbeleid in werking zal treden wordt voorgesteld deze subsidies stop te zetten. In het voorjaar van 2026 zal gekeken worden hoe een alternatieve subsidiëring kan uitgewerkt worden. Deze zal dan ter goedkeuring voorgelegd worden aan de raad.
Er wordt voorgesteld volgende subsidies met ingang van 1 januari 2026 stop te zetten:
Er wordt voorgesteld om onderstaande toe te voegen aan het subsidiereglement met ingang van 1 januari 2026:
Aanpassingen inzake voordelen aan personeel
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Gemeenteraadsbesluit van 3 maart 2003 betreffende goedkeuring regeling gedeeltelijke terugvordering huurprijs IMOG afvaleiland;
Gemeenteraadsbesluit van 8 september 2009 aangepast door het gemeenteraadsbesluit van 5 juli 2011 betreffende goedkeuring subsidiereglement voor aanvoer afval van de jeugdverenigingen naar het recyclagepark;
Raadsbesluit van 5 juli 2011 inzake wijzigen subsidiereglement voor aanvoer van afval van de jeugdverenigingen naar de containerparken.
Raadsbesluit van 11 juni 2020 inzake reglement toekennen gratis afvalzakken: goedkeuring wijziging.
Raadsbesluit van 16 december 2020 inzake Algemeen gemeentelijk toelagereglement: goedkeuring aanpassing.
Gemeenteraadsbesluit van 10 oktober 2023 betreffend de goedkeuring van de toevoeging aan het algemeen gemeentelijk subsidiereglement (gebruik lokaal en instrumenten fanfare/harmonie)
Art.1: Het algemeen gemeentelijk subsidiereglement, zoals voor het laatst aangepast door de gemeenteraad in zitting van 10 oktober 2023, aan te passen zoals in bijlage opgenomen en treedt in werking op 1 januari 2026.
Art.2: Het gemeenteraadsbesluit van 3 maart 2003 betreffende de goedkeuring regeling terugvordering huurprijs IMOG afvaleiland wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.
Art.3: Het gemeenteraadsbesluit van 8 september 2009 aangepast door het gemeenteraadsbesluit van 5 juli 2011 betreffende goedkeuring subsidiereglement voor aanvoer afval van de jeugdverenigingen naar het recyclagepark wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.
Art.4: De toezichthoudende overheid wordt van de bekendmaking van dit reglement op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Art.5: Dit reglement wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en later wijzigingen.
Het gecoördineerd gemeentelijk retributiereglement, voor het laatste aangepast door de gemeenteraad in zitting van 9 september 2025, werd naar aanleiding van de opmaak van het nieuw meerjarenplan 'Daadkrachtig Anzegem' volledig tegen het licht gehouden en geactualiseerd. Er wordt voorgesteld de laatste versie van het gecoördineerd gemeentelijk retributiereglement op te heffen met ingang van 1 januari 2026 en dit te vervangen door de geactualiseerde versie.
Een retributie wordt aanzien als een kostendekkende of billijke vergoeding die de overheid van de begunstigde vordert als tegenprestatie voor de levering van een bijzondere dienst of voor het verkrijgen van de toestemming voor een rechtstreeks persoonlijk voordeel waar de begunstigde zelf om heeft verzocht.
De tarieven opgenomen in het retributiereglement werden bij beslissing van de gemeenteraad dd 16 december 2019 niet langer jaarlijks geïndexeerd en werden de voorbije jaren dan ook niet aangepast aan de (bij momenten hoge) inflatie. Hierdoor zijn de prijzen niet meer up-to-date. Tevens zijn een aantal tarieven eerder laag ingeschat waardoor ze niet als marktconform kunnen beschouwd worden. Uit de (interne) omgevingsanalyse bleek ook dat de ontvangsten uit de eigen werking in vergelijking met gelijkaardige gemeenten relatief laag uitvallen, dit ondanks de uitgebreide dienstverlening.
| Jaarlijks gemiddelde ontvangsten per inwoner periode 2020-2023 |
Anzegem |
Belfius-cluster |
| Ontvangsten uit werking |
€112,30 (7%) |
€214,61 (12%) |
De actualisatie werd op volgende wijze aangepakt:
Er wordt voorgesteld dit gecoördineerd gemeentelijk retributiereglement aan te nemen met ingang van 1 januari 2026. Uitzondering hierop is de verkoop van de retributiesticker bij restafvalzakken (in overgangsfase), de aanrechtemmertjes en de daarbij horende papieren zakken. Die kunnen met onmiddellijke ingang, hetzij vanaf 16 december 2025, gekocht worden in het gemeentehuis (De Vierschaar 1) en het Sociaal Huis (Lieven Bauwensstraat 40). Tot slot zijn er ook nog twee tarieven die later in 2026 zullen ingaan. Dit gaat om de tarieven en de sanctionerende toeslagen BKO die zullen ingaan op 1 maart 2026 gezien prijsaanpassingen minstens 2 maanden op voorhand moeten overgemaakt worden aan de ouders en de tarieven voor zwemlessen en zwemreeksen die aangepast worden met ingang van 1 september 2026 gezien de inschrijvingen voor de periode januari-juni 2026 al achter de rug zijn.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 inzake Algemeen gemeentelijk retributiereglement (m.b.t. tarieven activiteiten Sportdienst, Jeugddienst en Bibliotheek en verwijderen jaarlijks indexeringen): goedkeuring aanpassingen;
Gemeenteraadsbesluit van 9 september 2025 tot aanpassing van het algemeen gemeentelijk retributiereglement - rubriek begraafplaatsen.
Art.1: het huidig gecoördineerd gemeentelijk retributiereglement, voor het laatst aangepast door de gemeenteraad in zitting van 9 september 2025, op te heffen met ingang van 1 januari 2026.
Art.2: het nieuw en geactualiseerd gecoördineerd gemeentelijk retributiereglement zoals opgenomen in bijlage goed te keuren (20260101_gecoordineerd_retributiereglement_gemeente_Anzegem.pdf) en in werking te laten treden vanaf 1 januari 2026. Enige uitzonderingen hierop zijn de verkoop van de retributiesticker voor de restafvalzak (in overgangsfase), de aanrechtemmertjes en de daarbij horende papieren zakken die met onmiddellijke ingang (vanaf 16 december 2025) kunnen gekocht worden in het gemeentehuis (De Vierschaar 1) en het Sociaal Huis (Lieven Bauwensstraat 40). Tevens zijn er ook nog twee tarieven die later in 2026 zullen ingaan. Dit gaat om de tarieven en de sanctionerende toeslagen BKO die zullen ingaan op 1 maart 2026 gezien prijsaanpassingen minstens 2 maanden op voorhand moeten overgemaakt worden aan de ouders en de tarieven voor zwemlessen en zwemreeksen die aangepast worden met ingang van 1 september 2026 gezien de inschrijvingen voor de periode januari-juni 2026 al achter de rug zijn.
Art.3: De toezichthoudende overheid wordt van de bekendmaking van dit reglement op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Art.4: Dit reglement wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en later wijzigingen.
De leden van de Algemene Vergadering van de wereldraad Anzegem keurden het jaarplan 2026 goed in de vergadering van 19 november 2025.
Het jaarplan omvat volgende onderdelen: werkingsmiddelen wereldraad (organisatie interne vergaderingen, inspiratiemomenten, sensibiliserende acties, ...), aanbod geïnspireerd op mondiaal bewustzijn voor kinderen + busvervoer, 11.11.11.- actie (verspreiden solidariteitsbrieven per post, toelage per inwoner, jaarlijks evenement en kasactie), fairtrade initiatieven, participeren in het regionaal MOOOV filmfestival met aanbod naar scholen toe, nominatieve toelage en aanbieden jaarlijks Uitpas omruilvoordeel.
decreet Lokaal Bestuur
Art. 1 : het jaarplan 2026 van de wereldraad als volgt goed te keuren :
|
|
||
|
|
UITGAVEN |
|
| Toelage gemeente: € 6.000 |
Werking raad (vergaderingen, inspiratiemomenten, attentie vrijwilligers, …) |
€ 1.000 |
| Inbreng reserve 2025 |
Wereldraad geïnspireerd aanbod seizoen 26 – 27 in het kader van de schoolvoorstellingen + extern busvervoer |
€ 3 000
€ 1.500 |
|
|
11 11 11 -actie (lokaal versturen formulieren, toelage per inwoner, organisatie jaarlijks evenement) |
€ 4 000 |
|
|
||
|
|
Fair-trade initiatieven (herwerking KABA, voorstelling Cacao Quest rond consumentengedrag 16+, deelname Faire Ronde ? ) |
€ 3 500 |
|
|
Participeren in MOOOV filmfestival regionaal (aanbod scholen, busvervoer) |
€ 1.300 |
|
|
Organisatie infoavond |
€ 1 000 |
|
|
Nominatieve toelagen |
€ 500 |
|
|
Omruilvoordelen Uitpas |
€ 200 |
| TOTAAL INKOMSTEN |
|
TOTAAL UITGAVEN |
| € 16 000 |
|
€ 16 000 |
Op de algemene vergadering van de wereldraad dd 15 september 2025 werd het advies uitgesproken om het resterend bedrag voorzien voor noodhulp, zijnde €800 toe te kennen aan UNHCR en meer bepaald voor de dramatische situatie in en rond Soedan. Door het dodelijk gewapend conflict tussen de Soedanese Volkskrijgmacht (SAF) en de paramilitaire groepering Rapid Support Forces (RFS) worden honderdduizenden mensen uit hun huizen verdreven, vallen er honderden doden en duizenden gewonden en zijn duizenden gezinnen op de vlucht geslagen zowel binnen het land zelf als over de grenzen heen. Het land word geteisterd door water-, voedsel- en brandstoftekorten, beperkte vervoers- en communicatiemogelijkheden, gebrekkige toegang tot elektriciteit en torenhoge prijzen voor basisgoederen. UNHCR en haar partners hebben noodteams ter plaatse en helpen de autoriteiten met het opzetten van transitcentra, het registreren van mensen op de vlucht die aankomen in de kampen, het opvolgen van hun bescherming en het ter beschikking stellen van noodvoorzieningen zoals dekens, zeep en muskietennetten.
UNHCR (=United Nations High Commissioner for Refugees) is de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties. Al meer dan 70 jaar leiden en coördineren ze over de hele wereld hulpacties om vluchtelingen te beschermen en oplossingen te zoeken voor vluchtelingensituaties.
Op de gemeenteraad van 14 oktober 2025 werd het punt tot toekennen noodhulp voor bedrag van €800 aan Soedan via UNHCR (= United Nations High Commissioner for Refugees) ten behoeve van vluchtelingen, verdaagd met de vraag naar terugkoppeling -nieuwe- samenstelling wereldraad.
Hun advies, opgesteld 19 november 2025, luidt als volgt:
De AV wereldraad (nieuwe samenstelling) wil zich nadrukkelijk aansluiten bij het op de vergadering van 9 april 2025, uitgebrachte advies van de toenmalige wereldraad om binnen het gemeentelijk jaarlijks beschikbare budget van €7500, €5000 te voorzien voor structurele hulp via projecten van inwoners in het zuiden en de overige €2500 te behouden voor acute humanitaire noodsituaties te wijten aan natuurrampen, oorlogssituaties, gewapende conflicten, hongersnoden, ….
Bij de talloze vragen tot hulp die de gemeentelijke diensten maandelijks bereiken, wordt op elke AV kritisch gekeken naar welke organisatie dit aanvraagt en ten gevolge van welk gebeuren. De vertegenwoordigers van 4de pijlers zitten op dat moment mee aan de tafel om hierover te beslissen en staan ook achter het advies om apart noodhulp via -overigens bonafide- organisaties te blijven voorzien. Heel vaak doen deze noodsituaties zich voor in gebieden waar er geen rechtstreekse link is met een 4de pijler project vanuit Anzegem en dan wordt er samen gekeken naar een wel aanwezige, betrouwbare en goed uitgeruste hulporganisatie.
Het verdaagd advies vanuit WR voor toekennen van noodhulp ( €800) aan UNHCR in Soedan, blijft jammer genoeg tot op heden urgent. Als de Verenigde Naties als hulporganisatie geen vertrouwen meer kan opwekken, dan is er toch iets mis met de perceptie hier.
Bij deze wil AV zijn advies tot nadrukkelijk toekennen noodhulp aan UNHCR voor €800, herhalen.
De nodige budgetten hiertoe zijn voorzien in het gemeentelijk meerjarenplan onder budgetpost GBB/int. sol./0160-00/6490020
Decreet Lokaal Bestuur
Art. 1: een bedrag van €800 toe te kennen als noodhulp voor UNHCR voor het lenigen van vluchtelingennoden in en rond Soedan.
Voor de aankoop van allerlei informatica (desktopapparatuur, licenties, consultancy, ICT infrastructuur en multimedia uitrusting), is het aangewezen om beroep te kunnen doen op vertrouwde leveranciers en om op een vlotte en efficiënte manier bestellingen te kunnen plaatsen, alsook om de nodige professionele support te kunnen verkrijgen (die bij deze aankopen horen).
De mogelijkheid bestaat om deel te nemen aan de raamovereenkomst 'ICT Raamcontract 2025-2031' die stad Brugge sloot voor de periode 2025 tot 2031 (3 jaar met de mogelijkheid om 3 maal met 1 jaar te verlengen). De opdracht gaat van start, volgens de gegunde data van de individuele contracten. Deelname is vrijblijvend en er is geen verplichte afname.
De raamovereenkomst werd in volgende 6 contracten gegund door de stad Brugge:
- contract 1: ICT Desktopapparatuur (via occasionele samenwerking Facilitair Bedrijf Vlaanderen), gegund aan Dustin Belgium nv, Wingepark 5a te 3110 Rotselaar, met ingang van 16 april 2025.
- contract 2: Licenties (administratieve ondersteuning Facilitair Bedrijf Vlaanderen), gegund aan Inetum Realdolmen Belgium, Vaucampslaan 42 te 1654 Huizingen, met ingang van 6 december 2024.
- contract 3: Glasvezel - niet gegund, procedure stopgezet
- contract 4: Consultancy met 3 percelen:
- Perceel 1: Consultancy software ontwikkeling, automatisering en data, gegund aan Cronos Public Services nv, Veldkant 33A te 2550 Kontich, met ingang van 15 juli 2025.
- Perceel 2: Consultancy systeembeheer, gegund aan Inetum Realdolmen Belgium nv, Bedrijvenlaan 4 te 2800 Mechelen, met ingang van 15 juli 2025.
- Perceel 3: Consultancy security, gegund aan Inetum Realdolmen Belgium nv, Bedrijvenlaan 4 te 2800 Mechelen, met ingang van 15 juli 2025.
