De gemeenteraad nam in zitting van 16 december 2019 een gemeentelijk registratiereglement verwaarloosde woningen en gebouwen en een bijhorend belastingreglement op verwaarloosde woningen en gebouwen aan en dit voor de periode van 2020 tot en met 2025. Dit belastingreglement loopt af op 31 december 2025 waardoor het noodzakelijk is het reglement te vernieuwen. Het registratiereglement op verwaarloosde woningen en gebouwen wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.
Het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokaal woonbeleid. Verwaarlozing is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen waardeloos zijn of zelfs gevaarlijk. Verwaarlozing kan leiden tot verloedering wat extra taken voor de gemeente met zich kan meebrengen. Tevens zorgen onderhouden woningen en gebruikte gebouwen voor een levendigere omgeving, voor meer sociale controle en een groter veiligheidsgevoel. Verwaarloosde woningen en gebouwen zijn minder of niet bruikbaar voor hun functie, waardoor ze ruimte in beslag nemen zonder die optimaal te benutten, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk om ruimte zuinig en zorgvuldig te gebruiken steeds toeneemt. Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente het beschikbare patrimonium voor wonen optimaal benut wordt.
Het gemeentebestuur heeft zich met de toetreding bij de intergemeentelijke samenwerking rond woonbeleid 'Beter Wonen' geëngageerd om een beleid te voeren naar verwaarloosde woningen en gebouwen. De aanpak van verwaarloosde woningen en gebouwen werd opgenomen in het subsidiedossier van het intergemeentelijk project gezien deze in 2017 door Vlaanderen werd overgeheveld aan de gemeenten. De Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder artikel 2.15 tot en met 2.20, stelt dat gemeenten een register van verwaarloosde woningen en gebouwen kunnen bijhouden.
De gemeente Anzegem wenst dan ook in te zetten op de bestrijding van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen om de verloedering van de leef- en woonomgeving tegen te gaan. Deze strijd tegen verwaarlozing zal onder meer een effect hebben als de opname in het verwaarlozingsregister daadwerkelijk leidt tot een belasting. De opgenomen vrijstellingen van belasting sluiten aan bij de noden en het beleid van de gemeente. De motivering van deze vrijstellingen, is vaak zeer logisch en blijkt meestal uit de formulering van de vrijstelling zelf.
De financiële toestand van de gemeente Anzegem rechtvaardigt en vereist de invoering van alle rendabele belastingen zodoende het budgettair evenwicht te kunnen behouden.
Het is nuttig om een geïntegreerd beleid te voeren ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen, volgende (inhoudelijke) wijzigingen aan de reglementen worden voorgesteld:
De ontvangen belastingen zullen geboekt worden onder:
Beleidsitem: 0020-00 (Fiscale aangelegenheden)
Algemene rekening:7375000 (Krotten / verwaarloosde en ongeschikte woningen en gebouwen)
De grondwet, meer specifiek artikel 170§4;
De Vlaamse codex wonen 2021;
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
Het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, art. 2.5.1.0.1;
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen; onder andere artikel 40 en 41
De gecoördineerde omzendbrief KB/ABB 2019/2 d.d. 15 februari 2019 inzake de onderrichtingen over gemeentefiscaliteit vanwege het Agentschap voor Binnenlands bestuur.
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 betreffende de goedkeuring van het registratiereglement op verwaarloosde woningen en gebouwen;
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 betreffende de vaststelling van het belastingreglement verwaarloosde woningen en gebouwen.
Art.1: Het gemeenteraadsbesluit aangenomen in zitting van 16 december 2019 betreffende de goedkeuring van het registratiereglement op verwaarloosde woningen en gebouwen wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.
Art.2: Het geïntegreerd reglement verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen - opmaak verwaarlozingsregister en belastingreglement wordt vastgesteld als volgt:
Hoofdstuk I: Definiëring
Art.3: Voor de toepassing van dit reglement wordt onder volgende begrippen verstaan
1° administratie: de administratieve eenheid van [de gemeente of het intergemeentelijk samenwerkingsverband], belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het register van verwaarloosde woningen en gebouwen;
2° beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijze:
3° beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen.
4° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
5° houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
6° opnamedatum: de datum waarop de woning of het gebouw opgenomen wordt in het verwaarlozingsregister;
7° verjaardag: het ogenblik waarop een nieuwe periode van twaalf maanden verstreken is sinds de opnamedatum, zolang de woning of het gebouw niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt;
8° verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen, vermeld in artikel 4 van dit reglement;
9° woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
10° terrein : elk bebouwd en onbebouwd perceel
11° renovatienota: een gedetailleerde, gedateerde en ondertekende nota renovatiewerken conform het decreet betreffende de omgevingsvergunning
Het document dient aan te tonen welke grondige renovatiewerken zullen uitgevoerd worden aan de woning of gebouw. De uitvoering van de werken moeten een aanzienlijke werktijd vereisen en van die omvang zijn dat zij de normale bewoning van het gebouw belemmeren. Uitgesloten zijn verfraaiingswerken.
Een renovatienota bestaat minimaal uit de volgende stukken:
HOOFDSTUK II: Het verwaarlozingsregister
Art.4: Inhoud van het verwaarlozingsregister
§1. De administratie houdt een register bij van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.
§2. In het verwaarlozingsregister worden de volgende gegevens opgenomen:
Art.5: Registratie/opname van verwaarlozing
§1. Het college van burgemeester en schepenen stelt de personeelsleden aan voor de opsporing van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen. De onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden worden omschreven in het artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
§2. Een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het een combinatie van meerdere ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont.
Als ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval worden beschouwd de gebreken die verder verval op korte termijn in de hand werken.
Tekenen van verval en/of verwaarlozing bij woningen en gebouwen:
§3. Een terrein – bebouwd of onbebouwd – wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het één, of een combinatie van meerdere, ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont.
Tekenen van verval en/of verwaarlozing bij terreinen:
§4. De verwaarloosde woning, het gebouw of terrein wordt opgenomen in het verwaarlozingsregister aan de hand van een genummerd opnameattest waaraan minstens één foto wordt toegevoegd. Het opnameattest bevat een beschrijvend verslag met een opsomming van alle gebreken die aanleiding geven tot de opname in het verwaarlozingsregister. De datum van de vaststelling is de datum van het opnameattest en geldt eveneens als opnamedatum in het verwaarlozingsregister.
§5. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
§6. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijke leegstandsregister, kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
Art.6: Kennisgeving van de registratie/opname
Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de Administratie Rechtszekerheid, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister.
De kennisgeving bevat:
De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning, het gebouw of het terrein waarop het opnameattest betrekking heeft.
Art.7: Beroep tegen registratie
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de datum van de beveiligde zending vermeld in artikel 6, kan een houder van het zakelijk recht bij het College van Burgemeester en Schepenen beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister.
Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
Als datum van het beroepschrift geldt de datum van de beveiligde zending.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§2. De administratie stuurt aan de indiener van een beroepschrift een ontvangstbevestiging.
§3. Het beroepschrift is onontvankelijk als het niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in §1 van dit artikel.
§4. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt het college van burgemeester en schepenen dit onverwijld mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 van dit artikel niet verstreken is.
§5. Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde gebouwen, woningen en terreinen belaste personeelsleden.
§6. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
§7. Als de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de woning, het gebouw of het terrein opgenomen in het verwaarlozingsregister.
§8. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het beroep tegen de registratie kan binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Indien het college geen uitspraak doet over het beroep, of zijn uitspraak niet betekent binnen de termijn vermeld in §6 van dit artikel, is een beroep bij de rechtbank van eerste aanleg mogelijk ten vroegste zes maanden na de datum van ontvangst van het beroep bij de gemeente. Artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
Art.8: Schrapping uit het verwaarlozingsregister
§1. Een woning, een gebouw of een terrein wordt geschrapt uit het verwaarlozingsregister wanneer de houder van het zakelijk recht bewijst dat de ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval die aanleiding gaven tot de opname in het verwaarlozingsregister en die zijn omschreven in het beschrijvend verslag bij het opnameattest, zoals bepaald in artikel 5, §2 en §3, hersteld zijn of verwijderd. In geval van sloop moet alle puin geruimd zijn.
De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde gebouwen, woningen en terreinen belaste personeelsleden.
§2. Voor de schrapping uit het verwaarlozingsregister richt de houder van het zakelijk recht een ondertekend en gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
Als datum van het schrappingsverzoek geldt de datum van de beveiligde zending.
Als het verzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het verwaarlozingsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending. Als de kennisgeving niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het schrappingsverzoek geacht te zijn ingewilligd.
Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning, het gebouw of het terrein geschrapt uit het verwaarlozingsregister. De indieningsdatum van het schrappingsverzoek geldt als datum waarop de woning, het gebouw of het terrein uit het verwaarlozingsregister wordt geschrapt.
Art.9: Beroep tegen een weigeringsbeslissing tot schrapping
§1. Binnen een termijn van 30 dagen, ingaand de dag na de betekening van het schrijven waarin de zakelijk gerechtigde in kennis gesteld werd van de beslissing tot weigering van schrapping uit verwaarlozingsregister, kan een zakelijk gerechtigde bij het College van Burgemeester en Schepenen beroep aantekenen tegen deze weigeringsbeslissing.
Als het beroepschrift wordt ingediend door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, moet aan het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging worden gehecht, tenzij het gaat om een raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of advocaat-stagiair.
§2. Beroep tegen de weigering tot schrapping uit het verwaarlozingsregister dient aan het College van Burgemeester en Schepenen betekend te worden door middel van een beveiligde zending. Elk binnenkomend beroepschrift tegen de weigering tot schrapping wordt geregistreerd in het verwaarlozingsregister. De ontvangst van het beroepschrift wordt gemeld aan de indiener ervan.
§3. Het College van Burgemeester en Schepenen doet uitspraak over het beroep tegen de weigering tot schrapping en betekent deze beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van 60 dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het verzoekschrift. De uitspraak wordt aan de indiener van het verzoekschrift per beveiligde zending betekend.
§4. Wanneer het beroep als gegrond wordt beschouwd, wordt het gebouw of de woning geschrapt uit het verwaarlozingsregister op datum van de aanvraag tot schrapping. Dit wordt aan de indiener van het verzoekschrift per beveiligde zending betekend.
Indien het College van Burgemeester en Schepenen geen beslissing neemt binnen de termijn, vermeld in §3 van dit artikel, wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd.
HOOFDSTUK III: BELASTING OP VERWAARLOOSDE WONINGEN, GEBOUWEN EN TERREINEN
Art.10: Belastbaar voorwerp en belastingtermijn
§1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen, gebouwen en terreinen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden opgenomen zijn in het verwaarlozingsregister.
Het verwaarlozingsregister wordt opgemaakt en bijgehouden overeenkomstig hoofdstukken I en II van onderhavig reglement.
§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning, het gebouw of het terrein gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het verwaarlozingsregister.
De belasting voor een verwaarloosde woning, gebouw of terrein is – voor zover geen vrijstelling van belasting verleend wordt of de woning of gebouw of terrein niet geschrapt werd uit het verwaarlozingsregister - telkens verschuldigd bij het verstrijken van één of meer periodes van 12 maanden opname op het leegstandsregister.
Art.11: Belastingschuldige - belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die gekend is als houder van het zakelijk recht op de verwaarloosde woning, het verwaarloosd gebouw of het verwaarloosde terrein op de verjaardag van de opnamedatum
Als er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
§2. In geval van mede-eigendom is elke niet-vrijgestelde mede-eigenaar belastingschuldig voor zijn wettelijk deel.
§3. In geval er meerdere niet-vrijgestelde houders van het zakelijk recht zijn, zijn deze eveneens hoofdelijk en ondeelbaar aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
Art.12: Tarief van de belasting
Het bedrag van de belasting wordt voor de eerste termijn van 12 maanden dat het gebouw, de woning of het terrein is opgenomen in het verwaarlozingsregister, vastgesteld op 1.250,00 euro
Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een woning, gebouw of terrein op de inventaris staat, wordt tot nul herleid en begint opnieuw te lopen bij overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning. Dit geldt niet voor overdrachten aan of van:
Art.13: Vrijstellingen
§1. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden via beveiligde zending bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de procedure vermeld in artikel 15. De bewijslast ligt steeds bij de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en deze legt hierbij de nodige bewijsstukken voor.
§2. Een vrijstelling wordt verleend aan :
1° De woning, het gebouw of terrein waarvan de belastingplichtige sinds minder dan één jaar houder van het zakelijk recht is over de woning, het gebouw of het terrein, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor het belastingjaar dat volgt op het verlijden van de authentieke akte. Dit bewijs moet geleverd worden door het voorleggen van een attest van de notaris waaruit blijkt vanaf welke datum de belastingplichtige eigenaar is geworden of door het voorleggen van een notarisakte.
