De voorzitter opent de zitting op 14/04/2026 om 19:31.
Art.1: De notulen- en zittingsverslag van de gemeenteraad van 10 maart 2026 eenparig goed te keuren.
De gemeenteraad bepaalde de samenstelling uit de verschillende politieke fracties van de diverse raadscommissies en wel als volgt:
De gemeenteraad nam akte van de ingediende voordrachten op 11 maart 2025. Doordat raadslid Eddy Recour als onafhankelijk raadslid ging zetelen, werd voor de fractie Ons Dna andere vertegenwoordigers voorzien op de raad van 8 juli 2025. Het onafhankelijk raadslid wenste vervolgens met raadgevende stem te zetelen in de commissies. Op 9 september 2025 werd na juridisch advies bij Agentschap Binnenlands Bestuur hierop ingegaan.
Er werd een schrijven gericht aan het onafhankelijk raadslid Recour op 18 december 2025 waarbij werd aangegeven dat er geen presentiegelden konden betaald worden voor 2025 vanaf het moment dat het raadslid onafhankelijk werd conform de wetgeving. Wegens bijkomende vragen, werd de situatie nogmaals voorgelegd voor juridisch advies. Het tweede advies van Agentschap Binnenlands Bestuur wijkt nu af van het eerste advies en geeft aan dat het toch niet mogelijk is voor het onafhankelijk geworden raadslid om (met raadgevende stem) te zetelen in de commissies (decreet lokaal bestuur, specifiek artikel 37). Bijgevolg is ook het verkrijgen van presentiegelden niet mogelijk. De samenstellingen van de commissies worden bijgevolg aangepast zodat de wettelijke bepalingen gevolgd worden.
Het decreet lokaal bestuur, specifiek artikel 37
De gemeenteraadsbeslissing van 14 januari 2025 houdende samenstelling van de 5 raadscommissies, zijnde:
Raadsbesluit van 11 maart 2025 inzake aktename samenstelling raadscommissies 'Financiën en Algemene Zaken', 'Mens', 'Ruimte', 'Deontologische Commissie' en 'Tuchtcommissie'
Raadsbesluit van 13 mei 2025 inzake huishoudelijk reglement gemeenteraad
Raadsbesluit van 10 juni 2025 inzake mededeling zetelen als onafhankelijk gemeenteraadslid: kennisname.
Raadsbesluit van 8 juli 2025 inzake aktename hersamenstelling raadscommissies 'Deontologische Commissie' en 'Tuchtcommissie'.
Raadsbesluit van 9 september 2025 inzake aktename aanpassing samenstelling raadscommissies 'Financiën en Algemene Zaken', 'Mens', 'Ruimte', 'Deontologische Commissie en Tuchtcommissie
Collegebesluit van 14 augustus 2025 vraag raadslid - commissie
Collegebesluit van 22 januari 2026 inzake raadslid inzake commissies
Collegebesluit van 12 februari 2026 inzake vraag raadslid inzake commissies
Collegebesluit van 11 maart 2026 inzake Vraag raadslid inzake wijziging samenstelling commissies
Art.1: De samenstelling van de 5 raadscommissies als volgt aan te passen naar aanleiding van het recentste juridisch advies van Agentschap Binnenlands Bestuur, waarbij een onafhankelijk geworden raadslid niet meer (met raadgevende stem) kan zetelen in de commissie:
a) raadscommissie Financiën en Algemene Zaken:
Samenéén: Ine Demeulemeester, Els Gevaert, Joy Vanmaercke en Roel Couckuyt
INZET: Jeremie Vaneeckhout en Leendert Van Hulle
Ons Dna: Bram Vanhoutte
Vlaams Belang: geen voordracht ontvangen
N-VA: Koen Tack (adviserend)
Onafhankelijk: Eddy Recour (adviserend)
b) raadscommissie Mens:
Samenéén: Ine Demeulemeester, Els Gevaert, Marie-Rose D'Huyvetter en Rino Himpe
INZET: Sofie Demurie en Jens Vancauwenberghe
Ons Dna: Davy Dewaele
Vlaams Belang: geen voordracht ontvangen
N-VA: Koen Tack (adviserend)
Onafhankelijk: Eddy Recour (adviserend)
c) raadscommissie Ruimte:
Samenéén: Els Gevaert, Rino Himpe, Joy Vanmaercke en Nicolas Duquesnoy
INZET: Sofie Demurie en Leendert Van Hulle
Ons Dna: Amandine Eeckhaut
Vlaams Belang: geen voordracht ontvangen
N-VA: Koen Tack (adviserend)
Onafhankelijk: Eddy Recour (adviserend)
d) raadscommissie Tucht:
Samenéén: Roel Couckuyt, Rino Himpe, Ine Demeulemeester en Joy Vanmaercke
INZET: Jeremie Vaneeckhout en Yannick Ducatteeuw
Ons Dna: Bram Vanhoutte
Vlaams Belang: geen voordracht ontvangen
N-VA: Koen Tack (adviserend)
Onafhankelijk: Eddy Recour (adviserend)
e) Deontologische commissie:
Samenéén: Ine Demeulemeester, Nicolas Duquesnoy, Els Gevaert en Rino Himpe
INZET: Jeremie Vaneeckhout en Yannick Ducatteeuw
Ons Dna: Davy Dewaele
Vlaams Belang: geen voordracht ontvangen
N-VA: Koen Tack (adviserend)
Onafhankelijk: Eddy Recour (adviserend)
Art.2: Kennis te geven van dit besluit aan de toezichthoudende overheid volgens de regels vervat in het decreet Lokaal Bestuur.
Overwegende dat het OFP PROLOCUS in de eerste helft van 2025 een aantal sleuteldocumenten herzien heeft in het kader van haar revisietraject “passiva-zijde” (Dit is het revisietraject dat betrekking heeft op de pensioenverplichtingen ; in 2026 wordt het revisietraject met betrekking tot de “activa-zijde” (de assets) uitgevoerd), met name:
- Het financieringsplan ;
- De beheersovereenkomst;
Overwegende dat het voornamelijk gaat om technisch-juridische aanpassingen, met als doel om de teksten beter te laten aansluiten bij de praktijk;
Overwegende dat er daarnaast ook een aantal inhoudelijke wijzigingen werden aangebracht, zoals bijvoorbeeld in de beheersovereenkomst :
- de transparante beschrijving van de aangepaste (goedkopere) kostenregeling;
- het inschrijven van een aantal aansprakelijkheidsbeperkingen n.a.v. een wijziging van het Burgerlijk Wetboek,
- het bepalen van een praktische regeling m.b.t. de verworven pensioenrechten van aangeslotenen van een fusiebestuur dat haar pensioenverplichtingen niet langer toevertrouwt aan het OFP Prolocus, enz.
en in het financieringsplan :
- het vervangen van een aantal niet-gebruikte RSZ-inningspercentages door andere RSZ-inningspercentages die moeten toelaten om in de toekomst voor een aantal besturen fijnmaziger te innen,
- beschrijving van de praktische toepassing van de pre-financiering bij fusies van besturen enz.
Overwegende dat in het kader van het revisietraject ook een aantal technisch-juridische wijzigingen aan het Kaderreglement Tweede Pensioenpijler Contractanten (hierna “het Kaderreglement”) en aan het Bijzonder Reglement werden voorgesteld, hoofdzakelijk met als doel om het beheer van het DC-Plan te vereenvoudigen;
Overwegende dat ook het Kaderreglement zelf bepaalde dat het begin 2025 door de sociale partners moest geëvalueerd worden, met mogelijks een bijsturing tot gevolg.
Overwegende dat de voorgestelde wijzigingen aan het Kaderreglement besproken werden in het Comité C1.
Overwegende dat bovenvermelde documenten goedgekeurd werden op de Raad van Bestuur van het OFP Prolocus van 23 mei 2025, en bekrachtigd werden op de Algemene Vergadering van 17 juni 2025.
Overwegende dat het Kaderreglement werd goedgekeurd in het Protocol van Akkoord van 12 november 2025 van het Comité C1.
Overwegende dat in navolging van het bovenvermelde aan het bestuur gevraagd wordt om de wijzigingen aan haar Bijzonder Reglement goed te keuren, en om in te stemmen met de Bijlage bij de Toetredingsakte tot goedkeuring van de wijzigingen aan de beheersovereenkomst en het financieringsplan.
Raadsbesluit van 13 mei 2025 inzake OFP Prolocus (tweede pensioenpijler) - algemene vergadering: aanduiding effectief en plaatsvervangend afgevaardigde
Art. 1: Het bestuur heeft kennis genomen van de wijzigingen aan de beheersovereenkomst en het financieringsplan, alsook van het gewijzigde Kaderreglement en het in uitvoering daarvan gewijzigde Bijzonder Reglement.
Art. 2: Het bestuur keurt de wijzigingen aan haar Bijzonder Reglement goed.
Art. 3: Het bestuur stemt in met de Bijlage bij de Toetredingsakte tot goedkeuring van de wijzigingen aan de beheersovereenkomst en het financieringsplan.
Art. 4: Het bestuur geeft aan de voorzitter en de (waarnemend) algemeen directeur het mandaat om de bijlage bij de Toetredingsakte en het Bijzonder Reglement te ondertekenen, en verzoekt het college om deze documenten op de gevraagde wijze zo spoedig mogelijk ter beschikking te stellen van het OFP Prolocus.
De Algemene Vergadering van Imog gaat door op dinsdag 19 mei 2026 om 18 uur in het Landhuys, Nokeredorpstraat 26, 9771 Kruisem. Op de agenda staan volgende punten ter bespreking:
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd kennis te nemen van deze punten en de gemeentelijke vertegenwoordiger te mandateren in de algemene vergadering van Imog om deze agendapunten goed te keuren.
Decreet Lokaal Bestuur
Goedgekeurde statuten
Gemeenteraadsbesluit van 14 januari 2025 houdende aanstelling van respectievelijk de effectief en plaatsvervangend gemeentelijk vertegenwoordiger voor de algemene vergaderingen van Imog
Art.1: kennis te nemen van de agenda van de algemene vergadering van Imog d.d. 19 mei 2026 met volgende agenda:
De gemeentelijke vertegenwoordiger wordt opdracht gegeven deze agendapunten goed te keuren.