- contract 5: ICT Infrastructuur met 4 percelen:
- Perceel 1: netwerkinfrastructuur, gegund aan Inetum Realdolmen Belgium nv, Bedrijvenlaan 4 te 2800 Mechelen, met ingang 1 december 2025
- Perceel 2: draadloze infrastructuur (procedure nog lopende)
- Perceel 3: Servers & storage, gegund aan Inetum Realdolmen Belgium nv, Bedrijvenlaan 4 te 2800 Mechelen, met ingang van 3 oktober 2025.
- Perceel 4: security infrastructuur, gegund aan NTT Belgium, Telecomlaan 5/7 te 1831 Diegem, met ingang van 3 oktober 2025.
- contract 6: Multimedia uitrusting, gegund aan Play AV, Venecoweg 2 te 9810 Nazareth, met ingang van 1 augustus 2025.
Er is interesse om af te nemen van contracten 1 (ICT desktopapparatuur), 2 (licenties), 4 (consultancy), 5 (ICT infrastructuur) en 6 (multimedia uitrusting).
Er is geen kostprijs bij toetreding tot het raamcontact.
Per afname van een contract bedraagt de vergoeding voor stad Brugge 1%, behalve op licenties is het 0.25%.
De gemeente kan van de mogelijkheid tot afname van de raamovereenkomst via de aankoopcentrale gebruik maken waardoor zij krachtens artikel 47, § 2 van de wet van 17 juni 2016 is vrijgesteld van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren.
Deelname aan de raamovereenkomst biedt administratieve, financiële en technische voordelen.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld toe te treden tot de raamovereenkomst.
Indien komende jaren een beroep gedaan wordt op de diensten die deze raamovereenkomst biedt, komt dit van een investerings- of exploitatierekening.
Het besluit van 11 februari 2025, houdende vaststelling van de opdrachten voor werken, leveringen en diensten die kunnen beschouwd worden als opdrachten van dagelijks bestuur.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikelen 2, 6° en 47 §2 die de aanbestedende overheden vrijstelt van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren wanneer ze een beroep doen op een aankoopcentrale.
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
De beslissing van de gemeenteraad d.d. 11 februari 2025 betreffende de definitie van het begrip 'dagelijks bestuur' en de visumplichtige verrichtingen.
Art.1: Deelname aan de raamovereenkomst ‘ICT Raamcontract 2025-2031’ van stad Brugge voor de aankoop van apparatuur, licenties, infrastructuur en diensten voor een looptijd van 3 jaar (tot 3 keer met 1 jaar verlengbaar) en met ingang volgens de gegunde data van de individuele contracten, goed te keuren.
Art.2: Kennis te geven van dit besluit aan de toezichthoudende overheid volgens de regels vervat in het Decreet Lokaal Bestuur houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het algemeen bestuurlijk toezicht op de gemeenten.
De leden van de adviesraad LOK keurden het jaarplan 2026 goed in de vergadering van 25 november 2025. Dit jaar omvat volgende thema's: werkingskosten, informatie- en vormingsactiviteiten en projecten. De benodigde kredieten zijn ingeschreven in de meerjarenplanning.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Art.1: Het jaarplan 2026 voor LOKA als volgt goed te keuren:
| INKOMSTEN |
UITGAVEN |
|
| Toelage gemeente: €3000 |
Werkingskosten |
€ 300 |
|
|
Informatie- en vormingsactiviteiten |
€ 2200 |
|
|
||
|
|
Projecten |
€ 500 |
| TOTAAL INKOMSTEN |
|
TOTAAL UITGAVEN |
| € 3000 |
|
€ 3000 |
Art.2: Kennis te geven van dit besluit aan de toezichthoudende overheid volgens de regels vervat in het decreet lokaal bestuur.
De leden van de algemene vergadering van de gezins- en welzijnsraad keurden het jaarplan 2026 goed op 12 november 2025. Dit jaarplan omvat volgende thema's: toelagen aan verenigingen, werkingskosten gezins- en welzijnsraad en informatie- en vormingsactiviteiten. De benodigde kredieten zijn ingeschreven in het meerjarenplan.
Decreet lokaal bestuur
Art.1: Het jaarplan 2026 voor de gezins- en welzijnsraad wordt als volgt goedgekeurd:
|
|
||
|
|
UITGAVEN |
|
| Toelage gemeente: € 10.000 |
Toelagen aan verenigingen |
€ 6.000 |
|
|
Werkingskosten: administratie, vergaderingen, materiaal raad, publiciteit, reiskosten,… |
€ 1.000 |
|
|
||
|
|
Informatie- en vormingsactiviteiten |
€ 3.000 |
| TOTAAL INKOMSTEN |
|
TOTAAL UITGAVEN |
| € 10.000 |
|
€ 10.000 |
Art.2: Kennis te geven van dit besluit aan de toezichthoudende overheid volgens de regels vervat in het decreet lokaal bestuur.
Het jaarplan 2026 van de seniorenadviesraad werd ter goedkeuring voorgelegd aan de leden van de algemene vergadering op 27 november 2025 en unaniem goedgekeurd.
Dit jaarplan omvat volgende thema's: toelagen aan verenigingen, kosten voor organisatie van ontspannende, informatieve en vormende activiteiten, projecten.
De benodigde kredieten zijn ingeschreven in de meerjarenplanning.
Decreet Lokaal Bestuur
Art. 1: Het jaarplan 2026 voor de seniorenadviesraad wordt als volgt goedgekeurd:
| INKOMSTEN |
UITGAVEN |
|
| Toelage gemeente: € 31.500
|
Toelagen aan verenigingen |
€ 4.000 |
|
|
Werkingskosten: administratie, drukwerk, vergaderingen, materiaal raad, reiskosten,… |
€ 6.500 |
|
|
||
|
|
Informatie- en vormingsactiviteiten en ontspannende activiteiten met inbegrip van gezamenlijke ontmoetingsnamiddag gemeente/ SAR |
€ 5.000 |
|
|
Projecten: seniorenuitstap, pakketten 85-plus activiteit in woon- en zorgcentra, mantelzorg project aktivtourpas, project gezondheid |
€ 14.000 |
|
|
Project 80-84-jarigen
|
€ 2.000 |
|
|
Reserve |
€ 0 |
| TOTAAL INKOMSTEN |
|
TOTAAL UITGAVEN |
| € 31.500 |
|
€ 31.500 |
Art. 2: Kennis te geven van dit besluit aan de toezichthoudende overheid volgens de regels vervat in het decreet lokaal bestuur.
In het kader van het Lokaal Energie- en Klimaatpact (LEKP) sloten de lokale besturen in de regio ook een samenwerkingsovereenkomst af met Leiedal, waarbij zij beroep doen op één of meerdere detacheringsprofielen (zoals een energiemakelaar, projectmedewerker klimaat of patrimoniumbeheerder). Deze samenwerkingsovereenkomst loopt tot en met 31 december 2025.
De Vlaamse Regering heeft intussen beslist om het LEKP geleidelijk uit te doven, met enkel een beperkte verlenging van LEKP 1.0 tot en met eind 2026.
Leiedal wil ook voor dit laatste verlengingsjaar de lokale besturen blijven ondersteunen met expertise, coördinatie en detacheringen. De Raad van Bestuur van Leiedal besliste dd. 27 juni 2025 om de procedure om deze samenwerkingsovereenkomst, onder dezelfde modaliteiten, met één jaar te verlengen, op te starten. Zo kunnen steden en gemeenten ook in 2026 beroep blijven doen op één of meerdere detacheringsprofielen.
Met zicht op deze verlenging wordt aan elk lokaal bestuur de kans gegeven om de tijdsinzet voor elk profiel opnieuw vast te leggen. De enige voorwaarde om hierop beroep te doen, is dat er een minimale tijdsinzet van 0,1 VTE per profiel geldt.
Momenteel doet de gemeente op die manier via deze samenwerkingsovereenkomst met Leiedal beroep op een patrimoniumbeheerder werkzaam in de dienst Infrastructuur (rond energie eigen patrimonium) voor 0,1 VTE.
Op basis van de ervaringen en gezien het nodige werk voor de uitwerking van het energiezorgplan wordt voorgesteld in 2026 een beroep te doen op de inzet van een patrimoniumbeheerder (energie eigen gebouwen) voor de dienst Infrastructuur voor 0,2 VTE.
Decreet lokaal bestuur
De beslissing van de gemeenteraad dd. 14 september 2021 betreffende de ondertekening van het Lokaal Energie- en Klimaatpact.
De beslissing van de gemeenteraad dd. 12 april 2022 betreffende goedkering van de regionale overeenkomst met Leiedal in het kader van het Lokaal Energie- en Klimaatpact.
Art.1: het addendum van de regionale overeenkomst met Leiedal in het kader van het Lokaal Energie- en Klimaatpact zoals opgenomen in bijlage goed te keuren.
De gemeente Anzegem neemt deel aan het Klimaatfonds Leiedal dat in 2023 werd opgericht en waarvan de overeenkomst loopt tot en met 31 december 2025.
Leiedal stelt aan de gemeenten voor het Klimaatfonds te verlengen voor een bepaalde duur van 3 jaar, meer bepaald voor een periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028. Na drie jaar wordt het Klimaatfonds Leiedal collectief geëvalueerd, op basis waarvan elke gemeente individueel kan beslissen om al dan niet opnieuw te verlengen (met een mogelijke opzegperiode in 2029).
Deelname impliceert een jaarlijkse bijdrage van maximum 0,50 euro per inwoner.
De beslissing van de gemeenteraad dd. 08 november 2022, betreffende de goedkeuring van de overeenkomst tot oprichting, werking en beheer van het Klimaatfonds Zuid-West-Vlaanderen tussen Leiedal en de lokale besturen.
Art 1: De overeenkomst (met bijlagen 1-5) met betrekking tot de samenwerking in het kader van het Klimaatfonds Leiedal 2026-2029 zoals opgenomen in bijlage goed te keuren.
Het lokaal bestuur is bevoegd om opdrachten te definiëren als Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB). De dienstverlening waarvan sprake - klus-, tuin- en verhuisopdrachten - is ontegensprekelijk economisch van aard: er worden diensten geleverd aan mensen en dit tegen betaling van een vergoeding. Het algemeen belang wordt verantwoord vanuit de aandacht die het lokaal bestuur geeft aan deze dienstverlening, het feit dat de diensten geleverd worden bij mensen thuis of dat de finale begunstigden (kwetsbare) burgers zijn.
Het overheidsoptreden zorgt enerzijds voor beschikbaarheid – creatie van een aanbod waar de markt faalt – en remedieert anderzijds op het niveau van betaalbaarheid (kansentarief, klantentarief & zorgtarief) en algemene toegankelijkheid van de dienstverlening door deze expliciet te richten op mensen die zelf niet in staat zijn omwille van medische, mentale, psychologische redenen of handicap, dan wel onvoldoende bemiddeld zijn om deze dienstverlening tegen tarieven van de markt in te kopen.
Het blijft van belang om de uitvoering van de onderhavige maatschappelijke opdracht verder te koppelen aan het creëren van tewerkstellingskansen voor mensen met een beperkte afstand tot de arbeidsmarkt.
Een Dienst van Algemeen Economisch Belang, globaal benoemd als 'Klus-, tuin- en verhuisopdrachten in functie van dienstverlening aan kwetsbare burgers', omvat het ontwikkelen van een aanbod aan:
Het lokaal bestuur staat in voor de opleg tussen het bedrag dat de klant/gebruiker betaalt voor de uitvoering van de dienstverlening (cf. de diverse doelgroepen en tarieven die hierbij vastgelegd werden) en de uurprijs die door Poerderie aangerekend wordt.
De concrete financiële impact is moeilijk exact in te schatten en te voorspellen, maar een simulatie op basis van de cijfers van 2024 (= het laatste jaar waarbij we over volledige cijfers beschikken) toont het volgende:
- voor de in 2024 gepresteerde prestaties van de Poerderie, betaalden we een totale opleg van 5.134,62 € voor in totaal bijna 330 gepresteerde uren.
- als we de nieuwe tarieven hierop toepassen zou de opleg vanuit het lokaal bestuur stijgen met 1.886,49 € tot 7.021,11 €
Deze middelen werden voorzien in de voorstellen opgenomen in het ontwerp van meerjarenplan.
De recent toegekende middelen voor lokale sociale economie bedragen voor Anzegem ongeveer 27.000 € en kunnen o.a. aangewend worden om deze opleg te financieren.
Besluit 2012/21/EU van de Europese Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen, om de vergoedingen in dit kader te conformeren aan de regels van staatssteun
Raadsbesluit van 16 december 2019 inzake vaststelling van een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) 'karweidienst'
Art. 1: Op basis van de bovenstaande motivering op het grondgebied van Anzegem over te gaan tot vaststelling van een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) m.b.t. klus-, groen- en verhuisopdrachten voor de periode van 1 januari 2026 tot 31 december 2031 (einde van het eerste jaar van de volgende legislatuur) en deze inhoudelijk als volgt af te bakenen:
Art. 2: Vanuit het vernoemde regionaal kader, de doelgroepen en de financiële opleg/compensatie vanuit het lokaal bestuur als volgt vast te leggen:
KANSENTARIEF
KLANTENTARIEF
ZORGTARIEF
Deze categorie is er voor mensen die een inkomen hebben boven het referentiebudget en geen recht hebben op verhoogde tegemoetkoming maar die toch een zorgvraag hebben waar aanvullende dienstverlening een antwoord kan op bieden. De inschatting naar de zorgnood wordt gemaakt door het sociaal huis of door de dienst Thuiszorg.
Deze voorwaarden kunnen zijn (niet-limitatief):
Aandeel cliënt – aandeel lokaal bestuur: 100% aandeel cliënt en 0% aandeel lokaal bestuur. Bij deze groep staat de klant zelf in voor het betalen van de factuur. Deze groep geniet wel een vrijstelling van de btw.
REGULIER TARIEF
Aandeel cliënt – aandeel lokaal bestuur (particulier tarief): 100% aandeel cliënt en 0% aandeel lokaal bestuur.
Deze groep wordt bediend zoals op de reguliere markt. Rond deze klantgegevens wordt niet gecommuniceerd. Dit volume kan worden aangewend als buffer om de tewerkstelling binnen Individueel Maatwerk (IMW) te garanderen. Tevens zijn dit goede oefenwerkvloeren om de aansluiting met de reguliere arbeidsmarkt te kunnen overbruggen. Deze groep kent geen budgettaire impact voor het lokaal bestuur.
Art. 3: De effectieve bedragen en verdere modaliteiten vast te leggen in de samenwerkingsovereenkomst met de onderneming die belast wordt met de DAEB.
