Terug
Gepubliceerd op 23/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

ma 15/12/2025 - 19:30

Belastingsreglement 2026-2031: belasting betreffende het ontbreken van parkeerplaatsen en fietsstalplaatsen bij meergezinswoningen: Vaststelling.

Aanwezig: Jeremie Vaneeckhout, Voorzitter
Pauline Van Marcke, Burgemeester
Louis Degroote, Gino Devogelaere, Kris De Meulemeester, Petra Devos, Davy Demets, Schepenen
Yannick Ducatteeuw, Amandine Eeckhaut, Nicolas Duquesnoy, Koen Tack, Davy Dewaele, Rino Himpe, Sofie Demurie, Els Gevaert, Ine Demeulemeester, Roel Couckuyt, Joy Vanmaercke, Leendert Van Hulle, Philippe Desmet, Bram Vanhoutte, Jens Vancauwenberghe, Martijn De Maesschalck, Marie-Rose D'huyvetter, Raadsleden
Pauline Everaert, Waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd: Eddy Recour, Raadslid
Sonja Nuyttens, Algemeen directeur
Feitelijke en juridische overwegingen

De gemeenteraad nam in zitting van 8 november 2022 een belastingreglement aan op het ontbreken van parkeerplaatsen en fietsstalplaatsen bij meergezinswoningen en dit voor de periode van 2023 tot en met 2025. Dit belastingreglement loopt af op 31 december 2025 waardoor het noodzakelijk is het reglement te vernieuwen.

Door de toenemende verdichting van de gemeentelijke centra en het toenemend gebruik van de auto wordt een steeds grotere parkeerdruk vastgesteld. Wanneer de bouwheer beslist om niet zelf te voorzien in de creatie van eigen parkeerplaatsen en/of fietsenstallingen, veroorzaakt dit heel wat parkeerdruk voor de parkeerplaatsen op het openbaar domein. Door dit gebrek aan private parkeergelegenheden dient de gemeente zelf te voorzien in de creatie van voldoende parkeerplaatsen en/of fietsenstallingen op het openbaar domein. Deze kost loopt hoog op. Deze belasting is een doelbelasting zodat bouwheren de verplicht opgelegde parkeerplaatsen in de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsstalplaatsen bij meergezinswoningen en goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 8 november 2022, toch zullen inrichten en zo bijdragen tot een goede ruimtelijke ordening. Indien dit om een stedenbouwkundige of technische reden onmogelijk of ongewenst is en bijgevolg gemotiveerd afgeweken wordt van de stedenbouwkundige verordening, dient deze vervangende belasting betaald te worden. 

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen zodoende het budgettair evenwicht te kunnen behouden. 

Het belastingreglement blijft ongewijzigd qua inhoud. 

Regelgeving

De grondwet, meer specifiek artikel 170§4;

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen;

Het decreet van 22 december 2017 over het het lokaal bestuur met latere wijzigingen;

De gecoördineerde omzendbrief KB/ABB 2019/2 d.d. 15 februari 2019 inzake de onderrichtingen over gemeentefiscaliteit vanwege het Agentschap voor Binnenlands bestuur.

Vorige beslissingen

Gemeenteraadsbesluit van 8 november 2022 houdende de vaststelling van een belasting betreffende het ontbreken van parkeerplaatsen en fietsstalplaatsen bij meergezinswoniningen;

Gemeenteraadsbesluit van 8 november 2022 houdende de goedkeuring van de stedenbouwkundige verordening op het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsstalplaatsen.

Publieke stemming
Aanwezig: Jeremie Vaneeckhout, Pauline Van Marcke, Louis Degroote, Gino Devogelaere, Kris De Meulemeester, Petra Devos, Davy Demets, Yannick Ducatteeuw, Amandine Eeckhaut, Nicolas Duquesnoy, Koen Tack, Davy Dewaele, Rino Himpe, Sofie Demurie, Els Gevaert, Ine Demeulemeester, Roel Couckuyt, Joy Vanmaercke, Leendert Van Hulle, Philippe Desmet, Bram Vanhoutte, Jens Vancauwenberghe, Martijn De Maesschalck, Marie-Rose D'huyvetter, Pauline Everaert
Voorstanders: Jeremie Vaneeckhout, Pauline Van Marcke, Louis Degroote, Gino Devogelaere, Kris De Meulemeester, Petra Devos, Davy Demets, Yannick Ducatteeuw, Amandine Eeckhaut, Nicolas Duquesnoy, Koen Tack, Davy Dewaele, Rino Himpe, Sofie Demurie, Els Gevaert, Ine Demeulemeester, Roel Couckuyt, Joy Vanmaercke, Leendert Van Hulle, Philippe Desmet, Bram Vanhoutte, Jens Vancauwenberghe, Martijn De Maesschalck, Marie-Rose D'huyvetter
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Besluit

Het belastingreglement op het ontbreken van parkeerplaatsen en fietsstalplaatsen bij meergezinswoningen als volgt vast te stellen:

Periode

Art.1: Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op het ontbreken van de nodige parkeerplaatsen en fietsstallingen bij meergezinswoningen, overeenkomstig de bepalingen betreffende het aantal aanwezig te zijn parkeerplaatsen en fietsenstallingen bij meergezinswoningen opgenomen in de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsstalplaatsen bij meergezinswoningen vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 8 november 2022.

Belastingplichtige - belastingschuldige

Art.2: De aanslag wordt gevestigd in hoofde van de houder van de omgevingsvergunning die vanwege de vergunningverlenende overheid op grond van deze vergunning een afwijking heeft bekomen van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsstalplaatsen bij meergezinswoningen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 8 november 2022. Als houder van die omgevingsvergunning wordt beschouwd diegene die de omgevingsvergunning bekwam of diegene die in zijn rechten en verplichtingen treedt om de werken, op basis van deze vergunning, uit te voeren. 

Tarief

Art.3: De belasting wordt vastgesteld op 15 000 euro per ontbrekende parkeerplaats en 1 500 euro per ontbrekende fietsstalling. 

Art.4: De belasting is verschuldigd  bij het bekomen van een omgevingsvergunning waarbij gemotiveerd afgeweken wordt van de stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsstalplaatsen bij meergezinswoningen van 8 november 2022. In de motivering van de afwijking wordt het aantal ontbrekende parkeerplaatsen /fietsenstallingen bepaald dat als grondslag dient voor de belastingberekening. 

Wijze van invordering

Art.5: Deze belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen en dit ten laatste op 30 juni van het jaar volgend op het aanslagjaar.

Art.6De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet door middel van overschrijving op het vermelde rekeningnummer.

Geschillen en bezwaren

Art.7De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen voorzien in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

Bezwaarschriften kunnen via duurzame dragen (e-mail) worden ingediend binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in bovenstaand lid. De contactgegevens voor het op deze wijze indienen van bezwaarschrift zijn: gemeentebelastingen@anzegem.be  Als het bezwaarschrift verzonden wordt via deze weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.

Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de 15 dagen na indiening ervan.

Slotbepalingen

Art.8: Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

Art.9: De toezichthoudende overheid wordt van de bekendmaking van dit reglement op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur  van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

Art.10: Dit reglement wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.