Art.2: Kennis te geven van deze beslissing aan Imog.
Art.3: Deze beslissing wordt ter beschikking gehouden van de toezichthoudende overheid conform de bepalingen opgenomen in het decreet lokaal bestuur.
Gelet op het schrijven van de intercommunale Leiedal, waarbij de agenda en bijlagen van de Algemene Vergadering van 27 mei 2026 werden toegestuurd.
Overwegende dat er een effectief en plaatsvervangend gemeentelijk vertegenwoordiger werd aangeduid om de gemeente te vertegenwoordigen op deze algemene vergadering;
Vermits de gemeente Anzegem 2.987 aandelen - reeks A - bezit die 2.987 stemmen vertegenwoordigen;
Decreet Lokaal Bestuur
Goedgekeurde statuten Intercommunale Leiedal
Gemeenteraadsbesluit van 14 januari 2025 houdende aanstelling gemeentelijk vertegenwoordiger voor de algemene vergaderingen van Leiedal
Art. 1: zijn goedkeuring te verlenen aan de agendapunten voor de Algemene Vergadering van Leiedal van 27 mei 2026:
1. Verslag over de activiteiten in 2025
Aan de raad van bestuur wordt een toelichting gegeven over de activiteiten van Leiedal in het werkingsjaar 2025.2. Goedkeuring van de jaarrekening per 31/12/2025
In uitvoering van Artikel 52 van de statuten stelt de vergadering de jaarrekening vast aan de hand van het verslag van de raad van bestuur en het verslag van de commissaris.3. Kwijting van bestuurders en commissaris
In uitvoering van Artikel 52 van de statuten verleent de algemene vergadering terzelfdertijd kwijting aan de bestuurders en de commissaris.4. Benoeming commissaris voor de werkingsjaren 2026-2028
In uitvoering van Artikel 41 van de statuten benoemt de algemene vergadering voor een periode van drie jaar.5. Benoeming bestuurders en deskundigen
Pro memori6. Varia
Art. 2: De beslissing van de gemeenteraad van 14 januari 2025 waarbij Joy Vanmaercke werd aangeduid als vertegenwoordiger namens het gemeentebestuur op de Algemene Vergadering van Leiedal van 27 mei 2026, te bevestigen.
Art. 3: De vertegenwoordiger van de gemeente die zal deelnemen aan de Algemene Vergadering zal zijn stemgedrag afstemmen op de beslissing genomen in onderhavig gemeenteraadsbesluit en de voormelde punten van de agenda van de Algemene Vergadering van 27 mei 2026 goedkeuren.
Art. 4: Afschrift van onderhavige beslissing voor verder gevolg aan de intercommunale Leiedal toe te sturen.
Op 13 december 2016 werd door de gemeenteraad de bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen, goedgekeurd. Deze verordening werd aangepast door de gemeenteraad in zitting van 24 mei 2024 naar bijzondere politieverordening betreffende gemeentelijke sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3, F103 en F111. Hierna genoemd BPV (Bijzondere PolitieVerordening). De bedoeling is om deze BPV te wijzigen en aan te passen aan de gewijzigde GAS-wet eind 2023 en het daaraan gekoppelde koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende GAS voor parkeren en stilstaan. Daarnaast worden ook nog een aantal wijzigingen opgenomen om de tekst te actualiseren en de conformeren aan andere, hogere wetgeving.
Middels de wet van 11 december 2023 tot wijziging van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sanctie (de GAS-wet) werd aan de lokale besturen - onder andere - de mogelijkheid geboden om ten vroegste vanaf 8 januari 2024 zelf in te staan voor de handhaving van het inhaalverbod dat geldt binnen de fietszones (te weten : de voormalige "fietsstraten", aangeduid middels het verkeersbord "F111") op hun grondgebied, op voorwaarde dat voorafgaandelijk het akkoord van het Parket bekomen werd in de vorm van een aanpassing van het Protocolakkoord en de Bijzondere Politieverordening inzake GAS 4 (de BPV) in die zin aangevuld werd.
Echter kunnen GAS 4-inbreuken maar gesanctioneerd worden, nadat een Koninklijk besluit zulks uitdrukkelijk stipuleert en er een welbepaald boetebedrag aan vastknoopt. Daar wrong tot voor kort het schoentje: op 9 maart 2014 werd voor het eerst een Koninklijk besluit uitgevaardigd om de eerste generatie GAS 4-inbreuken van een concreet boetebedrag te voorzien en thans diende de oplijsting der inbreuken die in art. 2 van dit Koninklijk besluit uitgewerkt werd, in aansluiting op de gezegde wetswijziging van 11 december 2023, aangevuld te worden met de "inbreuk op het verkeersbord F111 voor wat betreft het inhaalverbod". Tot zolang zou de sanctionerend ambtenaar, op grond van de GAS-wet, wel de bevoegdheid hebben om kennis te nemen van vaststellingsverslagen inzake inbreuken op het inhaalverbod in fietszones en deze te beoordelen, doch zou hij vervolgens niet kunnen overgaan tot een effectieve sanctionering ervan.
Deze noodzakelijke aanvulling van het Koninklijk besluit van 9 maart 2014 is uiteindelijk pas doorgevoerd bij Koninklijk besluit van 14 januari 2026 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 23 januari 2026 - inwerkingtreding vanaf 1 maart 2026) (hierna "het KB van 14.01.2026" genoemd). Onderhavige nota strekt er in eerste instantie dan ook toe om deze sanctiemogelijk ook effectief op te nemen in de BPV door het reeds in 2024 "pro forma" ontwikkelde art. 24bis te incorporeren in de tekst van art. 29 van diezelfde verordening. Hierdoor verliest art. 24bis overigens zijn "pro forma" karakter en kan de destijds voorziene voetnoot geschrapt worden.
Tevens voorziet het KB van 14.01.2026 nog in een aantal kleine tekstuele aanpassingen, teneinde opnieuw in overeenstemming te zijn met enkele recente wijzigingen van het Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg (de Wegcode). Vermits de tekst van lokale verordeningen en reglementen steeds een exacte kopie dient te zijn van die van de hogere regelgeving, strekt onderhavige nota er bovendien toe om dezelfde aanpassingen door te voeren doorheen de ganse tekst van de BPV.
De vraag zou kunnen rijzen waarom deze wijzigingen van de Wegcode nog niet werden doorgevoerd in de BPV, nu de Wegcode hogere regelgeving betreft? Het antwoord is negatief, vermits de Wegcode een uitvoeringsbesluit van de Wegverkeerswet - en niet van de GAS-wet - betreft. Bovendien wordt opnieuw verwezen naar art. 4, §4 van de GAS-wet dat uitdrukkelijk stipuleert dat een apart Koninklijk besluit eerst de door art. 3, 3° van de GAS-wet vernoemde inbreuken moet overnemen uit de Wegcode, om ze vervolgens - naar gewichtigheid voor de openbare orde en verkeersveiligheid - onder te verdelen in categorieën. Dit impliceert dat de omschrijvingen uit het Koninklijk besluit van 9 maart 2014 gelden als enige officiële bron voor de in de BPV gebruikte beschrijvingen, ook al zijn deze - weliswaar in normale omstandigheden - identiek aan die van de Wegcode. Het was bijgevolg opnieuw een kwestie van wachten tot wanneer het nieuwe, aangepaste Koninklijk besluit uitgevaardigd zou worden.
Motivering van belangrijkste inhoudelijke wijzigingen:
de naam van de BPV wordt in overeenstemming gebracht met het gewijzigde opschrift van het Koninklijk besluit van 9 maart 2014 en zal bijgevolg voortaan als volgt luiden :"Bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Door uitdrukkelijk met een datum te verwijzen naar de meest recente wijziging van de GAS-wet, dwingt men zichzelf tot een nieuwe BPV-herziening, telkens wanneer de GAS-wet in de toekomst zal aangepast worden. De zinsnede waarvan thans de schrapping en aansluitende vervanging wordt gevraagd is bijgevolg correct, maar is niet optimaal. Door meer algemeen te verwijzen naar "met latere wijzigingen" zullen alle toekomstige wetswijzigingen meteen gedekt zijn.
Art. 22ter.1., 3° van de Wegcode, dat mede de basis vormde voor de inhoud van art. 6 van de BPV, werd recent verplaatst naar art. 24, 11° van de Wegcode, dat op zijn beurt mede de basis vormt voor art. 13, 7° van de BPV. In die zin is onderhavig punt onlosmakelijk verbonden met punt 8. onder de titel "Argumentatie" van deze nota. De opheffing van art. 22ter.1, 3° van de Wegcode werd overgenomen in art. 2, 2° van het KB van 14.01.2026. Artikel 6 van de BPV wordt dan ook opgeheven
Overname van art. 2, 3° van het KB van 14.01.2026 (-> art. 23.1., 2° van de Wegcode). Art.9 van de BPV wordt dan ook in die zin aangepast.
Overname van art. 2, 4° van het KB van 14.01.2026 (-> art. 23.3 van de Wegcode). Art.11 van de BPV wordt dan ook in die zin aangepast.
Overname van art. 2, 5° van het KB van 14.01.2026 (-> art. 23.4 van de Wegcode). Art.12 van de BPV wordt dan ook in die zin aangepast
Overname van art. 2, 6° van het KB van 14.01.2026 (-> art. 24, eerste lid, 2°, 4° en 7° tot en met 11° van de Wegcode). Onder het nieuwe nr. 7° van art.13 wordt - weliswaar is andere bewoordingen - het voormalige art. 6 van de BPV opgenomen
Overname van art. 2, 7°, tweede streepje van het KB van 14.01.2026 (-> art. 25.1, 1° tot en met 3°, 5° en 8° tot en met 13° van de Wegcode). Art.14 van de BPV wordt dan ook in die zin aangepast.
Overname van art. 2, 8° van het KB van 14.01.2026 (-> art. 77,5 eerste lid van de Wegcode). Art.21 van de BPV wordt dan ook in die zin aangepast.