Art. 4: Jaarlijks controles uit te voeren op de compensatieregeling en in het geval van een eventuele overcompensatie, het overschot terug te vorderen.
Om verder gebruik te kunnen maken van de gemeenschappelijke bibliotheeksoftware en de digitale dienstverlening naar bibliotheekgebruikers dient het addendum aan de Overeenkomst Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek voor openbare bibliotheken, opgesteld door CultuurConnect, goedgekeurd te worden.
De Overeenkomst Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek tussen Cultuurconnect en de bibliotheken loopt af eind 2025.
Het addendum wordt toegevoegd met het oog op een verlenging van deze overeenkomst voor één jaar. Na deze periode kan de overeenkomst nog twee jaar stilzwijgend verlengd worden, tot uiterlijk eind 2028. Op die manier wordt gestreefd naar een continuering van de basisinfrastructuur en wordt voldoende tijd voorzien om de toekomst van de basisinfrastructuur vorm te geven. Verder voegt dit addendum een artikel inzake Interbibliothecair leenverkeer (IBL) toe aan de overeenkomst. Het addendum is reeds besproken op en goedgekeurd door de stuurgroep digitale bibliotheek.
Er is geen financiële impact door het ondertekenen van dit addendum dat toegevoegd wordt aan de bestaande overeenkomst. Het nodige budget blijft zoals voorzien in de begroting van de meerjarenplanning, mits indexatie.
Jaarlijks is er voldoende krediet, inclusief indexverhogingen, voorzien voor de Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek op de jaarbudgetrekening GBB_ICT/0119-01/6151010 "Overig ICT - onderhoudscontracten". De factuur voor 2025 bedroeg 5800 euro.
Decreet Lokaal bestuur
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen
Decreet Lokaal Cultuurbeleid van 6 juli 2012 en latere wijzigingen
Het Gemeenteraadsbesluit d.d. 3 juli 2007 punt 10.1 betreffende de instap van de gemeentelijke bibliotheek in het provinciaal bibliotheeksysteem.
Gemeenteraadsbesluit d.d. 28 februari 2018 punt Cultuur en bibliotheek: Bibliotheekcharter #bibvooriedereen.
Het Collegebesluit d.d. 10 januari 2017 betreffende het Provinciaal Bibliotheeksysteem (samenwerking provincie West-Vlaanderen en Cultuurconnect).
Het Collegebesluit d.d. 28 november 2018 betreffende de Opvolging Aansluiting op het Eengemaakt Bibliotheeksysteem en de Gemeenschappelijke Basisinfrastructuur voor openbare bibliotheken.
De Gemeenteraadsbeslissing van 15 mei 2014 betreffende Goedkeuren overeenkomst tussen de Provincie West-Vlaanderen en de Gemeente betreffende de voortzetting van aansluiting van de openbare bibliotheek op het Provinciaal Bibliotheeksysteem.
De Gemeenteraadsbeslissing d.d. 10 september 2019 betreffende de Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek voor Openbare Bibliotheken – goedkeuring overeenkomst
Gemeenteraadsbesluit d.d. 11 juni 2020 - Aanpassingen door Cultuurconnect aan de Overeenkomst Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek voor openbare bibliotheken: goedkeuring.
Art. 1: Het addendum bij de overeenkomst Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek voor openbare bibliotheken, terug te vinden in bijlage, goed te keuren.
De gemeente Anzegem heeft op heden met twee lokale muziekverenigingen, Koninklijke fanfare Sint-Cecilia Vichte en Koninklijke Harmonie Anzegem-Ingooigem, een gebruiksovereenkomst voor het gebruik van een gemeentelijk lokaal op exclusieve basis. Deze gebruiksovereenkomsten werden goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 11 oktober 2022 en lopen af op 31 december 2025. Om de goede werking van deze verenigingen te bewerkstelligen en gezien het goede verloop van deze samenwerking wordt voorgesteld deze overeenkomsten te verlengen.
Koninklijke fanfare Sint-Cecilia Vichte
In het verleden werd steeds een gebruiksovereenkomst afgesloten voor het ter beschikking stellen van de gerenoveerde bijgebouwen van de Stringe, uitgezonderd het gedeelte dat voor de renovatie dienstig was als opbergruimte voor decorstukken. De naleving ervan gaf geen aanleiding tot moeilijkheden.
De huurprijzen voor de culturele infrastructuur werden begin januari 2018, bij de opstart van het digitaal reservatiesysteem, herwerkt. Er werd toen gekozen om te werken met een uurtarief (per gereserveerd uur) ter vervanging van een tarief per activiteit en activiteitstype. Door de herwerking van de tarieven leek het beter werkbaar om een maandelijks forfaitair bedrag, inclusief het verbruik van de nutsvoorzieningen, aan te rekenen voor de huur van het lokaal en bijhorende berging, waarbij Sint-Cecilia onbeperkt kan repeteren en gebruik maken van het lokaal.
Het forfaitair bedrag van 110 euro/maand is berekend op basis van een simulatie van wat zij desgevallend voor een gelijkaardig gebruik van de Stringe zouden betalen, daarbij ook rekening houdend met de exclusiviteit & de omvang van de ter beschikking gestelde lokalen. Sint-Cecilia moet, in tegenstelling tot heel wat andere (Vichtse) verenigingen, nooit een repetitie- of vergaderruimte vastleggen en geniet dus altijd van een volledige beschikbaarheid van de eigen lokalen en kan, in tegenstelling tot gehuurde ruimtes in de Stringe, het lokaal altijd laten staan volgens de opstelling zoals zij dit willen. De lokalen in de Stringe zijn op bepaalde momenten heel druk bevraagd, een eigen lokaal hebben zoals Sint-Cecilia is dus zeker een onmiskenbaar voordeel.
Het voorgestelde bedrag van 1320 euro/jaar à rato van 110 euro forfaitair per maand is als dusdanig bepaald op basis van wekelijkse repetities (fanfare en drumband), een maandelijkse bestuursvergadering en de kost van een berglokaal met wat marge omwille van extra in te calculeren, moeilijk vooraf door te geven activiteiten (nieuwjaarsreceptie, St Ceciliaviering, extra repetities in de aanloop naar een concert, exclusiviteit, omvang en gebruiksgemak van de ter beschikking gestelde lokalen)
Er wordt voorgesteld om geen periodieke poetsondersteuning (1x/6 weken) door iemand van het gemeentepersoneel te voorzien omdat er nu al heel veel moet gepuzzeld worden met de uurroosters van het schoonmaakpersoneel om alles gepoetst te krijgen, mede door de onderbezetting in de poetsdienst, wat een echt knelpuntberoep is geworden. Op deze manier is er ook een rechte lijn tussen de verhuurafspraken van het lokaal voor de fanfare van Vichte en Ingooigem. De fanfare van Ingooigem krijgt tot op heden evenmin poetsondersteuning in hun lokaal.
Er wordt voorgesteld om de overeenkomst te voorzien voor de periode ingaand op 1 januari 2026 en dit tot en en met 31 december 2031.
Enige aanpassing aan de bestaande overeenkomst betreft het toevoegen van een indexatiemechanisme om de stijgende levensduurte op te vangen. Er wordt dan ook voorgesteld om jaarlijks op 1 januari (voor het eerst in 2027) aan de hand van de gezondheidsindex deze indexatie toe te passen gebruik makend van onderstaande principes:
De geïndexeerde huurprijs = (basishuurprijs 2 X nieuwe index 3)/aanvangsindex 1
De aanvangsindex (1) is de maand die voorafgaat aan de ondertekening van de overeenkomst (dit zal december 2025 worden)
De nieuwe index (3) is de gezondheidsindex van de maand die voorafgaat aan de verjaardag van de inwerkingtreding van de huurovereenkomst (dus niet de verjaardag van de ondertekening tenzij beide data gelijk zijn)
Koninklijke Harmonie Anzegem-Ingooigem
In de gebouwen van de gemeentelijke school Ingooigem (Pastoor Verrieststraat 12) bevindt zich een lokaal dat in gebruik werd genomen door de Koninklijke Harmonie Anzegem-Ingooigem. Ook hier is het gebruik van het lokaal volledig exclusief en werd de berekening gebaseerd op een simulatie van wat een gelijkaardig gebruik in de Linde zou kosten. Hier wordt voorgesteld een forfaitair bedrag aan te rekenen van 90 euro per maand.
Het bedrag van 1080 euro/jaar (à rato van 90 euro forfaitair per maand) is als dusdanig bepaald op basis van wekelijkse repetities (harmonie en Tagadatra), een maandelijkse bestuursvergadering en de kost van een berglokaal met wat marge omwille van bijkomende, moeilijk vooraf in te calculeren activiteiten (nieuwjaarsreceptie, extra repetities of vergaderingen in de aanloop naar een concert, exclusiviteit, omvang en gebruiksgemak van het lokaal).
Er werd tevens een onderscheid gemaakt tussen Vichte en Ingooigem in de forfaitaire tarifering op basis van de omvang van de lokalen en de nabijheid van de "gewone" infrastructuur waarbij Ste Cecilia Vichte aanzienlijk minder inspanningen moet leveren voor het overbrengen van materiaal en hun eigen lokaal tevens als een extra omkleedruimte kan gebruiken bij podiumvoorstellingen, en zij ook de beschikking hebben over een extra afzonderlijk vergaderlokaal.
Er wordt voorgesteld om de overeenkomst te voorzien voor 1 jaar gezien de onduidelijkheid omtrent de toekomstige invulling van de ruimten wegens de geplande verbouwingswerken aan het schoolgebouw, dit dus voor de periode ingaand op 1 januari 2026 en tot en met 31 december 2026. Verder worden geen aanpassingen voorgesteld aan de bestaande overeenkomst.
De wet van 16 juli 1973 betreffende het Cultuurpact;
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen.
De gemeenteraadsbesluiten van 9 mei 1994, aangevuld en verlengd door de gemeenteraadsbeslissingen van 24 april 1995, 7 mei 2001 en 9 september 2008, waarbij de gerenoveerde bijgebouwen van de Stringe, uitgezonderd het gedeelte dat voor de renovatie dienstig was al opbergruimte voor decorstukken, bij overeenkomst ter beschikking werden gesteld van de Koninklijke Fanfare Sint-Cecilia Vichte, telkens tot het einde van de legislatuur;
Het gemeenteraadsbesluit van 11 oktober 2022 betreffende de goedkeuring van de gebruiksovereenkomsten lokale plaatselijke verenigingen.
Art.1: De gebruikersovereenkomst met de Koninklijke fanfare Sint-Cecilia Vichte, zoals opgenomen in bijlage, goed te keuren voor wat betreft het exclusief gebruik van een ruimte in de gerenoveerde bijgebouwen van de Stringe en dit voor de periode 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Art.2: De gebruikersovereenkomst met de Koninklijke Harmonie Anzegem-Ingooigem, zoals opgenomen in bijlage, goed te keuren voor wat betreft het exclusief gebruik van een ruimte in de gemeenteschool Ingooigem (Pastoor Verrieststraat 12) en dit voor de periode 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026.
Art.3: De toezichthoudende overheid wordt van de bekendmaking van dit reglement op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Na ruim 1 jaar werking in de zalen van het Gemeentepunt, en rekening houdend met de opmerkingen van de gebruikers, werd het gebruikersreglement als volgt aangepast
- 24 maanden (ipv 12 maanden) vooraf voor Anzegemse verenigingen of organisaties
- 30 maanden (ipv 18 maanden) vooraf voor fuiven van jeugdverenigingen of speelperiodes van toneelverenigingen
- Onbeperkt in tijd vooraf voor eigen diensten
en dit naar analogie met de andere culturele infrastructuren.
Toneelverenigingen kunnen in de aanloop naar hun effectieve speeldata maximaal 2 weken aaneensluitend gebruik maken van een zaal. (= 2 weken voor de laatste speeldag, met ingang op donderdag (ipv op zaterdag dwz een uitbreiding met twee dagen)
Het vroegtijdig starten van de decoropbouw dwz. vóór de normale voorbehouden periode kan ten vroegste 10 dagen vooraf worden vastgelegd en is beperkt tot maximum 3 dagen (ipv 5 dagen) om activiteiten van andere huurders en de eigen werking niet te hypothekeren. Deze periode wordt aangerekend aan het tarief van een ledenactiviteit, met een vrijstelling van 2 dagen. Deze aanpassing betekent dat men in de praktijk toch over een voorbehouden periode van 3 weken zou kunnen beschikken, indien er zich geen andere activiteiten hebben aangediend.
Er werd in de rubriek "algemeen" ook een extra puntje "vergaderlokalen" toegevoegd waarop dit reglement van toepassing is. Alle overgangsmaatregelen werden uit de tekst verwijderd.
De wijzigingen gaan in met ingang van 1 januari 2026.
Decreet Lokaal Bestuur
Raadsbesluit van 12 november 2019 inzake Huishoudelijk reglement culturele infrastructuur: goedkeuring aanpassing.
Raadsbesluit van 9 juli 2024 inzake Polyvalente zaal, leskeuken en theaterzaal Gemeentepunt: goedkeuring op proef voorlopig gebruiksreglement.
Raadsbesluit van 10 september 2024 inzake Polyvalente zaal, leskeuken en theaterzaal Gemeentepunt (collegebesluit 21 augustus 2024): kennisgeving aanpassingen huishoudelijk reglement.
Raadsbesluit van 8 juli 2025 inzake Gebruikersreglement culturele infrastructuur en zalen Gemeentepunt: Goedkeuring aanpassing.
Raadsbesluit van 9 september 2025 inzake Gebruikersreglement culturele infrastructuur en zalen Gemeentepunt: Goedkeuring aanpassing.
Art. 1: Het gebruikersreglement van de zalen van het Gemeentepunt werd als volgt aangepast:
Dit reglement is van toepassing voor het gebruik van de lokalen in volgende zalen van het Gemeentepunt, Heirbaan 73, 8570 Anzegem
Het gebruik van de gemeentelijke culturele en feestinfrastructuur kan enkel toegestaan worden aan Anzegemse verenigingen, Anzegemse organisaties, niet-Anzegemse verenigingen, eigen gemeentelijke diensten en adviesraden ( jeugd, cultuur, sport, gezins-en welzijn, senioren, milieu, RED, LOKA) en OCMW Anzegem
Anzegemse vereniging:
- Een vereniging uit Anzegem die aangesloten is bij een Anzegemse adviesraad of die van een subsidiëring (op basis van hun reglementering) geniet.
- Een Anzegemse onderwijsinstelling.
Anzegemse organisatie:
- Een niet-erkende Anzegemse vereniging met een bestuur waarvan minstens 2/3 in Anzegem woont én die werd gescreend door de dienst cultuur. Daartoe behoren straatcomités, spelletjesclubs, lokale supportersclub van een plaatselijke sporter, een politieke partij, ACW (lokale afdelingen), CM (lokale afdelingen)
Niet-Anzegemse vereniging:
- Een vereniging die niet in Anzegem gevestigd is.
