Terug
Gepubliceerd op 23/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

ma 15/12/2025 - 19:30

Gemeentelijke belasting 2026-2031: belasting op tweede verblijven: vaststelling

Aanwezig: Jeremie Vaneeckhout, Voorzitter
Pauline Van Marcke, Burgemeester
Louis Degroote, Gino Devogelaere, Kris De Meulemeester, Petra Devos, Davy Demets, Schepenen
Yannick Ducatteeuw, Amandine Eeckhaut, Nicolas Duquesnoy, Koen Tack, Davy Dewaele, Rino Himpe, Sofie Demurie, Els Gevaert, Ine Demeulemeester, Roel Couckuyt, Joy Vanmaercke, Leendert Van Hulle, Philippe Desmet, Bram Vanhoutte, Jens Vancauwenberghe, Martijn De Maesschalck, Marie-Rose D'huyvetter, Raadsleden
Pauline Everaert, Waarnemend algemeen directeur
Verontschuldigd: Eddy Recour, Raadslid
Sonja Nuyttens, Algemeen directeur
Feitelijke en juridische overwegingen

De gemeenteraad nam in zitting van 16 december 2019 een belastingreglement aan op tweede verblijven en dit voor de periode van 2020 tot en met 2025. Het reglement werd aangepast door de gemeenteraad in zitting van 14 juni 2022 en dit meer specifiek met betrekking tot het onderdeel 'aangifteplicht'. Dit belastingreglement loopt af op 31 december 2025 waardoor het noodzakelijk is het reglement te vernieuwen.

Het bijhouden van het bevolkingsregister is de taak en de verantwoordelijkheid van de gemeenten. De inschrijving gebeurt door toedoen en na onderzoek van de gemeente, zodat de bevolkingsregisters correct informatie verschaffen over het bevolkingsbestand. Deze correcte informatie is noodzakelijk voor statistische redenen, zodat een goed bevolkingsbeheer kan gevoerd worden, maar is ook noodzakelijk voor de veiligheid en identificatie van personen. Daarom is het belangrijk dat degene die zich op een verblijfplaats kan inschrijven dit effectief doet. De belasting op tweede verblijven kan ertoe bijdragen dat personen die hun feitelijke verblijfplaats in gemeente Anzegem hebben zich effectief inschrijven in de bevolkingsregisters voor hun hoofdverblijfplaats.

Het effectief gebruik als hoofdverblijf van woongelegenheden wordt nagestreefd om op die manier het residentieel wonen in de gemeente te beschermen en de sociale cohesie te beschermen, hetgeen telkens in het gedrang komt wanneer woongelegenheden alleen occasioneel of in bijkomende orde worden gebruikt.

Het is anderzijds ook billijk dat personen die over een tweede verblijf beschikken in Anzegem, bijdragen tot de financiële behoeften van de gemeente daar zij ook vaak gebruik maken van de dienstverlening en infrastructuur van de gemeente. In tegenstelling tot wie zijn hoofdverblijf in Anzegem heeft, dragen ze niet bij tot de financiering van de gemeente via de aanvullende personenbelasting. Op deze manier worden de lasten gespreid over alle gebruikers van de faciliteiten van de gemeente. 

De financiële toestand van de gemeente Anzegem rechtvaardigt en vereist de invoering van alle rendabele belastingen zodoende het budgettair evenwicht te kunnen behouden.

Om te vermijden dat het tweede verblijf een achterpoortje voor de leegstand wordt, lijkt het logisch en wordt voorgesteld om het tarief gelijk te schakelen met de minimale leegstandsbelasting en dus op 1.250 euro per jaar te brengen. In de periode 2020-2025 werd een belasting van 1.000 euro per tweede verblijf per jaar gevestigd. Op basis van de evolutie van de gezondheidsindex (inflatie) is er op heden een stijging van ruim 24 % ten opzichte van januari 2020 waardoor deze verhoging ook kan gerechtvaardigd worden. 

De eerder overbodige vrijstelling voor woningen die uitsluitend voor beroepsuitoefening worden gebruikt, wordt weggelaten. Deze woningen zijn in principe geen woningen, maar handelsruimtes en zouden een functiewijziging moeten ondergaan. Er wordt een vrijstelling toegevoegd voor erkende vakantiewoningen volgens het decreet van 5 februari 2016.

Financiële reflex

De ontvangen belastingen zullen geboekt worden onder:

Beleidsitem: 0020-00 (Fiscale aangelegenheden)

Algemene rekening:7377000 (Andere belasting - tweede verblijven)

Regelgeving

De grondwet, meer specifiek artikel 170§4;

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen;

De gecoördineerde omzendbrief KB/ABB 2019/2 d.d. 15 februari 2019 inzake de onderrichtingen over gemeentefiscaliteit vanwege het Agentschap voor Binnenlands bestuur.

Vorige beslissingen

Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 houdende de vestiging van een belasting op tweede verblijven en dit voor de periode van 2020 tot en met 2025;

Het gemeenteraadsbesluit van 14 juni 2022 houdende de goedkeuring van de aanpassing en verlenen vrijstelling verhoging van de belasting op de tweede verblijven. 