Overname van art. 2, 10° van het KB van 14.01.2026 (-> art. 71.2 van de Wegcode). Ondanks het gebrek aan analoge aanpassing van art. 2 van het Koninklijk besluit van 9 maart 2014, werd er in 2024 bewust voor gekozen om art. 24bis toch reeds op te nemen in de BPV. De reden hiervoor was eenvoudig: het Protocolakkoord, waarvan reeds sprake. onder de titel "Aanleiding en context" van onderhavige nota, dient steeds als één geheel met de BPV gepubliceerd te worden (zie art. 23, §1, zesde lid van de GAS-wet). Welnu, naar aanleiding van de aanpassing van dit Protocolakkoord, voorzag het parket van West-Vlaanderen reeds in de uithandengeving van de handhavingsbevoegdheid inzake het inhaalverbod in fietszones ten gunste van de lokale besturen. Door de verankering van deze handhavingsbevoegdheid in de BPV uit te stellen, dreigde er een tegenstrijdigheid te ontstaan tussen enerzijds de inhoud van de BPV en anderzijds die van het Protocolakkoord. Het spreekt voor zich dat zulks niet bevorderlijk zou zijn voor de rechtszekerheid en -duidelijkheid naar de burger toe. In een eerste fase werd het Parket gevraagd om de verankering van het verkeersbord "F111" in het Protocolakkoord uit te stellen. Dit stootte evenwel op tegenstand bij het Parket, dat - hoewel een Protocolakkoord te beschouwen is als een overeenkomst - autonoom beslist over de inhoud ervan. Meer nog, het Parket toonde zich niet bereidwillig om de lokale besturen te "depanneren" gedurende de periode waarin de sanctioneringsbevoegdheid van de sanctionerend ambtenaar onbestaande was (cfr. tekstblok 2. onder de titel "Aanleiding en context" van onderhavige nota), teneinde straffeloosheid uit de wereld te helpen/houden. Hierdoor bleef nog maar één mogelijkheid over om het inhoudelijke geheel coherent te houden voor de burger, met name de opname van een nieuw - weliswaar pro forma - art. 24bis, met toevoeging van een principe van uitgestelde inwerkingtreding, zowel in een aparte voetnoot, als in art. 37 van de BPV dat de inwerkingtreding van de BPV zelf behandelt. Op deze wijze bleef de deur overigens eveneens op een kier voor een eventuele strafrechtelijke vervolging door het Parket. Dankzij de uitvaardiging van art. 2, 10° van het KB van 14.01.2026 kan de stad de inbreuken op het inhaalverbod in fietszones vanaf nu, zonder enig verder voorbehoud, zelf sanctioneren en kunnen alle pro forma formules bijgevolg geschrapt worden. Tot slot wordt nog meegegeven dat de uitsluiting der snelheidsinbreuken louter van technische aard is, nu de sanctionerend ambtenaar weldegelijk bevoegd is voor de handhaving en sanctionering ter zake. De snelheidsinbreuken worden evenwel behandeld in het kader van GAS 5, waarvoor een aparte Bijzondere Politieverordening van toepassing is (zie "Bijzondere politieverordening van 11 september 2023 betreffende gemeentelijke administratieve sancties voor beperkte snelheidsovertredingen", laatst gewijzigd op 9 september 2024). Art.24bis van de BPV wordt dan ook in die zin aangepast.
Aanpassing artikel 29 en 30: Op grond van art. 2, 10° van het KB van 14.01.2026 - en met toepassing van art. 4, §4, tweede lid van de GAS-wet - worden inbreuken op het inhaalverbod in fietszones toegevoegd aan de bestaande inbreukenlijst in artikel 2, §1 van het Koninklijk besluit van 9 maart 2014. Dit maakt dat zij te beschouwen zijn als inbreuken van de eerste categorie, waarvoor een vast boetebedrag van 58 euro kan opgelegd worden. Deze langverwachte federale interventie laat de gemeente eindelijk toe om de door art. 29 van de BPV geviseerde groep der eerste-categorie-inbreuken rechtsgeldig te verruimen tot de inbreuken op het inhaalverbod in fietszones, zoals bedoeld in art. 24bis van de BPV.
Opheffing artikel 36: Er wordt niet ingezien waarom een aparte reglementsbepaling zou moeten voorzien worden, waarin uitsluitend bevestigd wordt dat het lokale bestuur alle verplichtingen in het kader van een deugdelijke bekendmaking van haar verordening - haar opgelegd krachtens art. 286 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur - nageleefd heeft.
Opheffing artikel 39 en 39: de inhoud van artikel 38 spreekt voor zich, zodat de opname ervan in de BPV geen enkele meerwaarde heeft. Er wordt evenmin ingezien waarom een aparte reglementsbepaling zou moeten voorzien worden, waarin uitsluitend bevestigd wordt dat het lokale bestuur alle verplichtingen in het kader van een deugdelijke kennisgeving van haar verordening aan de 1) materieel en territoriaal bevoegde rechtbank en 2) de toezichthoudende overheid - haar opgelegd krachtens de artikelen 40, respectievelijk 326 en volgende van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur - nageleefd heeft.
In bijlage bij onderhavige nota kan als een ontwerp van de aangepast BPV zonder tekstuele aanduidingen, teruggevonden worden.
De nieuwe gemeentewet, meer bepaald artikel 119, 119 bis en 135;
De wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer (ook "de Wegverkeerswet" genoemd");
De wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sanctie en latere wijzigingen (ook "de GAS-wet genoemd");
Het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg (ook "de Wegcode" genoemd);
Koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, laatst gewijzigd bij Koninklijk besluit van 14 januari 2026 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automaisch werkende toestellen;
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
De gemeenteraadsbeslissing van 13 december 2016 houdende vaststelling bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.
De gemeenteraadsbeslissing van 14 mei 2024 betreffende de goedkeuring van de aanpassing van de bijzondere politieverordening d.d. 13 december 2016 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen
Art.1: de gemeenteraadsbeslissing van 14 mei 2024 houdende vaststelling bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3, F103 en F111, wordt gewijzigd als volgt: (aanpassingen geel gemarkeerd + schrappingen)
Bijzondere politieverordening betreffende gemeentelijke sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3, F103 en F111.
HOOFDSTUK 1. Toepassingsgebied
Afdeling 1. Territoriaal toepassingsgebied
Art. 1
Deze bijzondere politieverordening geeft uitvoering aan artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013
betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, met latere wijzigingen, dat bepaalt dat de gemeenteraad voor de inbreuken opgesomd in het Koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, met latere wijzigingen. betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen, kan voorzien in gemeentelijke administratieve sancties.
Deze bijzondere politieverordening is van toepassing op het grondgebied van de gemeente Anzegem.
Afdeling 2. Personeel toepassingsgebied
Art. 2
Deze bijzondere politieverordening is van toepassing op :
1° meerderjarige natuurlijke personen;
2° rechtspersonen.
HOOFDSTUK 2. Definities
Art. 3
De definities opgenomen in het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg zijn evenzeer van toepassing op onderhavige politieverordening.
HOOFDSTUK 3. Vaststellers
Art. 4
§1. Alle inbreuken op de bepalingen van deze bijzondere politieverordening kunnen worden vastgesteld door:
1° politieambtenaren en agenten van politie;
2° gemeentelijke ambtenaren die voldoen aan de voorwaarden van het K.B. van 21 december 2013 tot vaststelling van de minumumvoorwaarden inzake selectie, aanwerving, opleiding en bevoegdheid van de ambtenaren en personeelsleden die bevoegd zijn tot vaststelling van de inbreuken die aanleiding kunnen geven tot de oplegging van een gemeentelijke administratieve sancties, met latere wijzigingen.
§2. Inbreuken op de artikelen 23, 24 en 24bis van deze Bijzondere Politieverordening kunnen bovendien vastgesteld worden door middel van automatisch werkende toestellen, bedoeld in artikel 62 van de Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer ("de wegverkeerswet"). Wanneer zij desalniettemin
zonder automatisch werkend toestel worden vastgesteld, dient de bestuurder onmiddellijk geïdentificeerd te worden. Indien het niet mogelijk is om de bestuurder op het ogenblik van de vaststelling te identificeren, gelden de regels betreffende de kentekenaansprakelijkheid, zoals bepaald in artikel 33 van de Wet van 24 juni 2013
betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, met latere wijzigingen. zoals gewijzigd door de Wet van 11 december 2023.
§3. Op voorwaarde dat voorafgaandelijk een machtiging werd verkregen van de minister bevoegd voor Binnenlandse zaken, hebben de onder §1, 2° vermelde personen, in het kader van de uitoefening van hun bevoegdheden, toegang tot de volgende persoonsgegevens van de overtreder uit het Rijksregister:
- de identificatiegegevens, meer bepaald de naam, voornamen en geboortedatum van de persoon;
- de hoofdverblijfplaats;
- het rijksregisternummer;
- desgevallend de datum van overlijden
Bovendien hebben de onder §1, 2° vermelde personen, in het kader van de uitoefening van hun bevoegdheden, toegang tot de hiervoor ter zake dienende gegevens van de Kruispuntbank van de voertuigen, op voorwaarde dat voorafgaandelijk een machtiging werd verkregen, zoals bedoeld in artikel 18 van de wet van 19 mei 2010
houdende oprichting van de Kruispuntbank van de voertuigen.
§4. Alle originele vaststellingen van de in deze politieverordening bedoelde inbreuken dienen uiterlijk binnen de twee maanden na de vaststelling overgemaakt te worden aan de sanctionerend ambtenaar.
Gebeurt de vaststelling door de onder §1, 2° vermelde personen, dan hebben deze personen de keuze om gebruik te maken van een gehandtekend gematerialiseerd verslag, dan wel een elektronisch ondertekend gedematerialiseerd verslag. In dit laatste geval volstaat, in afwijking op het eerste lid, de verzending van een digitale kopie van het vaststellingsverslag aan de sanctionerend ambtenaar.