- Voorbeelden: koepels van Anzegemse verenigingen, landelijk gestructureerde koepelorganisaties, sportfederaties,niet-Anzegemse onderwijsinstellingen.
Niet-Anzegemse organisaties en beroepsfederaties kunnen geen gebruik maken van infrastructuren.
Enkel Anzegemse verenigingen kunnen voor een feest met dansgelegenheid en/of gebruik van elektronisch versterkte muziek, gebruik maken van de gemeentelijke culturele infrastructuur. Alle andere gebruikerscategorieën kunnen dit niet.
Alle gebruikers die vallen onder titel 'gebruikers' van dit reglement, vragen het gebruik van de zaal elektronisch aan (met uitzondering van de overgangregeling ) via de webtoepassing van de gemeentelijke website: www.anzegem.be. Huurders kunnen na afspraak ook bij de dienst cultuur langskomen om begeleid de reservatie aanvraag digitaal in te voeren.
De aanvrager moet alle verplichte velden op het aanvraagformulier invullen. De aanvraag voor repetitief gebruik moet telkens opnieuw gebeuren.
De activiteiten in de zalen van het Gemeentepunt kunnen aangevraagd worden als volgt :
- 12 24 maanden vooraf voor Anzegemse verenigingen of organisaties
- 18 30 maanden vooraf voor fuiven van jeugdverenigingen of speelperiodes van toneelverenigingen
- Onbeperkt in tijd vooraf voor eigen diensten
Alle gebruikers ontvangen een bevestiging van hun reservatie, uiterlijk binnen een termijn van 5 werkdagen na de aanvraag. Deze bevestiging is een verbintenis waardoor de annuleringsperiode kan gelden.
Door het plaatsen van een reservatie, verklaart de gebruiker zich akkoord met alle bepalingen uit dit reglement en waarborgt hij/zij ook de correcte naleving ervan.
Onduidelijke of onvolledige aanvragen zullen niet weerhouden worden. De gebruiker wordt hiervan in kennis gesteld.
Elke reservatie dient uiterlijk 10 werkdagen op voorhand te gebeuren. De reservatiekalender wordt afgesloten. Bij iedere laattijdige reservatie wordt er een meerkost aangerekend van 50%
Volgende activiteiten kunnen niet plaatsvinden in de gemeentelijke culturele infrastructuur:
- Activiteiten of feesten van een privé-persoon
vb. bruiloft, verjaardagsfeest, communiefeest, jubileum …
- Activiteiten ingericht door een private organisatie
vb. etentje voor de leerkrachten van een school ( dit ressorteert niet onder de (educatieve) taken van de school op zich)
- Activiteiten ingericht door een bedrijf
vb. een sinterklaasfeest van een plaatselijk bedrijf
- Activiteiten met een commercieel karakter (d.w.z. ingericht om de eigen professionele activiteiten hiermee te promoten en/of naderhand de opbrengt ervan aan te wenden voor persoonlijke handelsdoeleinden).
Vb. een modeshow van een boetiek, een fotoreportage voor een kalender
- Activiteiten met een privaat karakter
vb. een jeugdvereniging die een receptie geeft voor hun afgestudeerde leidingleden en hun familie (dit ressorteert niet onder de reguliere werking van een jeugdbeweging )
- Activiteiten ingericht op 31 december en 1 januari
Voor het reserveren van een locatie bij regenweer wordt de helft van de huurprijs aangerekend voor gedane kosten. Als achteraf blijkt dat de activiteit zich toch binnen heeft moeten afspelen omwille van de weersomstandigheden, dan wordt naderhand wel de volle prijs aangerekend.
Voor het gebruik van een infrastructuur ter voorbereiding van een activiteit buitenshuis wordt de volledige huurprijs aangerekend.
De cultuurdienst behoudt zich het recht voor om, met het oog op een evenwichtige bezetting van de zaal, bepaalde reservaties in overleg aan te passen.
Een optie nemen is mogelijk en blijft 10 werkdagen geldig. Indien de optie niet binnen deze termijn in een definitieve reservering is omgezet, vervalt ze automatisch. De huurder wordt hiervan met een mail op de hoogte gebracht.
De gebruiker kan zelf online de reservatie annuleren.
Dit wil zeggen:
- minstens 10 dagen voor een bestuursvergadering, ledenvergadering, repetitie
- minstens 3 maanden voor een activiteit voor een ruim publiek of een fuif
Indien de reservatie wordt geannuleerd maar men laat na dit binnen de vastgelegde termijn de doen, betaalt de gebruiker een verbrekingsvergoeding (50% van de voorziene huurprijs).
Indien de gebruiker niet annuleert en de activiteit vindt niet plaats, dan betaalt de gebruiker de volledige voorziene huurprijs.
Indien de activiteit door overmacht niet kan plaats vinden, zal de zaalverantwoordelijke de annuleringskosten niet aanrekenen.
Indien er discussie is over de kwalificatie ‘overmacht’, zal dit beslecht worden door het College van Burgemeester en Schepenen na advies van de cultuurdienst.
De gebruiksduur omvat het klaarzetten vóór de activiteit, de eigenlijke activiteit en het opruimen na de activiteit. Het laten leveren en naderhand opnieuw laten weghalen van de benodigde drankvoorraad dient hierin te worden ingecalculeerd. Onmiddellijk na de activiteit, moeten alle voorwerpen, die niet behoren tot het patrimonium van de culturele infrastructuur, verwijderd worden, behalve bij voorafgaande afspraak met de verantwoordelijke. Elke uitstel dienaangaande wordt belast met een extra huursom.
Het gebruik van een ruimte als tijdelijke stapelplaats ter voorbereiding van een activiteit kan enkel na voorafgaande afspraak met de verantwoordelijke en op voorwaarde dat de andere geplande activiteiten in de accommodatie het toelaten. Elk misbruik dienaangaande wordt belast met een extra huursom.
De gebruiker mag de infrastructuur slechts gebruiken tijdens de uren die werden gereserveerd. Elke aanwezigheid buiten de gereserveerde gebruiksduur is verboden. Indien er toch inbreuken hierop worden vastgesteld wordt de huurprijs per extra uur aanwezigheid aangerekend.
Toneelverenigingen kunnen in de aanloop naar hun effectieve speeldata maximaal 2 weken aaneensluitend gebruik maken van een zaal. (= 2 weken voor de laatste speeldag, met ingang op zaterdag donderdag. )
Het vroegtijdig starten van de decoropbouw dwz. vóór de normale voorbehouden periode kan ten vroegste 10 dagen vooraf worden vastgelegd en is beperkt tot maximum 7 3 dagen om activiteiten van andere huurders niet te hypothekeren. Deze periode wordt aangerekend aan het tarief van een ledenactiviteit, met een vrijstelling van 2 dagen.
De gemeentelijke infrastructuur wordt niet ter beschikking gesteld op 1 januari, 31 december en tussen 21 juli en 15 augustus.
Na de activiteit ontvangt de gebruiker een factuur, betaalbaar op 30 dagen.
De huurtarieven voor het gebruik van de gemeentelijke zalen zijn vastgesteld in het tariefreglement.
Voor volgende activiteiten hoeft geen huurgeld betaald te worden:
-infoavond rond het vormsel of eerste communie voor ouders
- collectieve afsluitende receptie na de eerste communie/vormsel/lentefeest
- Er wordt van uitgegaan dat elk lokaal en het ter beschikking gestelde materiaal in goede staat
verkeert bij aanvang van de activiteit. In geval van schade of verlies van huishoudelijk materiaal
brengen.
- Buitengewone schoonmaak en/of herstel van beschadigingen en/of diefstal en extra onkosten
wegens nalatigheid inzake het naleven van het reglement worden aan de huurder aangerekend tegen reële kostprijs. Daarbovenop wordt een forfaitaire afhandelingskost toegevoegd aan de factuur van zodra iets niet in orde wordt achtergelaten en dit voor de de opvolging inzake het contacteren van de nodige firma's, het opvragen van offertes, het herschikken van de planning of het noodzakelijk inzetten van een extern bedrijf.
- Voor het verlies van een toegangsbadge of sleutel wordt steeds een forfaitair bedrag, zoals bepaald in het retributiereglement aangerekend.
- Schade of verlies van huishoudelijk materiaal wordt altijd via de eindfactuur aangerekend
Elke huurder verbindt er zich toe te zullen voldoen aan de geldende politiereglementen en wettellijke veiligheidsvoorschriften evenals aan de voorschriften inzake billijke vergoeding, Sabam en accijnzen.
Elke huurder is ertoe gehouden het geluidsniveau zodanig te beperken dat de wettelijk geldende geluidsnormen worden gerespecteerd. De organisator stelt zich, door het aangaan van deze verbintenis, hiervoor zowel burgerlijk als strafrechtelijk aansprakelijk.
Voor muziekactiviteiten zijn de normen geldig uit Vlarem-II Hoofdstuk 6.7. Niet-ingedeelde muziekactiviteiten (https://navigator.emis.vito.be/mijn-navigator?woId=19185&woLang=nl).
Korte (niet limitatieve) toelichting hierbij onder voorbehoud van wijzigende wetgeving:
In Vlaanderen gelden er geluidsnormen voor alle evenementen waar elektronisch versterkte muziek wordt gespeeld. Die zijn er om te voorkomen dat je bezoekers en medewerkers gehoorschade oplopen en om overlast te vermijden. Bij elk muziekevenement moet je rekening houden met twee soorten geluidsnormen: de norm in de zaal of tent ( enkel voor evenementen die publiek toegankelijk zijn) en de norm in de omgeving errond. Je moet dus zorgen dat je muziekgeluid onder de norm blijft én je moet er tegelijk voor zorgen dat het geluid dat je buiten hoort ook onder de richtwaarden blijft.
De norm op de locatie van het evenement is bedoeld om gehoorschade te voorkomen, deze geluidsnorm ( op de locatie waar publiek aanwezig is, dus in de zaal) is LAeq,15min 85dB(A), dat betekent maximaal 85 dB(A) meten, als gemiddelde verspreid over 15 minuten. De eenheid dB(A) is afgeleid van de gewone decibel, maar corrigeert de geluidssterktes voor de gevoeligheid van het menselijk oor ( de zogenaamde A-weging).
Naast de geluidsnormen voor de muziekactiviteiten zelf, bestaan er dus ook normen voor de omgeving rond de muziekactiviteit. Die moeten ervoor zorgen dat de geluidsoverlast voor de buurt beperkt wordt. Deze normen zijn sterk afhankelijk van de omstandigheden en worden binnen in de woning in de buurt gemeten.
De muziekactiviteiten moeten zo ingericht zijn dat de LAeq, 1s max ( dat is de gemiddelde geluidsdruk, A-gewogen, over een termijn van 1 seconde) gemeten in de buurt:
1* niet hoger is dan 5 dB(A) boven de LA95,5min , indien deze lager is dan 30 dB(A)
2* niet hoger is dan 35 dB(A) indien de LA95,5min ligt tussen 30 en 35 dB(A)
3* niet hoger is dan de LA95,5min indien die hoger is dan 35 dB(A)
LA95,5 min wordt gemeten bij uitschakeling van alle muziekbronnen en is dus het omgevingsgeluid in de woning zonder muziek. De politie is bevoegd om bovenstaande wetgeving te controleren.
Bij luidruchtige en openbare muziekactiviteiten kan een afwijking (binnen de wettelijke bepalingen van Vlarem-II) op deze geluidsnormen door de huurder aangevraagd worden minstens 60 dagen voor de activiteit via het daartoe bestemde aanvraagformulier (te vinden op www.anzegem.be/evenementenloket). In voorkomend geval dient de huurder de normen en bepalingen van de toegestane afwijking op de geluidsnormen ook strikt na te leven.
Korte (niet limitatieve) toelichting hierbij onder voorbehoud van wijzigende wetgeving:
Voor de zogenaamde niet-ingedeelde muziekactiviteiten ( zalen waar slechts sporadisch fuiven doorgaan) is een afwijking op deze geluidsnormen mogelijk indien het om een publiek evenement gaat dat gekoppeld is aan een bijzondere gelegenheid. De aanvraag van deze evenementen gaat via het evenementenloket (minstens 60 dagen vooraf). Als het evenement en de afwijking wordt toegestaan moet de organisator, afhankelijk van het gewenste geluidsniveau, dan wel volgende maatregelen nemen:
* kleiner of gelijk aan 95 dB(A), LAeq, 15 min te nemen maatregelen: meten en visuele indicatie geluidsniveau
* kleiner of gelijk aan 100 dB(A), LAeq, 60 min te nemen maatregelen, meten en registreren en visuele indicatie geluidsniveau, gratis ter beschikking stellen van oordopjes.
Een toegekende afwijking betekent een aantal bijkomende beperkingen voor de muziekactiviteit. De afwijking wordt beperkt in tijd, volgens het standaardadvies van de politie: tot 1 uur ’s nachts in open lucht of tent en tot 3 uur ’s nachts in een zaal. Omwonenden (minstens binnen een straal van 100 meter) dienen minstens één week voor de muziekactiviteit door de organisator geïnformeerd over tijdstip, duur en aard van de activiteit. De richtlijnen van de politiediensten moeten steeds opgevolgd worden. De afwijking betekent geen toelating om de wetgeving op nachtlawaai of burenhinder niet te moeten naleven, deze blijft steeds gelden, hierop is geen afwijking mogelijk.
Bij overtreding van de geluidsnormen, vastgelegd in een proces-verbaal, zal – ongeacht verdere juridische stappen – de organiserende vereniging het gebruik van de zaal ontzegd worden voor gelijkaardige activiteiten gedurende een termijn van drie jaar.
In elk geval moet de nachtrust van de omliggende bewoners gerespecteerd worden. Klachten inzake nachtlawaai dienen vermeden te worden. In voorkomend geval moeten de richtlijnen van de politiediensten strikt worden opgevolgd, zij kunnen ter plaatse wijzigingen aanbrengen en desnoods de activiteit stop zetten.
De gebruiker is burgerlijk verantwoordelijk voor ongevallen en schade ten gevolge van het gebruik
van de zaal en bijhorend materiaal en dit zowel tegenover derden als tegenover de gemeente.
De gemeentelijke brandpolis voorziet in een afstand van verhaal tvv de huurders/gebruikers ( commerciële sector uitgesloten).Eigen inhoud van de huurder is hier niet inbegrepen.
Bij een tentoonstelling staat de inrichter in voor de verzekering van de tentoongestelde werken.
De huurder mag geen groter aantal personen toelaten dan om veiligheidsredenen is toegestaan
in de diverse zalen.