Publieke stemming
Aanwezig: Jeremie Vaneeckhout, Pauline Van Marcke, Louis Degroote, Gino Devogelaere, Kris De Meulemeester, Petra Devos, Davy Demets, Yannick Ducatteeuw, Amandine Eeckhaut, Nicolas Duquesnoy, Koen Tack, Davy Dewaele, Rino Himpe, Sofie Demurie, Els Gevaert, Ine Demeulemeester, Roel Couckuyt, Joy Vanmaercke, Leendert Van Hulle, Philippe Desmet, Bram Vanhoutte, Jens Vancauwenberghe, Martijn De Maesschalck, Marie-Rose D'huyvetter, Pauline Everaert
Voorstanders: Jeremie Vaneeckhout, Pauline Van Marcke, Louis Degroote, Gino Devogelaere, Kris De Meulemeester, Petra Devos, Davy Demets, Yannick Ducatteeuw, Amandine Eeckhaut, Nicolas Duquesnoy, Koen Tack, Davy Dewaele, Rino Himpe, Sofie Demurie, Els Gevaert, Ine Demeulemeester, Roel Couckuyt, Joy Vanmaercke, Leendert Van Hulle, Philippe Desmet, Bram Vanhoutte, Jens Vancauwenberghe, Martijn De Maesschalck, Marie-Rose D'huyvetter
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Besluit

Het belastingreglement op tweede verblijven als volgt vast te stellen:

Periode

Art.1:  Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de tweede verblijven gelegen op het grondgebied van de gemeente Anzegem.

Begripsomschrijving

Art.2: Een tweede verblijf is elke private woongelegenheid die voor de eigenaar, de vruchtgebruiker, de erfpachter of de opstalhouder, de huurder of de gebruiker ervan niet tot hoofdverblijf dient, maar die op elk ogenblik door hen voor bewoning kan gebruikt worden en waarvoor er geen inschrijving is in het bevolkingsregister.

De hoedanigheid van het tweede verblijf wordt beoordeeld op 1 januari van het aanslagjaar.

Tweede verblijven zijn, mits te voldoen aan het eerste lid, landhuizen, bungalows, appartementen, studio’s, weekendhuizen, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans en die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger.

Worden niet beschouwd als tweede verblijf:

  • garages, tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens;
  • studentenhuizen en -kamers
  • een volgens het Decreet houdende het toeristische logies van 5 februari 2016 erkende vakantiewoningen

De mogelijkheid tot onmiddellijke bewoning blijkt uit de feiten. De aanwezigheid van voldoende meubilair, van een minimale infrastructuur voor koken en slapen, van een leveringscontract voor water en elektriciteit en van een eigenlijk elektriciteits- en waterverbruik worden als belangrijke indicaties weerhouden. Het gebrek aan gebruik voor de woongelegenheid als hoofdverblijf blijkt uit het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister.

Belastingschuldige - belastingplichtige

Art.3: De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf.

In geval van vruchtgebruik, recht van opstal of recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door respectievelijk de vruchtgebruiker, de opstalhouder of de erfpachthouder.

De belastingplicht geldt ook wanneer het verblijf verhuurd wordt, door een derde feitelijk gebruikt wordt, of wanneer hij het belaste goed dat niet door een derde wordt gehuurd of feitelijk gebruikt, tijdelijk niet gebruikt.

De eigenaar is de belasting verschuldigd ongeacht het feit of hij al dan niet in de bevolkingsregisters van de gemeente is ingeschreven.

In geval van mede-eigendom is elke niet-vrijgestelde mede-eigenaar belastingschuldig voor zijn wettelijk deel. Hetzelfde geldt bij medevruchtgebruik en indien meerdere personen titularis zijn van het recht van opstal en erfpacht.

In geval er meerdere niet-vrijgestelde houders van het zakelijk recht zijn, zijn deze eveneens hoofdelijk en ondeelbaar aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

De eigendomsoverdracht in de loop van het belastingjaar geeft geen aanleiding tot vermindering van de voor dat jaar verschuldigde belasting. Ingeval van overdracht van het eigendomsoverdracht in de loop van het aanslagjaar de nieuwe zakelijk gerechtigde de belasting verschuldigd met ingang van 1 januari volgend op de datum van de authentieke akte van overdracht. De overdrager is verplicht dit binnen de twee maanden na de datum van de authentieke akte te melden aan de gemeente door volgende gegevens mee te delen

  • volledige identiteit en adres van de overnemer
  • datum van de akte en naam van de notaris
  • nauwkeurige aanduiding van het betreffende perceel.

Tarieven

Art.4: De belasting wordt vastgesteld op 1.250 euro per tweede verblijf.

Wijze van invordering

Art.5: Het kohier wordt opgemaakt en uitvoerbaar verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen en dit ten laatste op 30 juni van het jaar volgend op het aanslagjaar.

Betaaltermijn

Art.6: De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet door middel van overschrijving op het vermelde rekeningnummer.

Geschillen en bezwaren

Art.7: De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het College van Burgemeester en Schepenen overeenkomstig de bepalingen voorzien in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

Bezwaarschriften kunnen via duurzame drager (e-mail) worden ingediend binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in bovenstaand lid. De contactgegevens voor het op deze wijze indienen van bezwaarschriften zijn gemeentebelastingen@anzegem.be. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.

Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de 15 dagen na indiening ervan.

Slotbepalingen

Art.8: Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

Art.9: De toezichthoudende overheid wordt van de bekendmaking van dit reglement op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur  van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

Art.10: Dit reglement wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.