Gebeurt de vaststelling door de onder §1, 1° vermelde personen, dan worden de op basis van deze politieverordening vastgestelde inbreuken opgenomen in een proces-verbaal dat bovendien bewijskracht heeft tot bewijs van het tegendeel, op voorwaarde dat een afschrift ervan binnen een termijn van veertien dagen overgemaakt wordt aan de overtreder. Dit tegenbewijs kan met alle middelen van recht geleverd worden.
HOOFDSTUK 4. Overtredingen van de eerste categorie
Art. 5
Binnen de woonerven en de erven, is het parkeren verboden, behalve :
- Op de plaatsen die afgebakend zijn door wegmarkeringen of door een wegbedekking in een andere kleur en waar de letter “P” aangebracht is;
- Op plaatsen waar een verkeersbord het toelaat
Art. 6
(Opgeheven)
Op de openbare wegen voorzien van verhoogde inrichtingen, die aangekondigd zijn door de verkeersborden A14 en F87, of die op de kruispunten alleen aangekondigd zijn door de verkeersborden A 14, of die gelegen zijn binnen een zone afgebakend door de verkeersborden F4a en F4b, is stilstaan en parkeren verboden op deze inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering.
A14 F87 F4a F4b
Art. 7
In voetgangerszones is het parkeren verboden.
Art. 8
Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld rechts ten opzichte van zijn rijrichting. Indien het een rijbaan is met éénrichtingsverkeer, mag het evenwel langs de ene of langs de andere kant opgesteld worden.
Art. 9
Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld :
- Buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde kommen, op eender welke berm;
- Indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden;
- Indien de berm niet breed genoeg is, moet het geparkeerd voertuig gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld worden;
- Indien er geen bruikbare berm is, moet het geparkeerd voertuig op de rijbaan worden opgesteld worden.
- Indien de berm niet breed genoeg is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op:
- Indien er geen bruikbare berm is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden op:
Art. 10
Elk voertuig dat volledig of ten dele op de rijbaan opgesteld is, moet geplaatst worden:
1° zover mogelijk van de aslijn van de rijbaan;
2° evenwijdig met de rand van de rijbaan, behoudens bijzondere plaatsaanleg;
3° in één enkele file.
Motorfietsen zonder zijspan of aanhangwagen mogen evenwel haaks op de rand van de rijbaan parkeren voor zover zij daarbij de aangeduide parkeermarkering niet overschrijden.
Art. 11
Fietsen, voortbewegingstoestellen en tweewielige bromfietsen moeten buiten de rijbaan en de parkeerstroken zones bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken, behalve op de plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in de artikelen 70.2.1, .3°, .f en 77.5, tweede lid van voormeld het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. De voortbewegingstoestellen die bestemd zijn voor personen met een verminderde mobiliteit mogen altijd buiten de rijbaan en die parkeerstroken opgesteld worden.
Art. 12
Motorfietsen mogen buiten de rijbaan en de parkeerstroken zones bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer van het gebruik van de openbare weg, opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken.
Art. 13
Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid :
1° op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van
tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan
te verlaten om op het fietspad te rijden;
2° op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de oversteekplaatsen voor
voetgangers en de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen;
3° in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de verlenging van de naastbijgelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens plaatselijke reglementering;
4° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten, behoudens plaatselijke
reglementering;
5° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten behalve voor voertuigen
waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die
verkeerslichten zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;
6° pp minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt.
7° op de verhoogde inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering.
Art. 14
Het is verboden een voertuig te parkeren:
1° op minder dan 1 meter zowel voor als achter een ander stilstaand of geparkeerd voertuig en op elke plaats waar het voertuig het instappen in of het wegrijden van een ander voertuig zou verhinderen;
2° op minder dan 15 meter aan weerszijden van een bord dat een autobus-, trolleybus- of tramhalte aanwijst;
3° voor de inrij van eigendommen, behalve de voertuigen waarvan het inschrijvingsteken leesbaar op die inrij is aangebracht;
4° op elke plaats waar het voertuig de toegang tot buiten de rijbaan aangelegde parkeerplaatsen zou verhinderen;
5° buiten de bebouwde kommen op de rijbaan van een openbare weg waarop het verkeersbord B9 is aangebracht;
B9
6° op de rijbaan wanneer deze verdeeld is in rijstroken, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a of E9b is aangebracht;
E9a
E9b
7° op de rijbaan langs de gele onderbroken streep, bedoeld in artikel 75.1.2° van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
8° op rijbanen met tweerichtingsverkeer tegenover een ander stilstaand of geparkeerd voertuig, wanneer twee andere voertuigen daardoor elkaar moeilijk zouden kunnen kruisen;
9° op de middelste rijbaan van een openbare weg met drie rijbanen;
10° buiten de bebouwde kommen, langs de linkerkant van een rijbaan van een openbare weg met twee rijbanen of op de middenberm die deze rijbanen scheidt;
11° op de zijdelingse stroken bedoeld in artikel 75.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Art. 15
Het is verboden onjuiste aanduidingen op de schijf te laten verschijnen. De aanduidingen van de schijf mogen niet gewijzigd worden voordat het voertuig de parkeerplaats verlaten heeft.
Art. 16
Het is verboden op de openbare weg motorvoertuigen die niet meer kunnen rijden en aanhangwagens langer dan vierentwintig uur na elkaar te parkeren.
Binnen de bebouwde kommen is het verboden op de openbare weg auto’s, slepen en aanhangwagens met een maximale toegelaten massa van meer dan 7,5 ton langer dan acht uur na elkaar te parkeren, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a, E9c of E9d is aangebracht.
E9a
E9c
E9d
Het is verboden op de openbare weg reclamevoertuigen langer dan drie uur na elkaar te parkeren.
Art. 17
Het niet hebben aangebracht van de speciale kaart bedoeld in artikel 27.4.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg of het door artikel 27.4.1 van hetzelfde besluit hiermee gelijkgesteld document op de binnenkant van de voorruit of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het op een voorbehouden parkeerplaats voor personen met een handicap geparkeerde voertuig.
Art. 18
Verkeersborden E1, E3, E5, E7 en van type E9 betreffende het stilstaan en parkeren niet in acht nemen.
E1
E3
E5
E7
E9a
E9b
E9c
E9d
Art. 19
Het verkeersbord E11 niet in acht nemen.
E11
Art. 20
Het stilstaan of parkeren is verboden op markeringen van verkeersgeleiders en verdrijvingsvlakken.
Art. 21
Het niet respecteren van de stilstaan of parkeren is verboden op witte markeringen die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan, bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan.
Art. 22
Het stilstaan of parkeren is verboden op de dambordmarkering die bestaat uit witte vierkanten die op de grond zijn aangebracht.
Art. 23
Het niet in acht nemen van het verkeersbord C3.
C3
Art. 24
Het niet in acht nemen van het verkeersbord F103.
F103
Art.24bis
Het niet in acht nemen van het verkeersbord F111, behalve wat de snelheidsbeperking betreft.
F111
1 Ingevoegd bij gemeenteraadsbeslissing dd. 14 mei 2024 (inwerkingtreding van zodra de toekomstige aanvulling van artikel 2 van het Koninklijk besluit van 9 maart 2014 "betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen" met deze inbreuk zelf in werking zal getreden zijn)
HOOFDSTUK 5. Overtredingen van de tweede categorie
Art. 25
Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of parkeren op autowegen, behalve op de parkeerstroken, aangewezen door het verkeersbord E9a.
E9a
Art. 26
Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid :
1° Op de trottoirs en binnen de bebouwde kommen, op de verhoogde bermen, behoudens plaatselijke reglementering;
2° Op de fietspaden en op minder dan 3 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;
3° Op de oversteekplaatsen voor voetgangers, op de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen en op de rijbaan op minder dan 3 meter voor deze oversteekplaatsen;
4° Op de rijbaan in de onderbruggingen, in de tunnels en behoudens plaatselijke reglementering onder de bruggen;
5° Op de rijbaan nabij de top van een helling en in een bocht wanneer de zichtbaarheid onvoldoende is.
Art. 27
Het is verboden een voertuig te parkeren :
1° Op de plaatsen waar de voetgangers en de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen op de rijbaan moeten komen om omheen een hindernis te gaan of te rijden;
2° Op de plaatsen waar de doorgang van spoorvoertuigen zou belemmerd worden;
3° Wanneer de vrije doorgang op de rijbaan minder dan 3 meter breed zou worden.
Art. 28
(opgeheven)
HOOFDSTUK 6. Strafbepalingen
Art. 29
De inbreuken op de artikelen 5 tot en met 24bis worden gesanctioneerd met een gemeentelijke administratieve geldboete of een onmiddellijke betaling, zoals bepaald in artikel 2, §1 van het koninklijk besluit betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, met latere wijzigingen. betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.
Art. 30
De inbreuken op de artikelen 25 tot en met 27 28 worden gesanctioneerd met een gemeentelijke administratieve geldboete of een onmiddellijke betaling, zoals bepaald in artikel 2, §2 van het koninklijk besluit betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, met latere wijzigingen. betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.
HOOFDSTUK 7. Procedure
Art. 31
De sanctionerende ambtenaar deelt binnen de vijftien dagen na ontvangst van de vaststelling van de inbreuk, bij gewone zending, aan de overtreder de gegevens mee met betrekking tot de vastgestelde feiten en de begane inbreuk, alsook het bedrag van de administratieve geldboete.
Art. 32
De administratieve boete wordt betaald door de overtreder binnen de dertig dagen na de kennisgeving ervan, tenzij de overtreder binnen deze termijn zijn verweermiddelen bij gewone zending laat geworden aan de sanctionerend ambtenaar. De overtreder kan binnen deze termijn op zijn verzoek gehoord worden wanneer het bedrag van de administratieve geldboete hoger ligt dan 70 euro.
Art. 33
Verklaart de sanctionerend ambtenaar de verweermiddelen niet gegrond, dan brengt hij de overtreder hiervan, binnen de zes maanden te rekenen vanaf de datum van de vaststelling van de inbreuk, op een met redenen omklede wijze bij gewone zending op de hoogte met verwijzing naar de te betalen administratieve geldboete die binnen een nieuwe termijn van dertig dagen na deze kennisgeving moet worden betaald.