Theaterzaal: 260 personen
Leskeuken: 50 personen
Polyvalente zaal: 900 personen
De huurder zal erover waken dat het rookverbod nageleefd wordt, overal waar het van kracht is.
De huurder staat in voor het gaaf houden van de gehuurde zaal/ruimte en uitrusting en is ten
aanzien van de gemeente verantwoordelijk voor schade eraan toegebracht door de deelnemers aan de activiteit.
Het is verboden de deuren van de nooduitgangen te sluiten. Deze moeten ten allen tijde open en gevrijwaard blijven.
Het gemeentebestuur kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor schade en diefstal van achtergelaten materiaal.
De huurder mag de zaal/ruimte enkel voor activiteiten vermeld in het huurprijzenreglement gebruiken. Op verzoek van het gemachtigd personeelslid dienst de huurder de nodige bewijsstukken voor te leggen. (bijvoorbeeld: uitnodiging activiteit, jaarprogramma). Gebruik van de infrastructuur voor andere doeleinden dan waarvoor aangegeven, leidt afhankelijk van de aard van de overtreding, ofwel tot het verbreken van de verbintenis ofwel tot het aanpassen van de huurprijs.
De huurder mag de zaal/ruimte niet gebruiken voor activiteiten ingericht door een private
organisatie, een bedrijf of een privé-persoon, activiteiten met een commercieel of privaat karakter.
Indien de zaalverantwoordelijke achteraf vaststelt dat de zaal/ruimte toch gebruikt werd voor
vermelde doeleinden zal er van de huurder een vergoeding worden geëist van 250 euro en zal elk
verder gebruik in de toekomst ontzegd worden.
Onderverhuring is nooit toegelaten en kan aanleiding geven tot vernietiging van de verbintenis
Er is in geen enkel lokaal een exclusiviteitsverplichting voor de levering van dranken van toepassing. Het leveren en weghalen van dranken dient wel ingecalculeerd te worden in de totaal benodigde huurtijd voor de activiteit, om geen hypotheek te leggen op het gebruik van de lokalen voor de daaraan voorafgaande of daarop volgende gebruikers.
De zalen zijn uitgerust met tafels en stoelen. De tafels en stoelen zijn stapelbaar en moet na de activiteit terug gestapeld worden volgens de aanwijzingen van de zaalverantwoordelijke van de gemeente.
Alle apparaten en materialen die aanwezig zijn, maken integraal deel uit van de inrichting van de zaal. Niets kan worden uitgeleend, noch verplaatst naar andere zalen dan deze waar zij toe behoren.
De gebruiker heeft 10 dagen voor de activiteit de bestelling van het aanwezige huishoudmateriaal door via het online reservatieprogramma. Bijkomend materiaal dient desgewenst tijdig via de uitleendienst door de huurder zelf aangevraagd en opgehaald te worden.
Vuilniszakken, lege verpakkingen, glasafval, keukenafval… moeten onmiddellijk worden verwijderd na afloop van de activiteit. Er is één vuilniszak aanwezig voor restafval, één voor pmd. Alle gebruikers dienen zelf extra andere zakken te voorzien om gescheiden afvalsortering te garanderen. Er mag niets achtergelaten worden, noch binnen, noch buiten.
gebruik van de technieken in de theaterzaal
Elk gebruik van rook, rookwaar, vuur, explosieven, munitie, confetti, papiersnippers, zand, poeder, vloeistof, verf, ontplofbare en ontvlambare producten of enige andere substantie die voor beschadiging of extra vervuiling van de zaal kan leiden, moet op voorhand worden aangevraagd bij het GC. De dienst of de theatertechnicus behouden zich het recht voor om het gebruik ervan te verbieden wanneer zij de effecten schadelijk of niet veilig achten.
Alles wat boven de scène of boven het publiek wordt gehangen moet beveiligd zijn door staalkabels of kettingen die voorzien zijn van de nodige keuringslabels en breeklast. Het gebruik van zware lasten boven het podium of het publiek moet worden meegedeeld aan de theatertechnicus en/of het GC die zich steeds het recht voorbehouden om het gebruik te verbieden wanneer zij de bevestiging ervan niet veilig achten.
De hoogtewerker, kooi en theatertrekken kunnen enkel gebruikt worden door de gemeentelijke technicus of een door het GC aangeduide plaatsvervanger.
Gebruik van de regietafel in de theaterzaal gebeurt enkel onder toezicht van of na de nodige toelichting door de gemeentelijke theatertechnicus of een door het GC goedgekeurde plaatsvervanger.
De gebruiker neemt uiterlijk 2 maanden voor aanvang van de activiteit contact op met de dienst cultuur met het oog op de theatertechnische specificaties van de activiteit. Indien gewenst ontvangt de gebruiker een technische fiche die informatie bevat over afmetingen van zaal en podium, de inventaris van het aanwezige materiaal en de uitrusting met technische bepalingen.
Het is verboden om onbevoegden toegang te verlenen tot technische lokalen, bergingsruimten en podium
Het is verboden te vijzen, te boren of gaten te maken in het podium of de trekkenwand
Het is verboden theatertechnisch materiaal open te maken of buiten de theaterzaal te gebruiken
Het is verboden dranken en/of eten mee te nemen in de theaterzaal; Dat kan enkel in de foyer of achter de scène.
toegang
De gebruiker neemt steeds ruim vooraf contact op met de dienst cultuur voor afspraken omtrent het verkrijgen van toegang tot de gewenste lokalen. De algemene manier van werken inzake toegangsmodaliteiten en -controle voor de lokalen van het Gemeentepunt zijn ook te raadplegen op de gemeentelijke website.
Het is verboden bijkomende bewegwijzering aan te brengen of publiciteitsaffiches en decoratiemateriaal zonder toelating van de verantwoordelijke te bevestigen.
Het aangaan van een huurverbintenis houdt het aanvaarden van het huishoudelijk en het huurprijzenreglement in.
Wat bij niet betalen factuur?
Indien de betalingstermijn overschreden wordt van de laatst opgemaakte factuur, wordt er een uittreksel, met alle openstaande bedragen naar de huurder opgestuurd. Indien hier weer geen gevolg wordt aan gegeven, volgt een laatste aanmaning per aangetekende post. Bij niet betaling, tegen de vermelde datum op de laatste aanmaning, is het schepencollege bevoegd het verder huren van de zalen te ontzeggen totdat alle voorafgaande facturen voldaan worden.
Wat bij geschillen?
Geschillen of betwistingen over het aangerekende bedrag dienen binnen de 30 dagen na factuurdatum aan het schepencollege schriftelijk gemeld te worden. Er wordt eerst advies ingewonnen bij de dienst cultuur. Daarna kan het Schepencollege hierin een beslissing nemen. Indien het schepencollege niet wenst in te gaan op het ingediende bezwaar, gelden dezelfde voorwaarden die bij het niet betalen van een factuur van kracht zijn.
Art. 2: boven vermelde aanpassingen worden van toepassing vanaf 1 januari 2026.
De leden van de Algemene Vergadering van de cultuurraad keurden het jaarplan 2026 goed in de vergadering van 18 november 2025. Dit jaarplan omvat volgende thema's: toelagen aan verenigingen volgens reglement, huurvergoedingen volgens reglement, werkingskosten cultuurraad, informatie- en vormingsactiviteiten, diverse projecten, promotie en regionale uitstraling.
De benodigde kredieten zijn ingeschreven in het meerjarenplan die in zitting van heden wordt vastgesteld.
Decreet Lokaal Bestuur
Art.1: het jaarplan 2026 voor de cultuurraad als volgt goed te keuren:
| JAARPLAN 2026 |
||
| INKOMSTEN |
UITGAVEN |
|
| Toelage gemeente: 22.450 ( simulatie op basis van de cijfers 2025 ) |
Toelagen aan verenigingen volgens reglement voor basis- en werking |
15.250 |
|
|
Huurvergoedingen aan verenigingen volgens reglement |
1650 |
| Raming positief saldo eind 2025: 5.500
|
Werkingskosten: administratie, vergaderingen, materiaal raad, onvoorziene onkosten, inspiratiemomenten/teambuilding |
1050 |
|
|
||
|
|
Informatie- en vormingsactiviteiten: - stads- tentoonstellings- of museumbezoek
|
- 1500
|
|
|
Projecten: - Cultuurtrofee - Orde van de Piro - Promotionele en organisatorische ondersteuning viering 30 jaar bibliotheek: Andrea Croonenberghs - Ruimte voor ad hoc initiatieven op basis van insteken nieuwe bestuursploeg
|
- 4000 - 1000
- 1000
- 2000
|
|
|
Promotie & regionale uitstraling - Kwaliteitsfactor ( toelagen voor uitstraling vb deelname aan concours of verenigingen met een continu-werking vb rond erfgoed ed.) |
- 500 |
| TOTAAL INKOMSTEN 27.950
|
|
TOTAAL UITGAVEN 27.950
|
Art.2: Kennis te geven van dit besluit aan de toezichthoudende overheid volgens de regels vervat in het decreet lokaal bestuur
De huidige samenwerkingsovereenkomst tussen enerzijds de gemeentes Anzegem, Avelgem, Spiere-Helkijn en stad Waregem en anderzijds de intercommunale Leiedal loopt, samen met het huidige subsidiedossier, af op 31 december 2025.
Er is – na goedkeuring van de gemeenteraad op 9 september 2025 - een nieuwe subsidieaanvraag ingediend voor het project op 29 september 2025. Deze aanvraag wordt door de Vlaamse minister van wonen beoordeeld in de loop van december 2025.
In functie van het nieuwe subsidiedossier is het noodzakelijk de krijtlijnen voor de samenwerking opnieuw uiteen te zetten in een overeenkomst. Er werd een ontwerp van overeenkomst opgesteld waarin afspraken worden geformuleerd rond o.a. de inzet van de medewerkers en de financiële repercussies. Een ontbindende voorwaarde in geval van het niet goedkeuren van de subsidieaanvraag door de subsidiërende overheid is volledigheidshalve opgenomen.
Het ontwerp van samenwerkingsovereenkomst werd door het college van burgemeester en schepenen principieel goedgekeurd op 23 oktober 2025.
De Nieuwe Gemeentewet;
Het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (Het Decreet Lokaal Bestuur);
De Vlaamse Codex Wonen van 2021;
Raadsbesluit van 11 juni 2019 inzake goedkeuren subsidiedossier intergemeentelijke samenwerking Beter Wonen.
Raadsbesluit van 9 september 2025 inzake Intergemeentelijke samenwerking Beter Wonen - nieuw subsidieaanvraag: goedkeuring.
Collegebesluit van 23 oktober 2025 inzake Principiële goedkeuring samenwerkingsovereenkomst IGP Beter Wonen 2026-2031
Art.1: keurt de samenwerkingsovereenkomst met de intercommunale Leiedal en het bijhorende addendum zoals opgenomen in bijlage goed.
De gemeenteraad nam in zitting van 16 december 2019 een gemeentelijk registratiereglement leegstaande woningen en gebouwen en een bijhorend belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen aan en dit voor de periode van 2020 tot en met 2025. Dit reglement werd meerdere malen aangepast (gemeenteraad 14 juli 2020 en gemeenteraad 11 februari 2021) om door de gemeenteraad in zitting van 13 december 2022 helemaal vervangen te worden door een nieuw geïntegreerd reglement opmaak leegstandsregister en belastingreglement. Dit geïntegreerd reglement wordt nu opgeheven en vervangen.
Het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokaal woonbeleid. De gemeente Anzegem vindt het dan ook wenselijk op het grondgebied van de gemeente het beschikbaar woningen- en gebouwenbestand optimaal te benutten. Langdurige leegstand van woningen en gebouwen moet hierbij voorkomen en bestreden worden. Leegstand leidt immers tot verloedering wat extra taken voor de gemeente met zich kan meebrengen. Tevens zorgen bewoonde woningen en gebruikte gebouwen voor een levendigere omgeving, voor meer sociale controle en een groter veiligheidsgevoel.
Er mag worden aangenomen dat het behoud van deze belasting zal leiden tot een activering van leegstaande woningen, gebouwen en kamers en zodoende ervoor zal worden gezorgd dat de verkoopprijzen en huurprijzen van woningen, gebouwen en kamers binnen redelijke perken blijven. Woningen die zonder reden leegstaan, dragen bij aan de schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen en drijven huur- en verkoopprijzen op. Tegelijkertijd is er een grote groep in de samenleving die moeilijk aan een goede betaalbare woning geraakt. Sommige eigenaars laten woningen en gebouwen leegstaan om speculatieve redenen, in de hoop op hogere prijzen in de toekomst. Leegstaande woningen en gebouwen verhogen het ruimtebeslag, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk steeds groter wordt om hier zuinig mee om te gaan.
Op basis van het Grond- en pandendecreet kan de gemeente een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden. De strijd tegen deze leegstaande woningen en gebouwen zal onder meer een effect hebben als de opname in een leegstandsregister daadwerkelijk leidt tot een belasting. De belasting wordt bewust op een voldoende hoog niveau vastgesteld om eigenaars aan te zetten tot het nemen van maatregelen ter bestrijding van de leegstand. De belasting is primair bedoeld als een ontradend instrument en heeft niet de bedoeling om zoveel mogelijk inkomsten te genereren. Om ontradend te werken wordt het bedrag van de heffing verhoogd naarmate een pand langer op het register staat. Tegelijkertijd wordt een maximumbedrag vastgelegd om te vermijden dat de belasting disproportioneel hoog oploopt. De opgenomen vrijstellingen van de belasting sluiten aan bij de noden en het beleid van de gemeente. De motivering van deze vrijstellingen, is vaak zeer logisch en blijkt meestal uit de formulering van de vrijstelling zelf.
De bestrijding van leegstand door middel van registratie is ook een actie van de intergemeentelijke werking 'Beter Wonen' waartoe ook gemeente Anzegem behoort om mee het lokaal woonbeleid vorm te geven.
Volgende wijzigingen aan het reglement worden voorgesteld:
De financiële toestand van de gemeente Anzegem rechtvaardigt en vereist de invoering van alle rendabele belastingen zodoende het budgettair evenwicht te kunnen behouden.
De ontvangen belastingen zullen geboekt worden onder:
Beleidsitem: 0020-00 (Fiscale aangelegenheden)
Algemene rekening:7374000 (Andere belastingen - leegstaande woningen en gebouwen)
De grondwet, meer specifiek artikel 170§4;
De Vlaamse codex wonen 2021;
Het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021;
Het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en latere wijzigingen
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
Het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid artikel 2.2.6 met latere wijzigingen; overgenomen in de Vlaamse Codex Wonen van 2021 art. 2.9 t.e.m. 2.14;
Het decreet van 29 maart 2013 houdende wijziging van diverse decreten wat de woonkwaliteitsbewaking betreft, hierna integratiedecreet genoemd;
Het decreet van 14 oktober 2016 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen;
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen;
Het besluit van de Vlaamse regering van 10 juli 2009 houdende nadere regels betreffende het leegstandregister en houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 2 april 1996 betreffende de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting van gebouwen en woningen, artikel 3.