Deze vrijstelling geldt niet voor:
2° De verwaarloosde woning die volledig en uitsluitend gebruikt wordt als hoofdverblijfplaats en waarvan de zakelijk gerechtigde niet over een andere woning beschikt. De vrijstelling geldt voor drie aanslagjaren en wordt gekoppeld aan een traject waarbij de zakelijk gerechtigde geadviseerd wordt over de uit te voeren renovatiewerken teneinde de verwaarlozing weg te werken;
3° Een woning die of een gebouw dat daadwerkelijk gerenoveerd of gesloopt wordt waardoor de woning of het gebouw niet gebruikt kan worden volgens de functie :
Deze vrijstelling kan drie maal aaneensluitend met één jaar worden verlengd op voorwaarde dat:
Deze voorwaarden zijn cumulatief.
Deze vrijstelling kan slechts éénmaal worden toegekend aan dezelfde houders van het zakelijk recht en geldt voor maximaal vier opeenvolgende aanslagjaren.
Een plaatsbezoek kan worden uitgevoerd om te controleren of de woningen, kamers of gebouwen kunnen gebruikt worden volgens hun functie.
4° De woning, het gebouw of het terrein waarvan de zakelijk gerechtigde de houder is van het zakelijk recht over meerdere woningen en/of gebouwen die hij of zij tegelijk wil slopen, verbouwen of renoveren om economische en praktische efficiëntieredenen. Deze vrijstelling kan ten hoogste twee opeenvolgende belastingjaren verleend worden, voor zover de belastingplichtige een gedetailleerde planning voorlegt voor de uit te voeren sloop-, verbouwings- of renovatiewerken.
Om deze vrijstelling te vernieuwen moet de belastingplichtige in de loop van het jaar voorafgaand aan de vernieuwing mondeling of schriftelijk rapporteren over de voortgang van de voorbereidingen en de werken op het lokaal woonoverleg. Indien hij geen deel uitmaakt van het woonoverleg, wordt hij voor dit punt jaarlijks uitgenodigd. Het woonoverleg formuleert een advies voor het college van burgemeester en schepenen over de vrijstelling voor het betreffende belastingjaar. Als er geen of onvoldoende voortgang blijkt om de verwaarlozing binnen de twee jaar weg te werken, wordt geen nieuwe vrijstelling verleend.
5° De woning, het gebouw of het terrein gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan, of geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld. Het bewijs wordt geleverd door een attest afgeleverd door de gemeentelijke instantie;
6° De woning, het gebouw of het terrein dat vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling maximum drie opeenvolgende belastingjaren kan worden verleend, te rekenen vanaf de datum van de vernieling of beschadiging.
Onder ramp dient te worden begrepen, een gebeurtenis die zich voordoet buiten de wil van de houder van het zakelijk recht en waardoor de schade zo groot is dat een normaal gebruik van het pand onmogelijk is. O.a. brand, ontploffing, verzakking, overstroming of storm kunnen hieronder vallen.
Art.14: Wijze van invordering en betaling
§1. Het kohier wordt opgemaakt en uitvoerbaar verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen en dit ten laatste op 30 juni van het jaar volgend op het aanslagjaar.
§2. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet door middel van overschrijving op het vermelde rekeningnummer.
Art.15: Geschillen en bezwaren
§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het College van Burgemeester en Schepenen overeenkomstig de bepalingen voorzien in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
§2. Bezwaarschriften kunnen via duurzame drager (e-mail) worden ingediend binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in bovenstaand lid. De contactgegevens voor het op deze wijze indienen van bezwaarschriften zijn: gemeentebelastingen@anzegem.be. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
§3.Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de 15 dagen na indiening ervan.
§4.De opname of schrapping in het register kan in dit bezwaarschrift niet meer worden betwist.
Art.16: Inwerkingtreding en overgangsbepalingen
§1. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
§2. De woningen en gebouwen die op heden reeds opgenomen staan in het gemeentelijk verwaarlozingsregister, blijven opgenomen in het register, zoals vermeld staat in de administratieve akte van verwaarlozing en zijn onderhevig aan de bepalingen van dit reglement houdende de registratie van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.
§3. De toezichthoudende overheid wordt van de bekendmaking van dit reglement op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen
§4. Dit reglement wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.