Art. 34
Wordt de administratieve geldboete niet betaald binnen de eerste termijn van dertig dagen, dan wordt, behoudens in geval van verweermiddelen, een herinnering verstuurd bij gewone zending met uitnodiging tot betaling binnen een nieuwe termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van die herinnering.
Art. 35
De beslissing van de sanctionerend ambtenaar om een boete op te leggen, kan gedwongen worden uitgevoerd indien de boete niet werd betaald binnen de termijn van dertig dagen na de herinnering, zoals bepaald in artikel 34 van deze verordening, tenzij de overtreder binnen deze termijn een beroep instelt bij de Politierechtbank.
HOOFDSTUK 8. Inwerkingtreding Slotbepalingen
Afdeling 1. Bekendmaking
Art. 36
(Opgeheven)
Deze bijzondere politieverordening wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 186 van het Gemeentedecreet. Zij zal tevens worden gepubliceerd op de website van de gemeente Anzegem samen met het verplicht protocolakkoord dat werd afgesloten met de Procureur des Konings van de provincie West-Vlaanderen.
Afdeling 2. Inwerkingtreding
Art. 37
Onderhavige bijzondere politieverordening is in werking getreden op 1 januari 2017, met uitzondering van:
Afdeling 3. Overgangsbepalingen
Art. 38
(Opgeheven)
Alle overtredingen m.b.t. die worden vastgesteld na de inwerkingtreding van deze politieverordening worden onderworpen aan de sancties van huidige politieverordening.
Art. 39
(Opgeheven)
Een afschrift van deze politieverordening wordt toegestuurd aan het Provinciebestuur van de Provincie West-Vlaanderen, de Procureur des Konings van West-Vlaanderen, de griffie van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, de griffie van de politierechtbank van West-Vlaanderen afdeling Kortrijk, aan de bevoegde sanctionerende ambtenaren, de korpschef van de politiezone Mira en aan de voorzitter van het politiecollege.
Om de problematiek van de snelheidsovertredingen op het grondgebied van politiezone MIRA geïntegreerd aan te kunnen pakken nam het politiecollege van 17 juni 2025 een princiepsbeslissing tot implementatie van GAS 5 in alle gemeenten/stad van de politiezone. Volgende voorwaarden dienen vervuld te zijn om dit soort inbreuken administratief (en dus niet langer gerechtelijk) af te handelen
De verwerking van deze inbreuken gebeurd dus lokaal maar ook de inkomsten blijven dit en kunnen geïnvesteerd worden in verkeersveiligheid.
Het college van burgemeester en schepenen keurde in zitting van 21 augustus 2025 dit princiepsakkoord betreffende de implementatie van GAS 5 eveneens goed. Ter voorbereiding van deze implementatie werd een werkgroep GAS 5 opgericht die de afweging heeft gemaakt om dit in eigen beheer te doen, dan wel beroep te doen op privatieve ondernemingen. Deze werkgroep concludeerde dat dit beter in eigen beheer kon gebeuren. Er werd onderzocht welke toepassingssoftware hiervoor nodig is, welke wijze van procesflows gebruikt kunnen worden en welke noden er zijn op vlak van personeelsinzet. Er werd door de werkgroep GAS 5 geopteerd om voor deze samenwerking tussen de verschillende gemeenten van de politiezone Mira een interlokale vereniging op te richten. Dit is een vorm van intergemeentelijke samenwerking zonder rechtspersoonlijkheid.
De belangrijkste principes van de oprichtingsovereenkomst van de interlokale vereniging ‘ILV GAS 5 – politiezone Mira’ zijn de volgende:
Het ontwerp van de oprichtingsovereenkomst van de interlokale vereniging 'ILV GAS - Politiezone Mira' is terug te vinden in bijlage bij dit punt.
Er wordt gevraagd aan de gemeenteraad om de oprichtingsovereenkomst van de interlokale vereniging 'ILV GAS - Politiezone Mira' goed te keuren.
De wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer (ook "de Wegverkeerswet" genoemd");
De nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, art. 119bis;
De wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sanctie en latere wijzigingen (ook "de GAS-wet genoemd");
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Besluit college van burgemeester en schepenen van 21 augustus 2025 inzake princiepsakkoord betreffende de implementatie van GAS 5
Art.1: De overeenkomst tot oprichting van de interlokale vereniging ‘ILV GAS – politiezone Mira’, zoals gevoegd in bijlage, goed te keuren.
De gemeenteraad keurde in zitting van 11 februari 2020 het ontwerp en het tracé van de wegenis van de eerste fase van de site De Voerman goed. Deze fase is ondertussen uitgevoerd.
De plannen die voorliggen, omvatten de tweede fase.
Binnen het projectgebied wordt in de toekomstige woonzone een nieuwe weg aangelegd. Deze verbindt de in fase 1 aangelegde weg met de Koekuitweg en wordt uitgevoerd in waterdoorlatende kleiklinkers. Daarnaast worden vier parkeerhavens in grasbetontegels aangelegd met een variabel aantal parkeerplaatsen. De overige zones binnen het projectgebied krijgen een groene inrichting. Verder wordt in het projectgebied een gescheiden rioleringsstelsel aangelegd, waarbij het DWA-stelsel wordt aangesloten op de aangelegde DWA-riolering van fase 1. De RWA van fase 2 sluit deels aan op de RWA-riolering van fase 1 en deels op de gracht die richting het bufferbekken van fase 1 loopt. In de goten worden ook op de laagste punten straatkolken voorzien, dit om wateroverlast te vermijden wanneer het water niet meer door de wegverharding kan infiltreren.
De weg wordt eerst in asfalt aangelegd om verkeer tijdens de bouw van de woningen mogelijk te maken. Nadien wordt het asfalt opgebroken en vervangen door een verharding in waterdoorlatende kleiklinkers.
Het laatste deel van de rijweg richting de Koekuitweg wordt uitgevoerd als karrespoor, met een strook van één meter breed in grasbetontegels. Het pad dat vanaf de rijweg richting het centrale park loopt, wordt uitgevoerd in halfverharding en niet in uitgewassen beton.
Tijdens dit openbaar onderzoek werden 3 bezwaren/standpunten aan het bestuur overgemaakt. De bezwaarschriften zijn ontvankelijk.
De bezwaarschriften kunnen als volgt samengevat worden:
De bezwaarschriften kunnen als volgt beoordeeld worden:
Raadsbesluit van 11 februari 2020 inzake Site De Voerman: Goedkeuren ontwerp en tracé van de wegenis.
Art.1: het ontwerp en het tracé van de wegenis van de tweede fase van de site De Voerman goed te keuren.
De gemeente Anzegem wil twee digitale LED informatieborden plaatsen op het openbaar domein. Deze schermen vormen een modern en snel middel om inwoners te bereiken met boodschappen over gemeentelijke initiatieven, evenementen, dienstverlening en andere relevante informatie.
Om de aanzienlijke kosten van aankoop, installatie en onderhoud niet zelf te moeten dragen, wordt voorgesteld een domeinconcessie uit te schrijven. Via deze formule neemt de concessiehouder de aankoop, plaatsing en het onderhoud op zich.
Binnen de concessie wordt de zendtijd gelijk verdeeld: de helft is voor gemeentelijke communicatie, de andere helft wordt -tegen betaling- ter beschikking gesteld van lokale ondernemers. Zo verhogen deze schermen niet alleen de zichtbaarheid van lokale handel, maar moedigen de inwoners ook aan om lokaal te kopen.
De concessie omvat de plaatsing van twee nieuwe LED borden, één langs de Kerkstraat en één langs de Oudenaardestraat. De huidige gemeentelijke schermen zijn intussen tien jaar oud en werden al meermaals hersteld. Om te vermijden dat zij onverwacht uitvallen, wordt nu vooruitgekeken. Deze bestaande schermen blijven eigendom van de gemeente, blijven verder bruikbaar en worden uitsluitend ingezet voor gemeentelijke en verenigingsboodschappen. De nieuwe schermen daarentegen bieden ook ruimte voor betalende advertenties van lokale ondernemers.
De gemeente verleent, onder de vorm van een concessieovereenkomst, de mogelijkheid tot het exploiteren van een domeinconcessie van het in concessie deel van het openbaar domein waarop LED-borden zullen worden geplaatst met het oog op de publieke en private uitbating van deze LED-borden.
Een concessie voor diensten is een administratieve overeenkomst waarbij de gemeente aan een leverancier en uitbater van LED-schermen het recht verleent om een zone van het openbaar domein tijdelijk en op een wijze die het recht van anderen uitsluit, in gebruik te nemen. Het betreft een bijzondere categorie van overeenkomst (contract sui generis) waarbij de dienstverlener het recht krijgt zijn diensten te exploiteren, eventueel gekoppeld aan bij een bijkomende vergoeding. Hierbij ligt het exploitatierisico bij de concessiehouder.
Op concessieovereenkomsten voor diensten is de wet van 17 juni 2016 betreffende de concessies van toepassing, indien het drempelbedrag van € 5.404.000,00 excl. btw wordt overschreden. Het drempelbedrag wordt berekend op de totale omzet, exclusief btw, die gedurende de hele duurtijd van de concessie zal worden gegenereerd. Gezien het hier slechts over 2 schermen gaat, zal dit drempelbedrag niet worden overschreden en is zodoende de Wet niet van toepassing.
In toepassing van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur dient de gemeente over te gaan tot een openbare en transparante marktbevraging om deze concessie te kunnen afsluiten.
De inhoud en voorwaarden van deze marktbevraging kunnen daarbij vrij door de gemeenteraad worden bepaald. Een langdurige concessie voor diensten vormt namelijk een daad van beschikking, in de zin van artikel 41, lid 2, 11° van het Lokaal Bestuur.
De toewijzing van de concessie tot uitbating zal gebeuren na een bekendmaking van de concessievoorwaarden en een oproep tot offertes.