De gecoördineerde omzendbrief KB/ABB 2019/2 d.d. 15 februari 2019 inzake de onderrichtingen over gemeentefiscaliteit vanwege het Agentschap voor Binnenlands bestuur.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 maart 2017 betreffende de toetreding tot de intergemeentelijke samenwerking (IGS) rond woonbeleid 'Beter Wonen'.
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 tot instellen van een nieuw reglement betreffende het register van leegstaande gebouwen en woningen, aangepast door het gemeenteraadsbesluit van 14 juli 2020 en het gemeenteraadsbesluit van 11 februari 2021;
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 betreffende de vaststelling van de belasting op leegstaande woningen en gebouwen 2020-2025, aangepast door het gemeenteraadsbesluit van 14 juli 2020 en het gemeenteraadsbesluit van 11 februari 2021;
Het gemeenteraadsbesluit van 13 december 2022 betreffende leegstaande woningen en gebouwen, registratiereglement en belastingreglement: goedkeuring opheffing en vervanging door geïntegreerd reglement opmaak leegstandsregister en belastingreglement.
Art.1: Het gemeenteraadsbesluit aangenomen in zitting van 13 december 2022 betreffende het geïntegreerd reglement leegstandsregister en belastingreglement wordt opgeheven op 31 december 2025.
Art.2: Het geïntegreerd reglement leegstaande woningen en gebouwen - opmaak leegstandsregister en belastingreglement wordt vastgesteld als volgt en treedt in werking op 1 januari 2026:
Art.3: Hoofdstuk I. Definiëring
Voor de toepassing van dit reglement wordt onder volgende begrippen verstaan (met toepassing van de definiëring volgens de Vlaamse Codex Wonen van 2021, art. 1.3):
1° administratie: de gemeentelijke Dienst Huisvesting binnen de cluster Omgeving;
2° beroepsinstantie: het College van Burgemeester en Schepenen;
3° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel hoofdgebouw als bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1 °, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten,
4° leegstaand gebouw: gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw. De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor de gedeelten ervan afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning of melding in de zin van artikel 4.2.1. en 4.2.2. van Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, met latere wijzigingen, of milieuvergunning of melding in de zin van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, met latere wijzigingen.
Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals blijkt uit aangiften, akten of bescheiden. Een gebouw dat in hoofdzaak heeft gediend voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien na het slopen van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten;
5° woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;
6° leegstaande woning: een woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met:
7° leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, vermeld in boek 2, deel 2, titel 3 van de Vlaamse Codex Wonen 2021;
8° leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie;
9° opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning voor de eerste maal in het leegstandsregister wordt opgenomen;
10° verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt;
11° zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
12° beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijze:
13° renovatienota: een gedetailleerde, gedateerde en ondertekende nota renovatiewerken conform het decreet betreffende de omgevingsvergunning
Het document dient aan te tonen welke grondige renovatiewerken zullen uitgevoerd worden aan de woning of gebouw. De uitvoering van de werken moeten een aanzienlijke werktijd vereisen en van die omvang zijn dat zij de normale bewoning van het gebouw belemmeren. Uitgesloten zijn verfraaiingswerken.
Een renovatienota bestaat minimaal uit de volgende stukken:
Hoofdstuk II. Het leegstandsregister
Art.4: Inhoud van het leegstandsregister
De gemeente houdt het leegstandsregister bij van leegstaande gebouwen en woningen. Het leegstandsregister bevat volgende vermeldingen:
Een woning die geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar, wordt niet opgenomen in het leegstandsregister.
Art.5: Opname in het leegstandsregister
§1. De door het College van Burgemeester en Schepenen met de opsporing van leegstand belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij een fotodossier en een beschrijvend verslag, met vermelding van de elementen die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.
§2. Niet-cumulatieve criteria ter beoordeling van leegstand van een gebouw of een woning:
Wanneer aan één van de hierboven vermelde criteria wordt voldaan, wordt het gebouw of de woning opgenomen in de inventaris.
De vermelde termijnen worden berekend op datum van de administratieve akte.
§3. Als uit één van de hiernavolgende criteria niet onmiddellijk leegstand kan vastgesteld worden, voert de administratie één jaar na de eerste vaststelling een tweede controle uit op dit criterium alvorens het gebouw of de woning als leegstaand wordt beschouwd en in de inventaris wordt opgenomen:
§4. Een woning die of een gebouw dat in het gemeentelijk verwaarlozingsregister staat, kan eveneens opgenomen worden in het leegstandsregister, en omgekeerd.
Art.6: Kennisgeving van de opname
De zakelijk gerechtigden worden per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Deze zending wordt gericht aan de woonplaats van de zakelijk gerechtigde(n). Is een woonplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft.
De kennisgeving omvat :
Ingeval van mede-eigendom of ingeval er andere houders zijn van het zakelijk recht, dan zijn de mede-eigenaars of de andere houders van het zakelijk recht hoofdelijk mede aansprakelijk voor de rechtsgevolgen verbonden aan de opname in het leegstandsregister.
Art.7: Beroep tegen registratie
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 6, kan de zakelijk gerechtigde bij het College van Burgemeester en Schepenen beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Dit beroepschrift, moet ondertekend zijn en bevat minimaal de volgende gegevens:
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
Als het beroepschrift wordt ingediend door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
De indiener voegt bij het beroepschrift de overtuigingsstukken die hij nodig acht. De overtuigingsstukken worden door de indiener gebundeld en op een bijgevoegde inventaris opgenomen.
§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken beschouwd wordt.
§3. Het College van Burgemeester en Schepenen registreert elk inkomend beroepschrift in het leegstandsregister en meldt de ontvangst ervan aan de indiener van het beroepschrift.
§4. Het College van Burgemeester en Schepenen toetst de ontvankelijkheid van het beroepschrift. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk in één van de volgende gevallen:
§5. Als het College van Burgemeester en Schepenen vaststelt dat het beroepschrift onontvankelijk is, deelt ze dat aan de indiener mee met de vermelding dat de procedure als afgehandeld beschouwd wordt.
§6. Het College van Burgemeester en Schepenen onderzoekt als beroepsinstantie de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling, of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door een met opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste ambtenaar. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§7. Het College van Burgemeester en Schepenen doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig (90) dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
Als het College van Burgemeester en Schepenen het beroep gegrond acht wordt het gebouw of woning niet opgenomen in het leegstandsregister én kunnen de eerder gedane vaststellingen geen aanleiding geven tot een nieuwe beslissing tot opname in het leegstandsregister.
Indien het College van Burgmeester en Schepenen geen beslissing neemt binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd.
§8. Indien de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de zakelijk gerechtigde onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de gemeentelijke administratie het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.
Het college van burgemeester en schepenen kan de bevoegdheden, vermeld in dit artikel, delegeren aan één of meer personeelsleden van de gemeente.
Art.8: Schrapping uit het leegstandsregister
Een woning of gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt:
Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de zakelijk gerechtigde een gemotiveerd verzoek aan de administratie, via beveiligde zending. De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van orde van twee maanden na ontvangst van het verzoek. Deze beslissing wordt ter kennisname gegeven aan het College van Burgemeester en Schepenen.
De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een aangetekende brief of met een elektronisch beveiligde zending.
De administratie kan ambtshalve een verzoek tot schrapping uit het leegstandsregister indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen.
Art.9: Beroep tegen een weigeringsbeslissing tot schrapping
§1. Binnen een termijn van 30 dagen, ingaand de dag na de betekening van het schrijven waarin de zakelijk gerechtigde in kennis gesteld werd van de beslissing tot weigering van schrapping uit leegstandsregister, kan een zakelijk gerechtigde bij het College van Burgemeester en Schepenen beroep aantekenen tegen deze weigeringsbeslissing.
Als het beroepschrift wordt ingediend door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, moet aan het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging worden gehecht, tenzij het gaat om een raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of advocaat-stagiair.
§2. Beroep tegen de weigering tot schrapping uit het leegstandsregister dient aan het College van Burgemeester en Schepenen betekend te worden door middel van een beveiligde zending. Elk binnenkomend beroepschrift tegen de weigering tot schrapping wordt geregistreerd in het leegstandsregister. De ontvangst van het beroepschrift wordt gemeld aan de indiener ervan.
§3. Het College van Burgemeester en Schepenen doet uitspraak over het beroep tegen de weigering tot schrapping en betekent deze beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van 60 dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het verzoekschrift. De uitspraak wordt aan de indiener van het verzoekschrift per beveiligde zending betekend.
§4. Wanneer het beroep als gegrond wordt beschouwd, wordt het gebouw of de woning geschrapt uit het leegstandsregister op datum van de aanvraag tot schrapping. Dit wordt aan de indiener van het verzoekschrift per beveiligde zending betekend.
Indien het College van Burgemeester en Schepenen geen beslissing neemt binnen de termijn, vermeld in het derde lid, wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd
Hoofdstuk III. Belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen
Art.10: Tarief en berekening
§1. Er wordt er voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
Het leegstandsregister wordt opgemaakt en bijgehouden overeenkomstig hoofdstukken I en II van onderhavig reglement.
De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is – voor zover geen vrijstelling van belasting verleend wordt of de woning of gebouw niet geschrapt werd uit het leegstandsregister - telkens verschuldigd bij het verstrijken van één of meer periodes van 12 maanden opname op het leegstandsregister.
§2. Het bedrag van de belasting wordt voor de eerste termijn van 12 maanden dat het gebouw of de woning is opgenomen in het leegstandsregister, vastgesteld op 1.250 euro voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw
Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning op de inventaris staat, wordt tot nul herleid en begint opnieuw te lopen bij overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning. Dit geldt niet voor overdrachten aan of van:
Art.11: Belastingschuldige - belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die gekend is als houder van het zakelijk recht betreffende het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de opnamedatum.
Als er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
§2. In geval van mede-eigendom is elke niet-vrijgestelde aansprakelijk voor de betaling van zijn wettelijke deel van de totale belastingschuld.
§3. In geval er meerdere niet-vrijgestelde houders van het zakelijk recht zijn, zijn deze eveneens hoofdelijk en ondeelbaar aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
Art.12: Vrijstellingen
§1. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden via beveiligde zending bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de procedure vermeld in artikel 14. De bewijslast ligt steeds bij de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en deze legt hierbij de nodige bewijsstukken voor.
§2. Van de leegstandsbelasting zijn vrijgesteld:
1° een woning of gebouw waarvan de zakelijk gerechtigde omwille van bijvoorbeeld ziekte, ongeval, leeftijd of vrijheidsberoving langdurig op een andere plaats verblijft, voor zover hij of zij de laatste in de woning gedomicilieerde bewoner is. Deze vrijstelling geldt voor twee aanslagjaren en kan slechts éénmaal toegekend worden voor hetzelfde pand;
2° een woning of gebouw waarvan de handelingsbekwaamheid van de belastingplichtige beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing. Deze vrijstelling geldt voor 2 aanslagjaren;
3° een woning of gebouw waarvan de belastingplichtige sinds minder dan één jaar zakelijk gerechtigde is, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor het aanslagjaar volgend op het verlijden van de authentieke akte;
De vrijstelling vermeld onder art. 12§2,3° geldt niet voor overdrachten van of aan:
4° een woning die of gebouw dat gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of vastgelegde reservatiestrook voor weginfrastructuur;
5° een woning die of gebouw dat geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan of reservatiestrook voor weginfrastructuur is vastgesteld;
6° een woning die of gebouw dat beschermd is als monument krachtens het decreet onroerend erfgoed d.d. 12 juli 2013 en waarvoor een restauratiepremie is goedgekeurd. Deze vrijstelling geldt voor de eerste twee aanslagjaren vanaf de goedkeuring van de aanvraag.
7° een woning die of een gebouw dat vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp. Deze vrijstelling geldt voor de eerste drie aanslagjaren, volgende op de datum van de vernieling of beschadiging.
Onder ramp dient te worden begrepen, een gebeurtenis die zich voordoet buiten de wil van de houder van het zakelijk recht en waardoor de schade zo groot is dat een normaal gebruik van het pand onmogelijk is. O.a. brand, ontploffing, verzakking, overstroming of storm kunnen hieronder vallen.
8° een woning die of gebouw dat onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure. Deze vrijstelling geldt voor de eerste twee aanslagen volgende op de aanvang van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik.
9° een woning die of een gebouw dat daadwerkelijk gerenoveerd of gesloopt wordt waardoor de woning of het gebouw niet gebruikt kan worden volgens de functie :
Deze vrijstelling kan driemaal aaneensluitend met één jaar worden verlengd op voorwaarde dat:
Deze voorwaarden zijn cumulatief.
Een plaatsbezoek kan worden uitgevoerd om te controleren of de woningen, kamers of gebouwen kunnen gebruikt worden volgens hun functie.
Deze vrijstelling kan slechts éénmaal worden toegekend aan dezelfde houders van het zakelijk recht en geldt voor maximaal vier opeenvolgende aanslagjaren.
10° de woning die of het gebouw dat het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van artikel 3.30 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
11° de woning die of het gebouw dat het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig artikel 5.82 en verder van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. Deze vrijstelling geldt voor een periode van 2 aanslagjaren en neemt een aanvang op het ogenblik van de kennisgeving van de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen om de woning in sociaal beheer te nemen.
12° de woning die of het gebouw dat in eigendom is van of verhuurd wordt door een sociale woonorganisatie die afhankelijk is van de VMSW voor financiering, en wordt aangewend voor sociale huisvesting.
Hiermee wordt bedoeld, de woongelegenheden die voor de opname in het leegstandsregister zijn verhuurd volgens het kaderbesluit sociale huur en het voorwerp uitmaakt van renovatiewerken, mits de eigenaar kan aantonen ten opzichte van beoordelende instantie met het oog op renovatie het nodige te hebben gedaan voor de controledatum 1 juni van het aanslagjaar.
Deze vrijstelling geldt maximaal voor drie opeenvolgende aanslagjaren en kan ambtshalve worden toegekend.
Art.13: Wijze van invordering en betaling
§1. Het kohier wordt opgemaakt en uitvoerbaar verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen en dit ten laatste op 30 juni van het jaar volgend op het aanslagjaar.
§2. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet door middel van overschrijving op het vermelde rekeningnummer.