De algemene en bijzondere voorwaarden zoals vermeld in de bijgevoegde concessieovereenkomst een essentieel onderdeel van de concessie.
Als gunningscriteria gelden de beoordeling van zichtbaarheid van de boodschappen (20%), de kwaliteit van de schermen (50%), de kwaliteit van de concessionaris (15%), alsook de gebruiksvriendelijkheid van het Content Management System (15%). Door het indienen van een offerte verklaart de kandidaat zich akkoord met alle onderdelen van de concessieovereenkomst.
Voorgesteld wordt om op volgend openbaar domein deze concessie van LED-schermen aan te bieden omdat deze geschikt lijken qua voldoende verkeersstroom, zichtbaarheid en beschikbare ruimte:
• locatie 1: in de Kerkstraat ter hoogte van het Gaperspleintje
• locatie 2: in de Oudenaardestraat ter hoogte van huisnr. 14.
De concessietermijn wordt voorgesteld op 15 jaar teneinde de aanbieder de kans te geven zijn investeringen terug te verdienen.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Artikel 41 §1 11° van het decreet lokaal bestuur: De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd: de daden van beschikking over onroerende goederen, behalve die, vermeld in artikel 56, § 3, 8°, b).
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 betreffende de concessieovereenkomsten en latere wijzigingen.
Art.1: De voorwaarden waartegen de concessie zal worden verleend voor het plaatsen van LED-borden op 2 locaties in Anzegem, Kerkstraat (Gaperspleintje) en Oudenaardestraat (ter hoogte van huisnr. 14) op openbaar domein voor publieke en private berichtgeving zoals deze weergegeven zijn in het document ‘Concessievoorwaarden’ als bijlage, worden goedgekeurd. De bijgevoegde concessievoorwaarden maken integrerend deel van dit besluit.
Art. 2: De concessieovereenkomst zoals deze weergegeven is in het document ‘Concessieovereenkomst’ als bijlage, wordt goedgekeurd. De bijgevoegde concessieovereenkomst maakt integraal deel van dit besluit.
Art.3: Het college van burgemeester en schepepen wordt belast met de uitvoering.
Art.4: Kennis te geven van dit besluit aan de toezichthoudende overheid volgens de regels vervat in het Decreet Lokaal Bestuur houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het algemeen bestuurlijk toezicht op de gemeenten.
Gedurende de jaren 2021-2023 werd gewerkt binnen het PDPO-project 'bomen plannen/beheren/planten’ (kortweg Bomenplan), dit was een samenwerking tussen de provincie, het regionaal landschap en enkele gemeenten waaronder gemeente Anzegem, gedurende het ganse traject gebeurde dat in samenspraak met de dienst Infrastructuur, die instaat voor de aanleg en het beheer van het openbaar groen. Het bomenplan omvat een inventaris, analyse en beheermaatregelen van individuele bomen in beheer van de gemeente, hoofdzakelijk langs straten en pleinen, niet in bosverband.
De gemeente heeft voor de periode 2023-2025 een 'abonnement Bomenplan' genomen bij het Regionaal Landschap Leie en Schelde ter ondersteuning van de Groendienst voor de opvolging van het Bomenplan (inventaris en beheeradvies van de gemeentelijke straatbomen), en omvat ook enkele optionele aanplantacties.
Het Regionaal Landschap Leie en Schelde stelde voor een goede opvolging en vervolg van dit project een samenwerkingsovereenkomst op voor de verlenging van het abonnement bomenplan.
Deze samenwerking is een opportuniteit voor een verdere inhoudelijke en planmatige ondersteuning en opvolging bij het beheer van het openbaar groen van de gemeente.
Budget jaarlijks reeds voorzien in meerjarenplan:
| GBB_OMG | Bomenplan | U | 0340-00 | Bomenplan | 2.200.000 | 10.000 |
De beslissing van de gemeenteraad van 10 oktober 2023 betreffende de goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst in kader van de opvolging van het Bomenplan Anzegem (abonnement bomenplan).
Art.1: de samenwerkingsovereenkomst in kader van de opvolging van het Bomenplan Anzegem (verlenging abonnement Bomenplan) met het Regionaal Landschap Leie en Schelde zoals opgenomen in bijlage goed te keuren.
De gemeenteraad in zitting van 13 december 2022 ging akkoord om de voormalige brandweerkazerne (Beukenhofstraat 44 te 8570 Anzegem) gedeeltelijk ter beschikking te stellen aan Duikclub De Stingrays. Hiertoe werd in dezelfde zitting een gebruiksovereenkomst goedgekeurd. Deze overeenkomst kan in bijlage bij dit punt teruggevonden worden.
Er wordt voorgesteld om de overeenkomst op twee punten aan te passen en hiertoe een addendum op te maken en bij te voegen bij de gebruiksovereenkomst.
Ten eerste wordt voorgesteld om, net zoals bij de gebruiksovereenkomst voor de plaatselijke muziekvereniging met een exclusief lokaal, een indexatiemechanisme, bij punt 4 'gebruikskosten', toe te voegen en dit om de stijgende levensduurte op te kunnen vangen. Er wordt dan ook voorgesteld om jaarlijks op 1 januari (voor het eerst in 2027) aan de hand van de gezondheidsindex deze indexatie toe te passen gebruik makend van onderstaande principes:
De geïndexeerde huurprijs = (basishuurprijs 2 X nieuwe index 3)/aanvangsindex 1
De aanvangsindex (1) is de maand die voorafgaat aan de ondertekening van de overeenkomst
De nieuwe index (3) is de gezondheidsindex van de maand die voorafgaat aan de verjaardag van de inwerkingtreding van de gebruiksovereenkomst (dus niet de verjaardag van de ondertekening tenzij beide data gelijk zijn).
Ten tweede wordt voorgesteld om de duur van de overeenkomst te beperken (zie punt 2: duur van de overeenkomst) en dit tot 31 december 2031. Dit biedt het bestuur de mogelijkheid om desgewenst de overeenkomst op dat moment te evalueren. Hiermee loopt deze gebruiksovereenkomst dan ook even lang als de gebruiksovereenkomst voor de plaatselijke muziekvereniging. De andere bepalingen in de huidige overeenkomst met betrekking tot de duurtijd blijven van kracht:
Verder worden geen aanpassingen voorgesteld aan de overeenkomst. De duikclub 'De Stingrays' wenste verder geen aanpassingen aan deze gebruiksovereenkomst door te voeren.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen.
Het gemeenteraadsbesluit van 13 december 2022 betreffende het gebruik oude brandweerkazerne Vichte door een sportvereniging: goedkeuring gebruiksovereenkomst.
Art.1: Het addendum bij de gebruikersovereenkomst met de Stingrays goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 13 december 2022, zoals opgenomen in bijlage, goed te keuren voor wat betreft het exclusief gebruik van een ruimte in de oude brandweerkazerne Vichte en dit voor de periode vanaf heden tot en met 31 december 2031.
Art.2: De toezichthoudende overheid wordt van de bekendmaking van dit reglement op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Sedert 1 oktober 2022 neemt gemeente Anzegem voor een periode van 48 maanden deel aan de ‘Raamovereenkomst voor het aanmaken, verdelen, beheren en innen van elektronische maaltijdscheques - met aanvullend aanbod – bestek nr. 2019/HFB/OP/59092’ waarbij de Vlaamse overheid, Agentschap Facilitair Bedrijf als aanbestedende overheid optreedt als aankoopcentrale voor o.m. Vlaamse lokale besturen. Het aanvullend aanbod omvat o.m. elektronische ecocheques. Deze periode eindigt op 30 september 2026.
De mogelijkheid bestaat in te tekenen op de nieuwe raamovereenkomst ‘Aanmaken, verdelen, beheren en innen van elektronische maaltijdcheques en andere social vouchers - bestek nr. 2023/HFB/OP/115110’ waarbij de Vlaamse overheid, Agentschap Facilitair Bedrijf als aanbestedende overheid optreedt als aankoopcentrale voor o.m. Vlaamse lokale besturen. Onder ‘andere social vouchers’ vallen o.m. ecocheques.
De opdracht werd gegund aan Edenred nv, Hermann Debrouxlaan 54, 1160 Brussel.
De looptijd van de raamovereenkomst bedraagt 4 jaar met ingang van 1 juli 2024 (einddatum: 30 juni 2028) waarop tijdens deze periode kan ingetekend worden voor een duur van 48 maanden.
Gemeente Anzegem kan van de mogelijkheid tot afname van de raamovereenkomst via de aankoopcentrale gebruik maken overeenkomstig de voorwaarden van het bestek nr. 2023/HFB/OP/115110’ waardoor zij is vrijgesteld van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren.
Deelname aan deze raamovereenkomst biedt administratieve en financiële voordelen.
Er is geen enkele kost verbonden aan volgende diensten:
• uitgifte van maaltijd- en ecocheques.
• vervanging van kaarten.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld volgende beslissingen te nemen
• deel te nemen aan de raamovereenkomst voor het aanmaken, verdelen, beheren en innen van elektronische maaltijdscheques en andere social vouchers – bestek nr. 2023/HFB/OP/115110
• met ingang van 1 oktober 2026 elektronische maaltijdcheques en ecocheques af te nemen. Dit is na afloop van de huidige overeenkomst binnen de ‘raamovereenkomst voor het aanmaken, verdelen, beheren en innen van elektronische maaltijdscheques – met aanvullend aanbod – bestek nr. 2019/HFB/OP/59092’.
De nodige kredieten zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikels 2, 6° en 47 §2 die de aanbestedende overheden vrijstelt van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren wanneer ze een beroep doen op een aankoopcentrale.
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
De beslissing van de gemeenteraad d.d. 11 februari 2025 betreffende de definitie van het begrip ‘dagelijks bestuur’ en de visumplichtige verrichtingen.
Art.1: De deelname aan de ‘Raamovereenkomst voor het aanmaken, verdelen, beheren en innen van elektronische maaltijdscheques en ander social vouchers (o.m. ecocheques) – bestek nr. 2023/HFB/OP/115110’ van de Vlaamse overheid, Agentschap Facilitair Bedrijf, met een looptijd van 48 maanden met ingang van 1 juli 2024, goed te keuren.