Art.14: Geschillen en bezwaren
§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het College van Burgemeester en Schepenen overeenkomstig de bepalingen voorzien in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
§2. Bezwaarschriften kunnen via duurzame drager (e-mail) worden ingediend binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in bovenstaand lid. De contactgegevens voor het op deze wijze indienen van bezwaarschriften zijn: gemeentebelastingen@anzegem.be. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
§3.Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de 15 dagen na indiening ervan.
§4.De opname of schrapping in het register kan in dit bezwaarschrift niet meer worden betwist.
Art.15: Inwerkingtreding en overgangsbepalingen
§1. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
§2. De woningen en gebouwen die op heden reeds opgenomen staan in het gemeentelijk leegstandsregister, blijven opgenomen in het register, zoals vermeld staat in de administratieve akte van leegstand en zijn onderhevig aan de bepalingen van dit reglement houdende de registratie van leegstaande woningen en gebouwen.
§3. De toezichthoudende overheid wordt van de bekendmaking van dit reglement op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen
§4. Dit reglement wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De gemeenteraad nam in zitting van 16 december 2019 een belastingreglement aan op tweede verblijven en dit voor de periode van 2020 tot en met 2025. Het reglement werd aangepast door de gemeenteraad in zitting van 14 juni 2022 en dit meer specifiek met betrekking tot het onderdeel 'aangifteplicht'. Dit belastingreglement loopt af op 31 december 2025 waardoor het noodzakelijk is het reglement te vernieuwen.
Het bijhouden van het bevolkingsregister is de taak en de verantwoordelijkheid van de gemeenten. De inschrijving gebeurt door toedoen en na onderzoek van de gemeente, zodat de bevolkingsregisters correct informatie verschaffen over het bevolkingsbestand. Deze correcte informatie is noodzakelijk voor statistische redenen, zodat een goed bevolkingsbeheer kan gevoerd worden, maar is ook noodzakelijk voor de veiligheid en identificatie van personen. Daarom is het belangrijk dat degene die zich op een verblijfplaats kan inschrijven dit effectief doet. De belasting op tweede verblijven kan ertoe bijdragen dat personen die hun feitelijke verblijfplaats in gemeente Anzegem hebben zich effectief inschrijven in de bevolkingsregisters voor hun hoofdverblijfplaats.
Het effectief gebruik als hoofdverblijf van woongelegenheden wordt nagestreefd om op die manier het residentieel wonen in de gemeente te beschermen en de sociale cohesie te beschermen, hetgeen telkens in het gedrang komt wanneer woongelegenheden alleen occasioneel of in bijkomende orde worden gebruikt.
Het is anderzijds ook billijk dat personen die over een tweede verblijf beschikken in Anzegem, bijdragen tot de financiële behoeften van de gemeente daar zij ook vaak gebruik maken van de dienstverlening en infrastructuur van de gemeente. In tegenstelling tot wie zijn hoofdverblijf in Anzegem heeft, dragen ze niet bij tot de financiering van de gemeente via de aanvullende personenbelasting. Op deze manier worden de lasten gespreid over alle gebruikers van de faciliteiten van de gemeente.
De financiële toestand van de gemeente Anzegem rechtvaardigt en vereist de invoering van alle rendabele belastingen zodoende het budgettair evenwicht te kunnen behouden.
Om te vermijden dat het tweede verblijf een achterpoortje voor de leegstand wordt, lijkt het logisch en wordt voorgesteld om het tarief gelijk te schakelen met de minimale leegstandsbelasting en dus op 1.250 euro per jaar te brengen. In de periode 2020-2025 werd een belasting van 1.000 euro per tweede verblijf per jaar gevestigd. Op basis van de evolutie van de gezondheidsindex (inflatie) is er op heden een stijging van ruim 24 % ten opzichte van januari 2020 waardoor deze verhoging ook kan gerechtvaardigd worden.
De eerder overbodige vrijstelling voor woningen die uitsluitend voor beroepsuitoefening worden gebruikt, wordt weggelaten. Deze woningen zijn in principe geen woningen, maar handelsruimtes en zouden een functiewijziging moeten ondergaan. Er wordt een vrijstelling toegevoegd voor erkende vakantiewoningen volgens het decreet van 5 februari 2016.
De ontvangen belastingen zullen geboekt worden onder:
Beleidsitem: 0020-00 (Fiscale aangelegenheden)
Algemene rekening:7377000 (Andere belasting - tweede verblijven)
De grondwet, meer specifiek artikel 170§4;
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen;
De gecoördineerde omzendbrief KB/ABB 2019/2 d.d. 15 februari 2019 inzake de onderrichtingen over gemeentefiscaliteit vanwege het Agentschap voor Binnenlands bestuur.
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 houdende de vestiging van een belasting op tweede verblijven en dit voor de periode van 2020 tot en met 2025;
Het gemeenteraadsbesluit van 14 juni 2022 houdende de goedkeuring van de aanpassing en verlenen vrijstelling verhoging van de belasting op de tweede verblijven.
Het belastingreglement op tweede verblijven als volgt vast te stellen:
Periode
Art.1: Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de tweede verblijven gelegen op het grondgebied van de gemeente Anzegem.
Begripsomschrijving
Art.2: Een tweede verblijf is elke private woongelegenheid die voor de eigenaar, de vruchtgebruiker, de erfpachter of de opstalhouder, de huurder of de gebruiker ervan niet tot hoofdverblijf dient, maar die op elk ogenblik door hen voor bewoning kan gebruikt worden en waarvoor er geen inschrijving is in het bevolkingsregister.
De hoedanigheid van het tweede verblijf wordt beoordeeld op 1 januari van het aanslagjaar.
Tweede verblijven zijn, mits te voldoen aan het eerste lid, landhuizen, bungalows, appartementen, studio’s, weekendhuizen, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans en die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger.
Worden niet beschouwd als tweede verblijf:
De mogelijkheid tot onmiddellijke bewoning blijkt uit de feiten. De aanwezigheid van voldoende meubilair, van een minimale infrastructuur voor koken en slapen, van een leveringscontract voor water en elektriciteit en van een eigenlijk elektriciteits- en waterverbruik worden als belangrijke indicaties weerhouden. Het gebrek aan gebruik voor de woongelegenheid als hoofdverblijf blijkt uit het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister.
Belastingschuldige - belastingplichtige
Art.3: De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf.
In geval van vruchtgebruik, recht van opstal of recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door respectievelijk de vruchtgebruiker, de opstalhouder of de erfpachthouder.
De belastingplicht geldt ook wanneer het verblijf verhuurd wordt, door een derde feitelijk gebruikt wordt, of wanneer hij het belaste goed dat niet door een derde wordt gehuurd of feitelijk gebruikt, tijdelijk niet gebruikt.
De eigenaar is de belasting verschuldigd ongeacht het feit of hij al dan niet in de bevolkingsregisters van de gemeente is ingeschreven.
In geval van mede-eigendom is elke niet-vrijgestelde mede-eigenaar belastingschuldig voor zijn wettelijk deel. Hetzelfde geldt bij medevruchtgebruik en indien meerdere personen titularis zijn van het recht van opstal en erfpacht.
In geval er meerdere niet-vrijgestelde houders van het zakelijk recht zijn, zijn deze eveneens hoofdelijk en ondeelbaar aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
De eigendomsoverdracht in de loop van het belastingjaar geeft geen aanleiding tot vermindering van de voor dat jaar verschuldigde belasting. Ingeval van overdracht van het eigendomsoverdracht in de loop van het aanslagjaar de nieuwe zakelijk gerechtigde de belasting verschuldigd met ingang van 1 januari volgend op de datum van de authentieke akte van overdracht. De overdrager is verplicht dit binnen de twee maanden na de datum van de authentieke akte te melden aan de gemeente door volgende gegevens mee te delen
Tarieven
Art.4: De belasting wordt vastgesteld op 1.250 euro per tweede verblijf.
Wijze van invordering
Art.5: Het kohier wordt opgemaakt en uitvoerbaar verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen en dit ten laatste op 30 juni van het jaar volgend op het aanslagjaar.
Betaaltermijn
Art.6: De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet door middel van overschrijving op het vermelde rekeningnummer.
Geschillen en bezwaren
Art.7: De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het College van Burgemeester en Schepenen overeenkomstig de bepalingen voorzien in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen via duurzame drager (e-mail) worden ingediend binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in bovenstaand lid. De contactgegevens voor het op deze wijze indienen van bezwaarschriften zijn gemeentebelastingen@anzegem.be. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de 15 dagen na indiening ervan.
Slotbepalingen
Art.8: Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Art.9: De toezichthoudende overheid wordt van de bekendmaking van dit reglement op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Art.10: Dit reglement wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De gemeenteraad nam in zitting van 16 december 2019 een gemeentelijk registratiereglement verwaarloosde woningen en gebouwen en een bijhorend belastingreglement op verwaarloosde woningen en gebouwen aan en dit voor de periode van 2020 tot en met 2025. Dit belastingreglement loopt af op 31 december 2025 waardoor het noodzakelijk is het reglement te vernieuwen. Het registratiereglement op verwaarloosde woningen en gebouwen wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.
Het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokaal woonbeleid. Verwaarlozing is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen waardeloos zijn of zelfs gevaarlijk. Verwaarlozing kan leiden tot verloedering wat extra taken voor de gemeente met zich kan meebrengen. Tevens zorgen onderhouden woningen en gebruikte gebouwen voor een levendigere omgeving, voor meer sociale controle en een groter veiligheidsgevoel. Verwaarloosde woningen en gebouwen zijn minder of niet bruikbaar voor hun functie, waardoor ze ruimte in beslag nemen zonder die optimaal te benutten, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk om ruimte zuinig en zorgvuldig te gebruiken steeds toeneemt. Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente het beschikbare patrimonium voor wonen optimaal benut wordt.
Het gemeentebestuur heeft zich met de toetreding bij de intergemeentelijke samenwerking rond woonbeleid 'Beter Wonen' geëngageerd om een beleid te voeren naar verwaarloosde woningen en gebouwen. De aanpak van verwaarloosde woningen en gebouwen werd opgenomen in het subsidiedossier van het intergemeentelijk project gezien deze in 2017 door Vlaanderen werd overgeheveld aan de gemeenten. De Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder artikel 2.15 tot en met 2.20, stelt dat gemeenten een register van verwaarloosde woningen en gebouwen kunnen bijhouden.
De gemeente Anzegem wenst dan ook in te zetten op de bestrijding van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen om de verloedering van de leef- en woonomgeving tegen te gaan. Deze strijd tegen verwaarlozing zal onder meer een effect hebben als de opname in het verwaarlozingsregister daadwerkelijk leidt tot een belasting. De opgenomen vrijstellingen van belasting sluiten aan bij de noden en het beleid van de gemeente. De motivering van deze vrijstellingen, is vaak zeer logisch en blijkt meestal uit de formulering van de vrijstelling zelf.
De financiële toestand van de gemeente Anzegem rechtvaardigt en vereist de invoering van alle rendabele belastingen zodoende het budgettair evenwicht te kunnen behouden.
Het is nuttig om een geïntegreerd beleid te voeren ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen, volgende (inhoudelijke) wijzigingen aan de reglementen worden voorgesteld:
De ontvangen belastingen zullen geboekt worden onder:
Beleidsitem: 0020-00 (Fiscale aangelegenheden)
Algemene rekening:7375000 (Krotten / verwaarloosde en ongeschikte woningen en gebouwen)
De grondwet, meer specifiek artikel 170§4;
De Vlaamse codex wonen 2021;
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
Het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, art. 2.5.1.0.1;
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen; onder andere artikel 40 en 41
De gecoördineerde omzendbrief KB/ABB 2019/2 d.d. 15 februari 2019 inzake de onderrichtingen over gemeentefiscaliteit vanwege het Agentschap voor Binnenlands bestuur.
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 betreffende de goedkeuring van het registratiereglement op verwaarloosde woningen en gebouwen;
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 betreffende de vaststelling van het belastingreglement verwaarloosde woningen en gebouwen.
Art.1: Het gemeenteraadsbesluit aangenomen in zitting van 16 december 2019 betreffende de goedkeuring van het registratiereglement op verwaarloosde woningen en gebouwen wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.
Art.2: Het geïntegreerd reglement verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen - opmaak verwaarlozingsregister en belastingreglement wordt vastgesteld als volgt:
Hoofdstuk I: Definiëring
Art.3: Voor de toepassing van dit reglement wordt onder volgende begrippen verstaan
1° administratie: de administratieve eenheid van [de gemeente of het intergemeentelijk samenwerkingsverband], belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het register van verwaarloosde woningen en gebouwen;
2° beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijze:
3° beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen.
4° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
5° houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
6° opnamedatum: de datum waarop de woning of het gebouw opgenomen wordt in het verwaarlozingsregister;
7° verjaardag: het ogenblik waarop een nieuwe periode van twaalf maanden verstreken is sinds de opnamedatum, zolang de woning of het gebouw niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt;
8° verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen, vermeld in artikel 4 van dit reglement;
9° woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
10° terrein : elk bebouwd en onbebouwd perceel
11° renovatienota: een gedetailleerde, gedateerde en ondertekende nota renovatiewerken conform het decreet betreffende de omgevingsvergunning
Het document dient aan te tonen welke grondige renovatiewerken zullen uitgevoerd worden aan de woning of gebouw. De uitvoering van de werken moeten een aanzienlijke werktijd vereisen en van die omvang zijn dat zij de normale bewoning van het gebouw belemmeren. Uitgesloten zijn verfraaiingswerken.
Een renovatienota bestaat minimaal uit de volgende stukken:
HOOFDSTUK II: Het verwaarlozingsregister
Art.4: Inhoud van het verwaarlozingsregister
§1. De administratie houdt een register bij van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.
§2. In het verwaarlozingsregister worden de volgende gegevens opgenomen:
Art.5: Registratie/opname van verwaarlozing
§1. Het college van burgemeester en schepenen stelt de personeelsleden aan voor de opsporing van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen. De onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden worden omschreven in het artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
§2. Een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het een combinatie van meerdere ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont.
Als ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval worden beschouwd de gebreken die verder verval op korte termijn in de hand werken.
Tekenen van verval en/of verwaarlozing bij woningen en gebouwen:
§3. Een terrein – bebouwd of onbebouwd – wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het één, of een combinatie van meerdere, ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont.
Tekenen van verval en/of verwaarlozing bij terreinen:
§4. De verwaarloosde woning, het gebouw of terrein wordt opgenomen in het verwaarlozingsregister aan de hand van een genummerd opnameattest waaraan minstens één foto wordt toegevoegd. Het opnameattest bevat een beschrijvend verslag met een opsomming van alle gebreken die aanleiding geven tot de opname in het verwaarlozingsregister. De datum van de vaststelling is de datum van het opnameattest en geldt eveneens als opnamedatum in het verwaarlozingsregister.