Art.2: Elektronische maaltijd- en ecocheques af te nemen met ingang van 1 oktober 2026. Dit is na afloop van de huidige overeenkomst binnen de ‘Raamovereenkomst voor het aanmaken, verdelen, beheren en innen van elektronische maaltijdscheques met aanvullend aanbod – bestek nr. 2019/HFB/OP/59092’.
Art.3: Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering.
Art.4: Kennis te geven van dit besluit aan de toezichthoudende overheid volgens de regels vervat in het Decreet Lokaal Bestuur houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het algemeen bestuurlijk toezicht op de gemeenten.
Een grondig herwerkte en geactualiseerde versie van het gecoördineerd gemeentelijk retributiereglement werd voorgelegd aan de gemeenteraad in zitting van 15 december 2025 en dit naar aanleiding van het toen nieuw opgemaakte meerjarenplan 'Daadkrachtig Anzegem'.
Een retributie wordt aanzien als een kostendekkende of billijke vergoeding die de overheid van de begunstigde vordert als tegenprestatie voor de levering van een bijzondere dienst of voor het verkrijgen van de toestemming voor een rechtstreeks persoonlijk voordeel waar de begunstigde zelf om heeft verzocht.
Echter diende het onderdeel aangaande de Centrale Uitleendienst (punt 8) nog geactualiseerd te worden omdat aanpassingen aan dit reglement werden gekoppeld aan het herwerkt huishoudelijk reglement, wat ook ter goedkeuring wordt voorgelegd aan deze gemeenteraad. Net zoals bij de vorige aanpassing in december 2025 werd de actualisatie van het retributiereglement met betrekking op de Centrale Uitleendienst op volgende wijze aangepakt:
Het bestaande gecoördineerd gemeentelijk retributiereglement voor wat betreft de centrale Uitleendienst zou hierbij opgeheven worden en vervangen door een nieuwe versie met ingang van 1 mei 2026. Het retributiereglement, zowel in wijzigingenvariant als in nieuwe versie, kan in bijlage bij dit punt teruggevonden worden.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 15 december 2025 tot opheffing van het bestaande en vaststelling van het nieuw gecoördineerd gemeentelijk retributiereglement.
Art.1: het huidig gecoördineerd gemeentelijk retributiereglement voor wat betreft de Centrale Uitleendienst (punt 8) op te heffen met ingang van 1 mei 2026;
Art.2: het nieuw en geactualiseerd gecoördineerd gemeentelijk retributiereglement voor wat betreft de Centrale Uitleendienst zoals opgenomen in bijlage goed te keuren en in werking te laten treden vanaf 1 mei 2026;
Art.3: De toezichthoudende overheid wordt van de bekendmaking van dit reglement op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
Art.4: Dit reglement wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en later wijzigingen.
Op 3 juli 2012 besliste de gemeenteraad om houtresten te koop aan te bieden aan gemeentelijk personeel aan 50 euro per container. Hierbij werd in de mogelijkheid voorzien om brandhout van de hand te doen.
Er zijn diverse argumenten om de verkoop op te heffen:
Er wordt voorgesteld het reglement stop te zetten op 1 mei 2026.
Decreet lokaal bestuur, meer bepaald met artikel 27 en 191
Raadsbesluit van 19 januari 2016 inzake bestendigen en aanpassen gemeenteraadsbesluit d.d. 3 juli 2012 inzake houtrestanten.
Raadsbesluit van 3 juli 2012 inzake vaststellen retributiereglement houtverkoop
Art.1: Het Raadsbesluit van 3 juli 2012 inzake vaststellen retributiereglement houtverkoop en het raadsbesluit van 19 januari 2016 inzake bestendigen en aanpassen gemeenteraadsbesluit d.d. 3 juli 2012 inzake houtrestanten op te heffen met ingang van 1 mei 2026.
Art.2: Afschrift te bezorgen aan de Technische Dienst, Personeelsdienst en Financiële dienst.
Het Lokaal Energie- en Klimaatpact van de Vlaamse Regering en de Vlaamse steden en gemeenten (LEKP 1.0) aangaande het verbintenissen engagement inzake de algemene engagementen en de vier werven behoudend 16 specifieke doelstellingen, waarvan de ondertekening beslist werd op de gemeenteraad van 14 september 2021.
Het Lokaal Energie- en Klimaatpact 2.0 (LEKP 2.0) geeft een vervolg aan het Lokaal Energie en Klimaatpact van 2021 en bevat een aanscherping van de klimaatambities die in LEKP 1.0 werden vooropgesteld, waarvan de ondertekening ter goedkeuring beslist werd op de gemeenteraad van 8 november 2022.
Binnen het Lokaal Energie- en Klimaatpact moet een jaarlijkse inhoudelijke rapportering opgemaakt worden dat na ter kennisgeving voorgelegd aan de gemeenteraad, bij Agentschap Binnenlands Bestuur moet ingediend worden.
Decreet lokaal bestuur
De beslissing van de gemeenteraad van 14 september 2021 betreffende de goedkeuring van de ondertekening van het Lokaal Energie- en Klimaatpact 1.0.
De beslissing van de gemeenteraad van 8 november 2022 betreffende de goedkeuring van de ondertekening van het Lokaal Energie- en Klimaatpact 2.0.
Art.1: kennis te nemen van de rapportering over het Lokaal Energie- en Klimaatpact van jaar 2025.
Naar aanleiding van een aantal veranderingen in de werking van de Centrale Uitleendienst werd het huishoudelijk reglement grondig geëvalueerd en geactualiseerd. De grootste wijziging is de implementatie van een volledig gedigitaliseerde werking. Dit zal inhouden dat ontleningen online aangevraagd kunnen worden gekoppeld aan een actuele voorraad van de beschikbare materialen en ook, voorafgaandelijk, online betaald. Andere impactvolle wijzigingen zijn de volgende;
Tevens werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om het huishoudelijk reglement en het retributiereglement uit elkaar te halen. Het retributiereglement wordt ook ter goedkeuring voorgelegd aan deze gemeenteraad. Hier worden volgende wijzigingen voorgelegd:
Het bestaande huishoudelijk reglement voor wat betreft de Uitleendienst zou hierbij opgeheven worden en vervangen door een nieuwe versie met ingang van 1 mei 2026. Het huishoudelijk reglement, zowel in wijzigingenvariant als in nieuwe versie, kan in bijlage bij dit punt teruggevonden worden.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 13 februari 2024 betreffende de aanpassing van het gemeentelijk retributiereglement rubriek centrale Uitleendienst - assortimentenlijst en tarifering.
Art.1: het huidig huishoudelijk reglement voor wat betreft de gemeentelijke Uitleendienst op te heffen met ingang van 1 mei 2026.
Art.2: het nieuw en geactualiseerd huishoudelijk reglement voor de gemeentelijke Uitleendienst zoals opgenomen in bijlage goed te keuren en in werking te laten treden vanaf 1 mei 2026.
Art.3: Dit reglement wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en later wijzigingen.
De voorbije maanden werd in het Gemeenschapscentrum De Zinnen een nieuw cultuurseizoen klaargestoomd.
Er wordt hierbij nauwlettend toegezien op de financiën en ondanks de stijging in uitkoopsommen, technische kosten over de voorbije jaren heen…, ligt de lat om opnieuw een aantrekkelijk aanbod te verwezenlijken nog altijd hoog.
Merk op dat er meer dan vroeger bewust geopteerd wordt voor een aantal weliswaar duurdere maar bekendere namen als “kapstok” om het abonnement aan op te hangen (mensen kiezen meer en meer voor bekendere tv-gezichten) maar dat hiertegenover het aanbod aan producties wordt beperkt om het budgettaire evenwicht te behouden en dat ook steeds een aanvaardbare ticketprijs wordt voorgesteld, waarbij elementen als naambekendheid van de artiest, toegankelijkheid van de voorstelling, verkoopshaalbaarheid voor de partner-vereniging en uitkoopsom tegen elkaar worden afgewogen.
Normaliter worden ook zoveel mogelijk partners gezocht via lokale verenigingen. Ook de partnerships met de culturele centra uit het omliggende worden wederzijds behouden.
Decreet Lokaal Bestuur
Art.1: onderstaande principes voor de opmaak van de seizoensprogrammatie 2026-2027 (met bijhorende raming van uitkoopsommen en technische onkosten), evenals de bijhorende ticketprijsbepaling, kortingformules en samenwerkingsverbanden en de noodzakelijke publicitaire ondersteuning (zoals in de respectieve rubrieken van de bijlage toegelicht) voor dit seizoensaanbod goed te keuren.
NIEUW SEIZOEN NAJAAR 2026: 12.900 euro 12.900 euro
1 oktober – Tussen Nog niet en nie meer - ’t Onderspit - ticketprijs € 18 - partner Davidsfonds Anzegem
30 oktober - From Dolly to Dex – Barbara Dex - ticketprijs € 26 – partner CC De Schakel
13 november – Kerff – Cie Cecilia met Sebastien Dewaele - ticketprijs € 22 – partner Lust in ‘t Schoone
11 december – Twee procent – Bas Birker - ticketprijs € 20 – partner in onderhandeling
NIEUW SEIZOEN VOORJAAR 2027: 16.025 euro
23 januari – Pechvogel- Steven Goegebeur - ticketprijs € 20 – partner Feestcomité Engelhoek & OC d’Iefte Deerlijk
28 januari – Make America Sing Again – Astrid Stockman - ticketprijs €22 – partner in onderhandeling
5 maart – Scala 30 – Scala - ticketprijs € 38
19 maart – Mama – Pascal Platel - ticketprijs € 20 – partner Ferm Ingooigem
18 april – Vieren – Grof Geschud - ticketprijs 22 – partner Spikkerelle Avelgem & partner De Schietspoele
NIEUW SEIZOEN FAMILIEVOORSTELLINGEN 2026-2027: 3.150 euro
4 oktober: Broemm- Ellen Smets theater - voor 2-6 jaar: omruilvoordeel 20 ptn
28 november- Sintvoorstelling Piet & de pakjesband – voor 3+jaar
28 februari : Tuimelaar (2x dag) – voor 0,5 tot 1,5 jaar - partner CC De Schakel
NIEUW SEIZOEN BUITENBEENTJES & SENIORENVOORSTELLING 2026-2027: 2500 euro
3 november: Treurwil – Hans Vancauwenberghe – uitkoopsom gedragen door gezins- en welzijnsraad & cultuurraad – diverse partners socio-culturele verenigingen - ticketprijs € 10 (eenheidsprijs) – omruilvoordeel 20 ptn
23 november: sportavond – moderatie door Sammy Neirynck - uitkoopsom gedragen via budget feestelijkheden - ticketprijs € 10 (eenheidsprijs - geen abonnement) - omruilvoordeel 20 ptn
1 februari: vergeet mij nietjes – Along comes Mary - ticketprijs € 14 – partner SAR
Voor de voorstellingen buitenshuis dienen we enkel tickets te verkopen en betalen we achteraf de verkochte tickets aan het organiserende centrum terug. Verder hebben wij hieraan geen kosten maar kunnen we onze abonnees wel een ruimer aanbod aanbieden zonder extra financiële engagementen van onzentwege. De ticketprijs & verkoopsvoorwaarden hiervoor worden autonoom door het organiserende centrum bepaald en wij nemen die integraal over.