§5. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
§6. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijke leegstandsregister, kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
Art.6: Kennisgeving van de registratie/opname
Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de Administratie Rechtszekerheid, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister.
De kennisgeving bevat:
De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning, het gebouw of het terrein waarop het opnameattest betrekking heeft.
Art.7: Beroep tegen registratie
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de datum van de beveiligde zending vermeld in artikel 6, kan een houder van het zakelijk recht bij het College van Burgemeester en Schepenen beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister.
Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
Als datum van het beroepschrift geldt de datum van de beveiligde zending.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§2. De administratie stuurt aan de indiener van een beroepschrift een ontvangstbevestiging.
§3. Het beroepschrift is onontvankelijk als het niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in §1 van dit artikel.
§4. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt het college van burgemeester en schepenen dit onverwijld mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 van dit artikel niet verstreken is.
§5. Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde gebouwen, woningen en terreinen belaste personeelsleden.
§6. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
§7. Als de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de woning, het gebouw of het terrein opgenomen in het verwaarlozingsregister.
§8. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het beroep tegen de registratie kan binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Indien het college geen uitspraak doet over het beroep, of zijn uitspraak niet betekent binnen de termijn vermeld in §6 van dit artikel, is een beroep bij de rechtbank van eerste aanleg mogelijk ten vroegste zes maanden na de datum van ontvangst van het beroep bij de gemeente. Artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
Art.8: Schrapping uit het verwaarlozingsregister
§1. Een woning, een gebouw of een terrein wordt geschrapt uit het verwaarlozingsregister wanneer de houder van het zakelijk recht bewijst dat de ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval die aanleiding gaven tot de opname in het verwaarlozingsregister en die zijn omschreven in het beschrijvend verslag bij het opnameattest, zoals bepaald in artikel 5, §2 en §3, hersteld zijn of verwijderd. In geval van sloop moet alle puin geruimd zijn.
De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde gebouwen, woningen en terreinen belaste personeelsleden.
§2. Voor de schrapping uit het verwaarlozingsregister richt de houder van het zakelijk recht een ondertekend en gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
Als datum van het schrappingsverzoek geldt de datum van de beveiligde zending.
Als het verzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het verwaarlozingsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending. Als de kennisgeving niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het schrappingsverzoek geacht te zijn ingewilligd.
Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning, het gebouw of het terrein geschrapt uit het verwaarlozingsregister. De indieningsdatum van het schrappingsverzoek geldt als datum waarop de woning, het gebouw of het terrein uit het verwaarlozingsregister wordt geschrapt.
Art.9: Beroep tegen een weigeringsbeslissing tot schrapping
§1. Binnen een termijn van 30 dagen, ingaand de dag na de betekening van het schrijven waarin de zakelijk gerechtigde in kennis gesteld werd van de beslissing tot weigering van schrapping uit verwaarlozingsregister, kan een zakelijk gerechtigde bij het College van Burgemeester en Schepenen beroep aantekenen tegen deze weigeringsbeslissing.
Als het beroepschrift wordt ingediend door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, moet aan het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging worden gehecht, tenzij het gaat om een raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of advocaat-stagiair.
§2. Beroep tegen de weigering tot schrapping uit het verwaarlozingsregister dient aan het College van Burgemeester en Schepenen betekend te worden door middel van een beveiligde zending. Elk binnenkomend beroepschrift tegen de weigering tot schrapping wordt geregistreerd in het verwaarlozingsregister. De ontvangst van het beroepschrift wordt gemeld aan de indiener ervan.
§3. Het College van Burgemeester en Schepenen doet uitspraak over het beroep tegen de weigering tot schrapping en betekent deze beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van 60 dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het verzoekschrift. De uitspraak wordt aan de indiener van het verzoekschrift per beveiligde zending betekend.
§4. Wanneer het beroep als gegrond wordt beschouwd, wordt het gebouw of de woning geschrapt uit het verwaarlozingsregister op datum van de aanvraag tot schrapping. Dit wordt aan de indiener van het verzoekschrift per beveiligde zending betekend.
Indien het College van Burgemeester en Schepenen geen beslissing neemt binnen de termijn, vermeld in §3 van dit artikel, wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd.
HOOFDSTUK III: BELASTING OP VERWAARLOOSDE WONINGEN, GEBOUWEN EN TERREINEN
Art.10: Belastbaar voorwerp en belastingtermijn
§1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen, gebouwen en terreinen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden opgenomen zijn in het verwaarlozingsregister.
Het verwaarlozingsregister wordt opgemaakt en bijgehouden overeenkomstig hoofdstukken I en II van onderhavig reglement.
§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning, het gebouw of het terrein gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het verwaarlozingsregister.
De belasting voor een verwaarloosde woning, gebouw of terrein is – voor zover geen vrijstelling van belasting verleend wordt of de woning of gebouw of terrein niet geschrapt werd uit het verwaarlozingsregister - telkens verschuldigd bij het verstrijken van één of meer periodes van 12 maanden opname op het leegstandsregister.
Art.11: Belastingschuldige - belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die gekend is als houder van het zakelijk recht op de verwaarloosde woning, het verwaarloosd gebouw of het verwaarloosde terrein op de verjaardag van de opnamedatum
Als er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
§2. In geval van mede-eigendom is elke niet-vrijgestelde mede-eigenaar belastingschuldig voor zijn wettelijk deel.
§3. In geval er meerdere niet-vrijgestelde houders van het zakelijk recht zijn, zijn deze eveneens hoofdelijk en ondeelbaar aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
Art.12: Tarief van de belasting
Het bedrag van de belasting wordt voor de eerste termijn van 12 maanden dat het gebouw, de woning of het terrein is opgenomen in het verwaarlozingsregister, vastgesteld op 1.250,00 euro
Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een woning, gebouw of terrein op de inventaris staat, wordt tot nul herleid en begint opnieuw te lopen bij overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning. Dit geldt niet voor overdrachten aan of van:
Art.13: Vrijstellingen
§1. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden via beveiligde zending bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de procedure vermeld in artikel 15. De bewijslast ligt steeds bij de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en deze legt hierbij de nodige bewijsstukken voor.
§2. Een vrijstelling wordt verleend aan :
1° De woning, het gebouw of terrein waarvan de belastingplichtige sinds minder dan één jaar houder van het zakelijk recht is over de woning, het gebouw of het terrein, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor het belastingjaar dat volgt op het verlijden van de authentieke akte. Dit bewijs moet geleverd worden door het voorleggen van een attest van de notaris waaruit blijkt vanaf welke datum de belastingplichtige eigenaar is geworden of door het voorleggen van een notarisakte.
Deze vrijstelling geldt niet voor:
2° De verwaarloosde woning die volledig en uitsluitend gebruikt wordt als hoofdverblijfplaats en waarvan de zakelijk gerechtigde niet over een andere woning beschikt. De vrijstelling geldt voor drie aanslagjaren en wordt gekoppeld aan een traject waarbij de zakelijk gerechtigde geadviseerd wordt over de uit te voeren renovatiewerken teneinde de verwaarlozing weg te werken;
3° Een woning die of een gebouw dat daadwerkelijk gerenoveerd of gesloopt wordt waardoor de woning of het gebouw niet gebruikt kan worden volgens de functie :
Deze vrijstelling kan drie maal aaneensluitend met één jaar worden verlengd op voorwaarde dat:
Deze voorwaarden zijn cumulatief.
Deze vrijstelling kan slechts éénmaal worden toegekend aan dezelfde houders van het zakelijk recht en geldt voor maximaal vier opeenvolgende aanslagjaren.
Een plaatsbezoek kan worden uitgevoerd om te controleren of de woningen, kamers of gebouwen kunnen gebruikt worden volgens hun functie.
4° De woning, het gebouw of het terrein waarvan de zakelijk gerechtigde de houder is van het zakelijk recht over meerdere woningen en/of gebouwen die hij of zij tegelijk wil slopen, verbouwen of renoveren om economische en praktische efficiëntieredenen. Deze vrijstelling kan ten hoogste twee opeenvolgende belastingjaren verleend worden, voor zover de belastingplichtige een gedetailleerde planning voorlegt voor de uit te voeren sloop-, verbouwings- of renovatiewerken.
Om deze vrijstelling te vernieuwen moet de belastingplichtige in de loop van het jaar voorafgaand aan de vernieuwing mondeling of schriftelijk rapporteren over de voortgang van de voorbereidingen en de werken op het lokaal woonoverleg. Indien hij geen deel uitmaakt van het woonoverleg, wordt hij voor dit punt jaarlijks uitgenodigd. Het woonoverleg formuleert een advies voor het college van burgemeester en schepenen over de vrijstelling voor het betreffende belastingjaar. Als er geen of onvoldoende voortgang blijkt om de verwaarlozing binnen de twee jaar weg te werken, wordt geen nieuwe vrijstelling verleend.
5° De woning, het gebouw of het terrein gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan, of geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld. Het bewijs wordt geleverd door een attest afgeleverd door de gemeentelijke instantie;
6° De woning, het gebouw of het terrein dat vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling maximum drie opeenvolgende belastingjaren kan worden verleend, te rekenen vanaf de datum van de vernieling of beschadiging.
Onder ramp dient te worden begrepen, een gebeurtenis die zich voordoet buiten de wil van de houder van het zakelijk recht en waardoor de schade zo groot is dat een normaal gebruik van het pand onmogelijk is. O.a. brand, ontploffing, verzakking, overstroming of storm kunnen hieronder vallen.
Art.14: Wijze van invordering en betaling
§1. Het kohier wordt opgemaakt en uitvoerbaar verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen en dit ten laatste op 30 juni van het jaar volgend op het aanslagjaar.
§2. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet door middel van overschrijving op het vermelde rekeningnummer.
Art.15: Geschillen en bezwaren
§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het College van Burgemeester en Schepenen overeenkomstig de bepalingen voorzien in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
§2. Bezwaarschriften kunnen via duurzame drager (e-mail) worden ingediend binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in bovenstaand lid. De contactgegevens voor het op deze wijze indienen van bezwaarschriften zijn: gemeentebelastingen@anzegem.be. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
§3.Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de 15 dagen na indiening ervan.
§4.De opname of schrapping in het register kan in dit bezwaarschrift niet meer worden betwist.
Art.16: Inwerkingtreding en overgangsbepalingen
§1. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
§2. De woningen en gebouwen die op heden reeds opgenomen staan in het gemeentelijk verwaarlozingsregister, blijven opgenomen in het register, zoals vermeld staat in de administratieve akte van verwaarlozing en zijn onderhevig aan de bepalingen van dit reglement houdende de registratie van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.
§3. De toezichthoudende overheid wordt van de bekendmaking van dit reglement op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen
§4. Dit reglement wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Punt van raadslid Eddy Recour:
Mensen die bij het overlijden van een geliefde een concessie kochten van 15 of 30 jaar zien nu op het graf een bordje staan dat het graf gaat verdwijnen. Er is de mogelijkheid om te verlengen met 15 of 30 jaar, maar met terugwerkende kracht. Bijvoorbeeld: iemand overleed in 1978. Men kocht een concessie van 15 jaar (tot 1993) en nooit heeft men enig bericht ontvangen om te verlengen. Nu staat er op datzelfde graf een bordje met de vraag om te verlengen indien men dat wenst, maar tegelijk met terugwerkende kracht. Dit betekent concreet 32 + 30 maal 27,92 . Dat is samen 1731€. Als er kort nadien nog een echtgenote bijkwam, mag je dat bedrag verdubbelen voor hetzelfde stukje grond. Dat men vraagt om te verlengen en te betalen voor de jaren die komen vind ik redelijk logisch. Dat dit met terugwerkende kracht is, vind ik niet correct. Het is aan de gemeente om tijdig te melden dat de concessie van een graf verlopen is en dan moeten de nabestaanden niet voor de nalatigheid van de gemeente opdraaien lijkt me. Ook vind ik het vreemd dat je per persoon moet betalen en niet per stuk grond.
Het agendapunt te verdagen naar een volgende zitting.
Punt van raadslid Eddy Recour:
Er leeft veel onzekerheid bij de meer dan 30 gebruikende verenigingen en organisaties naar aanleiding van het mogelijks verdwijnen van het ontmoetingscentrum De Linde in Ingooigem.
Het project gemeenteschool Ingooigem en annexen o.a. polyvalente zaal met gemengd gebruik is waardevol maar zal door de beperkte oppervlakte ( +/- 175m2) geen echt alternatief bieden.
Heel wat typisch Yvegemse volkse activiteiten dreigen te verdwijnen, mogelijks ook de reguliere werking van een aantal socio-culturele verenigingen uit Ingooigem.
Om toch enigszins een beeld te hebben en een en ander beter te kunnen beoordelen had ik graag volgende informatie bekomen :
- Hoeveel en welke verenigingen hebben een bergruimte in De Linde en hoeveel huurgeld wordt daarvoor door elke vereniging betaald.
- Hoeveel Yvegemse verenigingen hebben een bergruimte in het nieuw gemeentepunt en hoeveel huurgeld zullen ze ervoor moeten betalen.
- Tot op heden zijn er nog maar een paar verenigingen uit Ingooigem die hun activiteiten verplaatst hebben naar het nieuw gemeentepunt ( o.a. Ferm - Gezinsbond - Toneelgroep De Vlaschaard -FV ) Kan er een overzicht bekomen worden van de daarvoor betaalde huurgelden.
Het agendapunt te verdagen naar een volgende zitting.
De raadsleden worden in de mogelijkheid gesteld om eenvoudige informatie te bekomen met betrekking tot de werking van de gemeente. Daarnaast kunnen er ook losse mededelingen worden meegegeven aan de raadsleden.
Mondelinge vragen worden - zo mogelijk - onmiddellijk beantwoord of uiterlijk schriftelijk tegen de eerstvolgende zitting. Op schriftelijke vragen van raadsleden wordt binnen de maand na ontvangst schriftelijk geantwoord (artikel 11 huishoudelijk reglement).
Decreet Lokaal Bestuur
Huishoudelijk reglement gemeenteraad, artikel 11
Kennis te nemen van de mondelinge vragen. De mondelinge vragen worden - zo mogelijk - onmiddellijk beantwoord of uiterlijk schriftelijk tegen de eerstvolgende zitting. De vragen en de eventuele antwoorden net als de mededelingen worden opgenomen in het zittingsverslag.
De voorzitter sluit de zitting op 15/12/2025 om 23:34.
Aansluitend op de openbare vergadering kan ook een gesloten gedeelte volgen. Deze is helaas niet toegankelijk voor het publiek.
Namens Gemeenteraad,
Pauline Everaert
Waarnemend algemeen directeur
Jeremie Vaneeckhout
Voorzitter