VOORSTEL PRODUCTIES BUITENSHUIS SEIZOEN 2026-2027
5 november - Steven Mahieu – OC d’Iefte Deerlijk
15 januari – scoop op presentatiedag Avelgem – Spikkerelle Avelgem
12 feb – Wat als in concert – Ruth Beekmans, Robrecht Vanden Thoren, Tim Van Aelst - De Schakel Waregem
Nog aan te vullen: extra familievoorstelling - De Schakel Waregem
SCHOOLVOORSTELLINGEN SEIZOEN 2026-2027
Ticketprijs lager onderwijs €7 / ticketprijs secundair onderwijs € 8. Alle leerlingen van alle scholen uit zowel lager als middelbaar onderwijs krijgen de kans om eenmaal per jaar een professionele voorstelling bij te wonen aangepast aan hun leeftijd met bijhorende educatieve omkadering. Hiervoor wordt ook in het nodige busvervoer voorzien en dat is inbegrepen in deze prijs.
Aangezien de thematiek van de schoolvoorstellingen het volgende jaar draait rond diversiteit in al zijn vormen (samenlevingsvormen, polarisatie, wereldburgerschap e.a.) verklaarde de wereldraad zich bereid hiervoor een partnerschap (dus ook gedeeltelijk financieel) op te nemen.
BEPALING TICKETPRIJZEN
Voor de ticketprijzen hanteren we volgende formule:
Andere toegepaste prijzen/kortingformules :
- korting voor senioren en jongeren op de standaardprijs voor losse tickets van zowel eigen avond- als matineevoorstellingen: € 1 (behalve voor eenheidsprijzen of uitdrukkelijk anders vermeld omwille van contractverplichtingen).
- familieaanbod: eenheidsprijs voor deze voorstellingen = € 8 (-12j) en € 10 (+12j) (zijn erop gericht om gezinnen met kinderen tegen een betaalbare prijs met diverse kunstvormen te laten kennismaken) Uitzonderlijke korting € 1 voor leden gezinsbond op spaarkaart (als tegenprestatie voor de voorstellingen waar er wordt gebruik gemaakt van regionale en/of nationale gezinsbondpromotiekanalen)
- Familievoorstellingen of voorstellingen met een eenheidsprijs laten niet toe een abonneekorting op de vermelde ticketprijs toe te staan maar kunnen wel aan het totaal aantal voorstellingen van het keuze- abonnement worden toegevoegd (tenzij uitdrukkelijk anders vermeld)
- Groepskorting: € 2 op de standaardprijs voor groepen vanaf 15 personen (behalve voor eenheidsprijzen)
Reducties zijn niet onderling cumuleerbaar
- schoolvoorstellingen: cfr. supra
- de reguliere korting voor Uitpas-kansenpashouders wordt toegepast, evenals het systeem van omruilvoordelen op een beperkt aantal voorstellingen
samenwerkingsformule met partners uit het verenigingsleven:
Op de kaartenverkoop: minimum 30 kaarten (of meer) verkopen en daarvan komt ¼ van de ticketprijs aan de organisatie ten goede. Wie minder dan 30 kaarten verkoopt, krijgt geen percentage op de ticketprijs.
Baruitbating waarnemen op de avond van de voorstelling zelf (winst tvv de organisatie). Recent is de samenwerking met de partners voor de familievoorstellingen hieraan toegevoegd als volgt: baruitbating voor eigen rekening door de meewerkende organisaties en € 1 voor de vereniging op elke door hen verkochte kaart.
In bepaalde gevallen kan bovenvermelde samenwerkingsformule echter niet altijd worden toegepast (vb. baruitbating dient voorzien te worden voor rekening van het gemeenschapscentrum en er zijn geen andere vrijwilligers voorhanden, extra personeelsinzet nodig om locaties aangepast in te richten of voor ticketcontrole/onthaal publiek). Hiervoor kan eveneens een beroep worden gedaan op lokale verenigingen op basis van een systeem dat geënt is op een gewone vrijwilligersvergoeding van €5/persoon/uur x aantal ter beschikking gestelde personen met een maximum van €120/vereniging/avond. We willen dit eveneens mee opnemen in de diverse samenwerkingsformules, mocht dit desgevallend aan de orde zijn.
- samenwerking met de culturele centra uit het omliggende: cfr. supra
- Tickets worden niet omgeruild of terugbetaald, behalve als de voorstelling omwille van overmacht niet doorgaat
Publiciteit
In overleg met de communicatieverantwoordelijke en conform hetgeen werd afgesproken in het overleg van 15/9/2011 met de verschillende dienstverantwoordelijken/adviesraden wordt een volwaardige seizoensbrochure uitgewerkt . Daartoe worden de nodige prijsoffertes opgevraagd en aan het Schepencollege voorgelegd om dit zo goedkoop mogelijk gerealiseerd te krijgen.
Simulatie balans uitgaven-inkomsten (op basis van een raming van de uitgaven voor het nieuwe seizoen najaar 2026/voorjaar 2027 en de inkomsten voor het kalenderjaar 2025)
Raming uitkoopsommen najaar 2026: 12.900 euro
Raming uitkoopsommen voorjaar 2027: 16.025 euro
Raming uitkoopsommen familievoorstellingen: 3.150 euro
Raming uitkoopsommen buitenbeentjes en seniorenvoorstellingen: 2500 euro
Raming uitkoopsommen schoolvoorstellingen: 20.000 euro (naar analogie met vorige seizoenen, keuzes nog niet definitief afgerond)
Totaal: 54.575 euro
+ raming + 30% bijkomende onkosten (btw, catering, vervoer, sabam, publiciteit, , inhuren techniek , overnachting gezelschap e.d.): 70.947,5 euro
Inkomsten uit eigen ticketverkoop kalenderjaar 2025: 40.063 euro
Inkomsten uit schoolvoorstellingen kalenderjaar 2025: 12.043 euro
Totaal 2025: 52.106
Dit betekent een geraamde eigen gemeentelijke investering van ca. 18.841 euro voor de realisatie van een volledig cultuurseizoen over alle doelgroepen heen.
In het weekend van 5 -7 juni 2026 organiseert VZW Yvegem Sportief voor de tweede maal het event ‘Feest in Yvegem’, dit naar analogie van 2025.
Enerzijds organiseert men in dit weekend 2 wielerwedstrijden:
Anderzijds zullen er zowel op vrijdagavond 5 juni, zaterdag 6 juni en zondag 7 juni 2026 randactiviteiten plaatsvinden op het Kerkplein van Ingooigem.
Vandaar de vraag om dit jaar opnieuw ondersteuning van de Gemeente Anzegem te krijgen op logistiek en financieel vlak.
2026/GBB_IO/0710-00/6490020/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN
Decreet Lokaal Bestuur
Art.1: de organisatie door vzw Yvegem Sportief van een dorpskernsfeerbevorderend evenement op 5-7 juni 2026 als volgt te ondersteunen:
- toekenning van een nominatieve toelage van 2500 euro
- gratis gebruik feestmateriaal (Uitleendienst)
De toelage wordt toegekend binnen de grenzen van de op het meerjarenplan goedgekeurde kredieten.
Art.2: afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan de organisatoren en aan de Operationele Technische Diensten, Uitleendienst, Financiële dienst, dienst Cultuur, Interne Organisatie.
Art.3: dit besluit wordt ter beschikking gehouden van de toezichthoudende overheid cf. de bepalingen voorzien in het Decreet Lokaal Bestuur.
Conform het huishoudelijk reglement wordt de mogelijkheid geboden om schriftelijk en mondeling vragen te stellen. Mondelinge vragen worden - zo mogelijk - onmiddellijk beantwoord of uiterlijk schriftelijk tegen de eerstvolgende zitting. Op schriftelijke vragen van raadsleden wordt binnen de maand na ontvangst schriftelijk geantwoord. De vragen en de eventuele antwoorden net als de mededelingen worden opgenomen in het zittingsverslag.
Kennis te nemen van de mededelingen en de schriftelijke/mondelinge vragen die gesteld worden. Deze worden - zo mogelijk - onmiddellijk beantwoord of uiterlijk schriftelijk tegen de eerstvolgende zitting. Op schriftelijke vragen van raadsleden wordt binnen de maand na ontvangst schriftelijk geantwoord. De vragen en de eventuele antwoorden net als de mededelingen worden opgenomen in het zittingsverslag.
De voorzitter sluit de zitting op 14/04/2026 om 20:45.
Aansluitend op de openbare vergadering kan ook een gesloten gedeelte volgen. Deze is helaas niet toegankelijk voor het publiek.
Namens Gemeenteraad,
Pauline Everaert
Waarnemend algemeen directeur
Jeremie Vaneeckhout
Voorzitter